Rechtspraak
Uitspraakdatum
13-10-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRSGR:2025:197
Zaaknummer
25-147/DH/DH
Inhoudsindicatie
Verzet ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 13 oktober 2025 in de zaak 25-147/DH/DH naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 7 mei 2025 op de klacht van:
klaagster gemachtigde: [NW]
over:
verweerster gemachtigde: mr. Ph.W.M. den Burg
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 Op 2 september 2024 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster. 1.2 Op 5 maart 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K180 2024 van de deken ontvangen. 1.3 Bij beslissing van 7 mei 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. 1.4 Op 28 mei 2025 heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op dezelfde datum ontvangen. 1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 1 september 2025. Daarbij waren klaagster en verweerster met haar gemachtigde aanwezig. 1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift.
2 VERZET 2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, in dat de voorzitter: - de maatstaf onjuist heeft toegepast; - de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste feitelijke aannames; - causale gevolgen buiten beschouwing heeft gelaten en - tuchtrechtelijke normen heeft miskend. 2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klaagster in verzet niet op.
3 FEITEN EN KLACHT 3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING 4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten. 4.2 De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Zij heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden. 4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren. 4.4 Ten overvloede merkt de raad nog op dat, wanneer het verzet gegrond zou zijn geweest en de raad aan een inhoudelijke beoordeling van de klacht zou toekomen, niet tot een ander oordeel zou zijn gekomen dan dat van de voorzitter, ook al stond voor verweerster een andere mogelijkheid open dan het sturen van de betreffende e-mail naar haar kantoorgenoot mr. V.
BESLISSING De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. S.M. Krans, voorzitter, mrs. H. Warendorp Torringa en C.J. van Weering, leden, bijgestaan door mr. M.M.C. van der Sanden als griffier en uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 13 oktober 2025
