Rechtspraak
Uitspraakdatum
27-10-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRARL:2025:230
Zaaknummer
25-517/AL/MN
Inhoudsindicatie
Voorzittersbeslissing. De voorzitter verklaart een klacht van een derde kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtstreeks belang.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 27 oktober 2025
in de zaak 25-517 /AL/MN
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over
verweerster
De voorzitter van de raad van discipline heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland (hierna: de deken) van 4 augustus 2025 met kenmerk 2391692.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1 Verweerster heeft de [functie] van de politie te [plaatsnaam] bijgestaan op een zitting van de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam (afdeling bestuursrecht) van 21 november 2024.
1.2 Klager was bij deze zitting als toehoorder aanwezig.
1.3 Op 29 november 2024 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.
2 KLACHT
2.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:
a) op de zitting waar hij aanwezig was, feitelijke informatie te verstrekken waarvan zij wist, althans behoorde te weten, dat deze onjuist was;
b) het publiek op de betreffende zitting, zonder onderbouwing, te beschuldigen van het maken van bandopnamen van de zitting.
3 VERWEER
3.1 Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
4.1 Alleen de persoon die door het handelen of nalaten van een advocaat direct in zijn belang wordt of kan worden getroffen, heeft het recht om hierover een klacht in te dienen. Deze klacht gaat over de procedure tussen de cliënt van verweerster en de heer L.. Klager heeft in die procedure geen enkele rol. Hij is slechts als toehoorder op een zitting aanwezig geweest. Die procedure en wat daarin wordt gesteld, raakt klager dus niet in zijn (rechts)positie. De stelling van klager dat de politie hem al lange tijd het leven zuur maakt, maakt dat niet anders. Dat betekent dat klager geen eigen, rechtstreeks betrokken belang heeft bij deze klacht. Klager is daarom kennelijk niet-ontvankelijk in zijn klacht.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk niet-ontvankelijk.
Aldus beslist door mr. J.U.M. van der Werff, voorzitter, bijgestaan door mr. W.B. Kok als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 27 oktober 2025
