Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

27-10-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2025:232

Zaaknummer

25-197/AL/GLD

Inhoudsindicatie

Verzetbeslissing. De voorzitter heeft de hoofdregel gehanteerd dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is en slechts in uitzonderingsgevallen zijn gehouden de juistheid van die informatie te controleren. De raad is van oordeel dat de voorzitter die hoofdregel terecht mocht hanteren. Hetgeen klager in verzet verder aanvoert ziet op de informatie die verweerster van haar cliënte heeft gekregen en is een herhaling van hetgeen ook al in de klacht is aangevoerd. Ongegrond

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden

van 27 oktober 2025

in de zaak 25-197/AL/GLD

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 12 mei 2025 op de klacht van:

 

klager

 

over

 

verweerster

 

1 Verloop van de procedure

1.1 Op 16 oktober 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.

1.2 Op 21 maart 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K24/124 en van deken ontvangen. Nadien heeft de raad nog aanvullende stukken van klager en verweerster ontvangen.

1.3 Bij beslissing van 12 mei 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op diezelfde dag heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.4 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 1 september 2025 . Daarbij waren klager en verweerster aanwezig.

1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift met producties . Ook heeft de raad kennis genomen van de door klager op 15 augustus 2025 toegezonden stukken.  

 

2 VERZET

2.1 De gronden van het verzet houden samengevat, het volgende in zoals geformuleerd door klager:

Ik ben het niet eens met de beslissing. Mevrouw [verweerster]  heeft mijn ten onrechte ten schande gemaakt en beschuldigd om de zaak ten beïnvloedden, ik vind het niet kunnen. Mevrouw [verweerster] is met feiten gekomen die totaal niet kloppen om de zaak te beïnvloedden en mij ten schande te maken. Ik stuur u nogmaals het gene toe wat mevrouw [verweerster] heeft gestuurd en vraag u nogmaals te kijken er na.

 

2.2 Op de mondelinge behandeling heeft klager het verzet nader toegelicht.

 

3 feiten en klacht

3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

 

4 BEOORDELING

4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. De voorzitter heeft de hoofdregel gehanteerd dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is en slechts in uitzonderingsgevallen zijn gehouden de juistheid van die informatie te controleren. De raad is van oordeel dat de voorzitter die hoofdregel terecht mocht hanteren. Hetgeen klager in verzet verder aanvoert ziet op de informatie die verweerster van haar cliënte heeft gekregen en is een herhaling van hetgeen ook al in de klacht is aangevoerd. Een inhoudelijke herbeoordeling van hetgeen in de klacht ook is aangevoerd valt buiten het beoordelingskader van dit verzet.    

4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

 

BESLISSING

De raad van discipline:

verklaart het verzet ongegrond.

 

Aldus beslist door mr. J.U.M. van der Werff, voorzitter, mr. H.J. Voors en mr. H. van Katwijk, leden, bijgestaan door mr.  H.P.J. Meijerink als griffier en uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2025.

 

Griffier                                                                               Voorzitter

 

Verzonden op: 27 oktober 2025