Rechtspraak
Uitspraakdatum
22-10-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRSGR:2025:212
Zaaknummer
25-576/DH/DH
Zaaknummer
25-577/DH/DH
Inhoudsindicatie
Voorzittersbeslissing. Klager heeft het griffierecht niet tijdig betaald in de eerste klachtzaak. Het rechtszekerheidsbeginsel staat eraan in de weg om deze klacht op dit moment nog in behandeling te nemen. Het niet op tijd betalen van het griffierecht kan niet worden hersteld door de klacht opnieuw in te dienen. Daarmee wordt misbruik gemaakt van het tuchtrecht. Misbruik van recht-bepaling. Klachten kennelijk niet-ontvankelijk.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 22 oktober 2025 in de zaken 25-576/DH/DH en 25-577/DH/DH
naar aanleiding van de klachten van:
klager
over:
verweerster
De voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brieven van 7 augustus 2025 van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) met kenmerken K252 2022 en K122 2025 en van de op de inventarissen genoemde bijlagen.
1 FEITEN Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten. 1.1 Klager was voorheen docent op een hogeschool. Op enig moment is de arbeidsovereenkomst door de hogeschool opgezegd. Klager is daarop een procedure bij de kantonrechter gestart om een billijke vergoeding te krijgen. De kantonrechter en vervolgens ook het gerechtshof hebben klager in het ongelijk gesteld. 1.2 Klager heeft verweerster verzocht om een cassatieadvies uit te brengen. Dit heeft geleid tot een negatief concept-cassatieadvies van 27 oktober 2020. Op 30 oktober 2020 heeft verweerster het cassatieadvies definitief gemaakt. 1.3 Op 26 november 2022 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster (K252 2022, zaaknummer 25-577/DH/DH). 1.4 Klager heeft het griffierecht niet tijdig betaald, ondanks dat hij daarop tussentijds is gewezen door de deken. De deken heeft daarop medegedeeld het dossier te hebben gesloten. 1.5 Op 23 mei 2025 heeft klager bij de deken opnieuw een klacht ingediend over verweerster (K122 2025, zaaknummer 25-576/DH/DH).
2 BEOORDELING Zaaknummer 25-577/DH/DH 2.1 De deken heeft aan klager in de dekenvisie van 16 januari 2024 een termijn gesteld van vier weken voor het betalen van het griffierecht. Klager heeft dat, ondanks dat de deken hem daarop tussentijds heeft geattendeerd, niet tijdig betaald. Het dossier is daarna door de deken gesloten. Een beklaagde advocaat mag er vervolgens op vertrouwen dat de klacht daarmee is afgedaan. Het rechtszekerheidsbeginsel staat eraan in de weg om deze klacht op dit moment nog in behandeling te nemen. De klacht met zaaknummer 25 577/DH/DH is kennelijk niet-ontvankelijk. Zaaknummer 25-576/DH/DH 2.2 Technisch gezien levert deze klacht geen schending van het ne bis in idem-beginsel ex artikel 47b van de Advocatenwet op, omdat er nog geen onherroepelijke eindbeslissing is genomen op de verwijten die klager maakt aan verweerster over het cassatieadvies. Ook hier geldt echter dat het rechtszekerheidsbeginsel eraan in de weg staat om deze klacht nu nog in behandeling te nemen. Het kan niet zo zijn dat het verzuim om geen griffierecht te betalen kan worden hersteld door een nieuwe klacht in te dienen. Daarmee wordt misbruik van het tuchtrecht gemaakt (zie ook RvD Den Haag 15 januari 2025, ECLI:NL:TADRSGR:2025:5). De klacht met zaaknummer 25-576/DH/DH is kennelijk niet-ontvankelijk. Misbruik van recht-bepaling 2.3 In navolging van de raden van discipline Amsterdam en ’s-Hertogenbosch (RvD Amsterdam 28 oktober 2024, ECLI:NL:TADRAMS:2024:182, overweging 4.5, en RvD ’s-Hertogenbosch 18 november 2024, ECLI:NL:TADRSHE:2024:164, onder 3.5 tot en met 3.7) overweegt de voorzitter dat klager er rekening mee dient te houden dat nieuwe klachten over en/of rondom zijn geschil met de hogeschool niet meer in behandeling worden genomen door de deken en/of de raad vanwege misbruik van recht. Het voorgaande zal daarbij niet alleen worden beperkt tot verweerster, maar geldt ook voor andere advocaten die voor of tegen klager hebben geprocedeerd.
BESLISSING De voorzitter verklaart de klachten, met toepassing van artikel 46j van de Advocatenwet, kennelijk niet-ontvankelijk.
Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, bijgestaan door mr. M.A.A. Traousis als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 22 oktober 2025
