Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

27-10-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2025:234

Zaaknummer

25-293/AL/MN

Inhoudsindicatie

Raadsbeslissing. Klaagster volgt een online-cursus en wil daar mee stoppen. Ze vraagt haar geld terug. Als ze dat niet krijgt plaatst ze negatieve reviews op internet en dreigt daarmee door te gaan zolang ze haar cursusgeld niet terugkrijgt. Bij brief van de advocaat van het cursusbedrijf wordt ze gesommeerd daarmee te stoppen. De toon van die brief is stevig maar niet disproportioneel, zeker niet in het licht van de berichten die klaagster zelf heeft gezonden. Daarbij is de sommatiebrief aan haar advocaat gezonden, die deze juridisch voor klaagster heeft kunnen duiden. Bovendien is klaagster zelf advocaat en van haar mag verwacht worden ook zelf in staat te zijn de sommatiebrief op zijn juridische merites te kunnen inschatten. Klacht ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem‑Leeuwarden

van 27 oktober 2025

in de zaak 25-293/AL/MN

naar aanleiding van de klacht van:

 

klaagster

 

over

 

verweerder

 

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 

1.1. Op 25 oktober 2024 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.

1.2 Op 30 april 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk Z2385546/FB/D van de deken ontvangen.

1.3 De klacht is behandeld op de zitting van de raad van 1 september 2025. Daarbij waren klaagster en verweerder aanwezig. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.4 De raad heeft kennisgenomen van het in 1.2 genoemde klachtdossier.

 

2 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de raad, gelet op het klachtdossier en de op de zitting afgelegde verklaringen uit van het volgende.

2.1 In augustus 2023 heeft klaagster bij een bedrijf dat lesmethodes aanbiedt waarin aan bod komt hoe men inkomsten kan generen door middel van een eigen webshop, een overeenkomst gesloten inzake een (online) cursus; het ‘D. traject’ betreffende ‘dropshipping’. Klaagster heeft daarvoor een bedrag betaald van € 8.999.

2.2 Op 12 september 2023 heeft klaagster bij het bedrijf aangegeven met het traject/de cursus te willen stoppen en heeft zij terugbetaling gevorderd van het door haar betaalde bedrag van € 8.999. Hierna is tussen klaagster en het bedrijf gecorrespondeerd per brief en via elektronische weg en is een geschil ontstaan. Verweerder staat in dat geschil het bedrijf bij.

2.3 Bij brief van 21 december 2023 heeft verweerder de advocaat van klaagster aangeschreven en daarin klaagster aansprakelijk gesteld voor alle door het bedrijf geleden schade en verzocht die aansprakelijkheid te erkennen. In de brief wordt klaagster verder gesommeerd om alle online uitlatingen over het bedrijf te verwijderen, zich te onthouden van enig onrechtmatig handelen jegens het bedrijf, bij wijze van voorschot een bedrag aan schadevergoeding en voor buitengerechtelijke kosten van € 65.000 over te maken en te bevestigen dat het bedrijf niets meer verschuldigd is aan klaagster, en dat bij gebreke van een en ander een kort-geding zal worden gestart.

2.4 De advocaat van klaagster heeft daarop per e-mail van 22 december 2023 gereageerd en daarin iedere aansprakelijkheid afgewezen. 

2.5 Omdat klaagster zelf ook advocaat is heeft het bedrijf op 22 december 2023 bij de deken van de Orde van Advocaten in het ressort Amsterdam een tuchtklacht ingediend over klaagster. Die klacht is door de deken op 14 maart 2024 aan de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam gezonden. Bij beslissing van de voorzitter van die raad van 29 april 2024 is de klacht ‘kennelijk ongegrond’ verklaard.

2.6 Op 5 oktober 2024 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.

 

3 KLACHT

3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:

a) de belangen van klaagster onnodig of onevenredig te schaden door escalerend op te treden en onoorbare druk te zetten;

Toelichting: Door de bewoordingen in de sommatiebrief van 21 december 2023 aan klaagster en het niet reageren op de e-mail van klaagster voor overleg en/of het niet terugbellen na het achterlaten van een terugbelverzoek heeft verweerder volgens klaagster escalerend opgetreden en onoorbare druk gezet. De disproportionele sommatie aan klaagster om € 65.000 binnen 48 uur te betalen is objectief gezien escalerend en levert onoorbare druk op. Aan de sommatie is geen gehoor gegeven. Klaagster is gedupeerd door de handelswijze van de cliënte van verweerder en voor € 9.000 opgelicht en met haar vele anderen, getuige de vele negatieve reviews en klachten over de cliënte van verweerder. Een journalist doet daar nu ook onderzoek naar. Verweerder moet dan ook hebben geweten dat zijn cliënte niet betrouwbaar is. Verweerder had de zaak niet mogen aannemen, of zich in ieder geval anders moeten opstellen als advocaat. Verweerder had zich niet onnodig grievend moeten uitlaten over klaagster, hij had zich de-escalerend moeten opstellen en had een schikking moeten beproeven in plaats van het gelijk sturen van een sommatiebrief. Ook had hij zijn cliënte niet moeten adviseren/helpen om tegen klaagster een klacht in te dienen, waarmee hij ook onoorbare druk op klaagster heeft uitgeoefend. 

b) geen minnelijke regeling na te streven;

Toelichting: Verweerder heeft zich nooit beschikbaar gesteld om een schikking te beproeven en belde daarover nooit met klaagster of haar advocaat. In plaats daarvan heeft verweerder een disproportionele standaardbrief verstuurd en zijn cliënte geadviseerd een tuchtklacht tegen klaagster in te dienen, terwijl klaagster niet handelde in haar hoedanigheid van advocaat.

c) zich onnodig grievend over klaagster uit te laten;

Toelichting: De sommatiebrief heeft een dreigende toon en geeft het vermoeden dat dit de ‘modus operandi’ is van de cliënte van verweerder, namelijk met een dergelijke standaardbrief hard terugslaan naar gedupeerde natuurlijke personen, onder dreiging van opgeklopte schadebedragen, in de hoop en verwachting dat particulieren zich terugtrekken uit angst voor een langslepende procedure met grote financiële risico’s. Kennelijk ondersteunt verweerder deze handelswijze. Ook de wijze waarop verweerder klaagster neerzet in zijn antwoord op de klacht getuigt van een persoonlijke aanval op klaagster en toont het escalerende en grievende handelen van verweerder.

d) zijn cliënte te helpen met, dan wel te adviseren tot het indienen van een tuchtklacht tegen klaagster, terwijl klaagster in de betreffende kwestie niet handelde in haar hoedanigheid van advocaat (gedragsregel 24);

Toelichting: De klacht is overduidelijk door verweerder geschreven en op het klachtformulier staat als postadres ook het kantooradres van verweerder vermeld. Het indienen van de klacht door de cliënte van verweerder kan dan ook niet los worden gezien van (het advies van) verweerder. De motivatie van de tuchtklacht is een kopie van de sommatiebrief en het is volstrekt ongeloofwaardig dat de cliënte van verweerder dergelijke juridische taal gebruikt, gelet ook op het feit dat deze in Dubai woont en niet op de hoogte is van het Nederlandse tuchtrecht. Het tuchtrecht is niet bedoeld om als pressiemiddel in te zetten om een civielrechtelijke procedure te beslechten. Klaagster vindt het kwalijk dat verweerder op deze wijze met een beroepsgenoot omgaat.

3.2 Ter zitting heeft klaagster haar klacht nader toegelicht.

 

4 VERWEER

4.1 Verweerder heeft tegen de klacht gemotiveerd verweer gevoerd. De raad zal hierna op het verweer ingaan.

 

5 BEOORDELING

Maatstaf

5.1 Naar vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline dient de tuchtrechter bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan de advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, onder andere inhoudende dat advocaten zich dienen te onthouden van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt.  Artikel 10a van de Advocatenwet bevat de kernwaarden onafhankelijkheid, partijdigheid, deskundigheid, (financiële) integriteit en vertrouwelijkheid die advocaten bij de uitoefening van hun beroep in acht dienen te nemen. Daarbij geldt dat een advocaat een bijzondere positie in de rechtsbedeling vervult. Een advocaat dient zich te onthouden van handelingen waardoor het vertrouwen in de advocatuur als zodanig wordt geschaad, en dient zich te allen tijde te onthouden van een handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. De gedragsregels beogen invulling te geven aan de eisen die mogen worden gesteld aan een goede taakuitoefening door een behoorlijk advocaat. De tuchtrechter toetst aan de norm van artikel 46 van de Advocatenwet en niet aan de gedragsregels, waarbij de gedragsregels overigens zo nodig wel van betekenis kunnen zijn bij bedoelde toets.

5.2 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.

Klachtonderdeel a): belangend schaden, escalerend optreden en onoorbare druk zetten en           c): onnodig grievend uitlaten

5.3 De klachtonderdelen a) en c) zien hoofdzakelijk op de sommatiebrief van 21 december 2023 en de raad zal deze klachtonderdelen daarom gezamenlijk bespreken.

5.4 Op het moment dat de sommatiebrief werd gezonden aan de advocaat van klaagster, was er al het een en ander gebeurd tussen klaagster en de cliënte van verweerder. Klaagster had op 12 september 2023 aan het bedrijf bericht te willen stoppen met de cursus en dat zij terugbetaling van het door haar betaalde cursusgeld wenste. Het bedrijf heeft aan dat laatste niet voldaan, omdat volgens hen geen sprake was van een rechtsgeldige ontbinding en klaagster al meerdere ‘coaching calls’ had gevolgd. Klaagster heeft daarna een aantal ‘reviews’ op internet geplaatst, waarin zij haar onvrede uit over het bedrijf en de cursus. In (chat)berichten daarna aan het bedrijf schrijft zij onder meer:

‘Zeg het en we laten het stoppen (…) Ik hoop dat je naar eer en geweten wil handelen nu en fair bent. Ik zal dan geen aangifte doen, geen recensies plaatsen en ik laat je volledig met rust.’

‘Dit is echt de laatste keer dat ik je van harte uitnodig om (…) het geld over te maken. (…) Zeg maar wat je wil (…), want ik ben precies nu bezig met een post te plaatsen in meerdere verreikende Facebook pagina’s (…) waar ik een groot topic zal opnemen als je niet mijn geld terug overmaakt. Bovendien zal ik contact leggen met (…) andere gedupeerden en ik ga hier echt mijn levenswerk dan van maken geloof me! (…) Ik ben echt de verkeerde persoon om dit zo te laten aan (…) dus nogmaals (…), maak het gewoon over dan ben je er vanaf.’

en op 12 september 2023:

‘Kun je dan formeel bevestigen dat je het niet overmaakt. Dan ga ik nu alles doorzetten (…) En met doorzetten bedoel ik dus je exposen in alle mogelijk groepen en platformen, aangifte doen bij de politie wegens oplichting, ik zal andere gedupeerden zoeken tot ik erbij neerval en niet stoppen tot ik in ieder geval 8K heb.

Hierna zijn er nog meer van soortgelijke berichten aan het bedrijf gezonden. Dit heeft ertoe geleid dat het bedrijf aan de advocaat van klaagster de sommatiebrief van 21 december 2023 heeft gezonden met de inhoud als hiervoor in 2.3 omschreven.

5.5 Op de mondelinge behandeling verklaarde klaagster geshockt te zijn door de inhoud van de brief. Klaagster had toen al een eigen advocaat ingeschakeld en de sommatiebrief is aan haar advocaat gezonden. Die heeft de sommatiebrief voor klaagster juridisch kunnen duiden. Bovendien is klaagster zelf ook advocaat en mag van haar  verwacht worden dat zij in staat is de sommatiebrief op zijn juridische merites te kunnen inschatten. De sommatiebrief is stevig van taal, maar naar het oordeel van de raad is de inhoud daarvan niet klachtwaardig. De raad ziet ook niet wat er onnodig grievend is in de brief en klaagster heeft dat de raad ook niet duidelijk kunnen maken. Van onoorbare druk is de raad ook niet gebleken, waarbij de raad er nogmaals op wijst dat klaagster een advocaat had om een en ander in perspectief te zetten. Van escalerend gedrag van verweerder is de raad ook niet gebleken en de raad ziet evenmin in welk opzicht de belangen van klaagster onevenredig zouden zijn geschaad. Dat een dergelijke sommatiebrief stevig van taal kan zijn, kan mede zijn oorzaak vinden in de voorgeschiedenis die tot het opstellen van de brief hebben geleid. De voorgeschiedenis heeft in deze zaak zeker een rol gespeeld, zo werd ook door verweerder beaamd. In de onderhavige zaak is klaagster immers zelf jegens het bedrijf ook stevig geweest is haar berichten. In dat licht bezien in de sommatiebrief naar het oordeel van de raad niet disproportioneel van toon en aard.

5.6 De klachtonderdelen a) en c) zal de raad ongegrond verklaren.

Klachtonderdeel b): geen minnelijke regeling nastreven

5.7 In beginsel zullen advocaten een minnelijke regeling nastreven. Verweerder heeft echter aangevoerd dat zijn cliënt hem geen opdracht heeft gegeven een minnelijke regeling te beproeven en dat daartoe in deze zaak onder de omstandigheden van het geval ook geen aanleiding was. Uit niets bleek volgens verweerder ook dat klaagster wilde spreken om een (redelijke) poging te doen om de zaak te schikken.  

5.8 Klaagster heeft nog gesteld dat verweerder haar niet terugbelde, nadat zij hem telefonisch probeerde te bereiken. Op dat moment echter, zo bleek ter zitting bij de raad, werd klaagster al bijgestaan door een advocaat. Het is dan niet aan de verweerder om klaagster persoonlijk te woord te staan, zoals hij ter zitting verklaarde.

5.9 De raad volgt verweerder in diens verweer en zal daarom ook dit klachtonderdeel ongegrond verklaren.  

Klachtonderdeel d): cliënte helpen/adviseren bij indienen klacht tegen klaagster

5.10 Volgens klaagster is het overduidelijk dat verweerder zijn cliënt heeft geholpen met en mogelijk ook geadviseerd heeft om een tuchtklacht tegen klaagster in te dienen in haar hoedanigheid van advocaat. Verweerder heeft volgens klaagster het tuchtrecht gebruikt als pressiemiddel in een civielrechtelijk geschil.  

5.11 Verweerder heeft zich ten aanzien van hetgeen hij met zijn cliënt heeft besproken beroepen op zijn verschoningsrecht. Wel heeft hij aangevoerd dat het feit dat zijn cliënt op het klachtformulier, wellicht om praktische redenen, het kantooradres van verweerder heeft gebruikt, niet maakt dat verweerder de klacht heeft ingediend. Op het formulier is duidelijk dat zijn cliënt de klaagster is. Zijn cliënt heeft zich qua taalgebruik mogelijk laten inspireren door de inhoud van de sommatiebrief.

5.12 De raad overweegt dat niet vast is komen te staan dat verweerder zijn cliënt heeft geholpen dan wel heeft geadviseerd een klacht tegen klaagster in te dienen. Alleen daarom al zal dit klachtonderdeel ongegrond worden verklaard. Verder overweegt de raad dat het een advocaat in zijn algemeenheid is toegestaan zijn cliënt te adviseren over het al dan niet indienen van een tuchtklacht tegen een andere advocaat.

 

BESLISSING

De raad van discipline:

-    verklaart de klacht in al zijn klachtonderdelen ongegrond.

 

Aldus beslist door mr. J.U.M. van der Werff, voorzitter, mr. H.J. Voors en mr. H. van Katwijk, leden, bijgestaan door mr. H.P.J. Meijerink als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2025.

 

Griffier                                                                             Voorzitter

 

Verzonden op: 27 oktober 2025