Rechtspraak
Uitspraakdatum
23-10-2025
ECLI
ECLI:NL:TAHVD:2025:204
Zaaknummer
250342
Inhoudsindicatie
Afwijzing verwijzing klacht over deken (artikel 46c lid 5 Advocatenwet). Uit artikel 46c lid 3 Advocatenwet en de Leidraad Dekenaal Onderzoek volgt niet dat een deken verplicht is om na zijn onderzoek van een klacht een dekenvisie te geven. Verder is het indienen van een klacht over de deken niet het ge-eigende middel om diens aanpak of wijze van onderzoek (in zijn hoedanigheid van deken) ter discussie te stellen en evenmin om de eerder ingediende klacht (en de toelichting daarop) – die heeft geleid tot de verwijzing naar verweerder (in zijn hoedanigheid van deken) – inhoudelijk te herhalen of nader toe te lichten.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van het Hof van Discipline van 23 oktober 2025 in de zaak 250342 naar aanleiding van de klacht van:
klager tegen:
verweerder
1 HET VERZOEK
1.1 De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van klager van 15 oktober 2025 waarin klager een klacht indient over verweerder.
2 DE BEOORDELING
2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht over een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.
2.2 Klager heeft op 6 januari 2025 een klacht ingediend over de voormalig deken van de Orde van Advocaten Gelderland. Het hof heeft die klacht bij beslissing van 16 januari 2025 voor onderzoek en verdere afhandeling verwezen naar verweerder. De klacht van klager gaat over dit dekenonderzoek door verweerder.
2.3 De klacht van klager richt zich volgens klager op het functioneren van verweerder en komt er – samengevat – op neer dat verweerder onder andere heeft verzuimd in zijn onderzoek een “dekenbezwaar” af te geven aan de Raad van Discipline. Verder gaat klager inhoudelijk in op zijn klacht over de voormalig deken van de Orde van Advocaten Gelderland. Waar klager in zijn klacht spreekt over een niet door verweerder gegeven dekenbezwaar verstaat het hof dit aldus dat klager hiermee doelt op het niet geven van een visie of standpunt door verweerder die het onderzoek heeft uitgevoerd.
2.4 Uit artikel 46c lid 3 Advocatenwet en de Leidraad Dekenaal Onderzoek volgt echter niet dat een deken verplicht is om na zijn onderzoek van een klacht een dekenvisie te geven. In zoverre is de klacht op voorhand ongegrond. Verder is het indienen van een klacht over verweerder niet het ge-eigende middel om diens aanpak of wijze van onderzoek (in zijn hoedanigheid van deken) ter discussie te stellen. Evenmin is het indienen van een klacht over de deken die het onderzoek heeft verricht bedoeld om de op 3 januari 2025 ingediende klacht (en de toelichting daarop) over de voormalig deken van de Orde van Advocaten Gelderland inhoudelijk te herhalen of nader toe te lichten. Klager kan die klacht, na eventuele aanvulling en/of nadere onderbouwing en na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch en laten beoordelen door de tuchtrechter. Binnen de kaders van die procedure kan klager tevens naar voren brengen op welke punten het onderzoek van verweerder naar zijn oorspronkelijk klacht wat hem betreft niet deugt. Daarom zal de voorzitter de klacht over verweerder niet verwijzen.
2 BESLISSING
De voorzitter van het Hof van Discipline:
wijst het verzoek tot verwijzing af.
Deze beslissing is gewezen op 23 oktober 2025 door mr. J.D. Streefkerk, plaatsvervangend voorzitter.
Plaatsvervangend voorzitter
De beslissing is verzonden op 23 oktober 2025
