Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

20-10-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2025:226

Zaaknummer

25-592/AL/OV

Inhoudsindicatie

voorzittersbeslissing. De rechtsbijstandsverzekeraar van (de eenmanszaak van) klager heeft een zaak uitbesteed aan het (kantoor van) verweerster waarna het kantoor een voorschotnota inclusief btw aan de verzekeraar heeft gestuurd. Bij het eerste contact daarna heeft klager aan verweerster laten weten geen vertrouwen in haar deskundigheid en haar kantoor te hebben. Naar het oordeel van de raad is geen overeenkomst van opdracht tussen klager en verweerster tot stand gekomen. Dat de rechtsbijstandsverzekeraar de btw-kosten aan hun verzekerde heeft doorbelast, kan verweerster niet worden aangerekend. Haar kantoor heeft de voorschotnota gecrediteerd omdat geen werkzaamheden waren verricht. Kennelijk ongegrond en kennelijk niet-ontvankelijk in het verwijt over het kantoor.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden

van 20 oktober 2025

in de zaak 25-592/AL/OV

naar aanleiding van de klacht van:

 

klager

 

over

 

verweerster

 

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Overijssel (hierna: de deken) van 1 september 2025 met kenmerk 2480044 .

 

1 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

1.1 Op 22 oktober 2024 heeft Stichting X (hierna: X) een zaak van klager uitbesteed aan het kantoor van verweerster. Het betrof een geschil van eenmanszaak A. met verschillende websites. Klager is eigenaar van A. Het kantoor van verweerster heeft diezelfde dag op naam van A. een voorschotfactuur aan X gestuurd voor een bedrag van € 2.260,-, inclusief de btw-kosten van € 392,23. De btw-kosten zijn door X doorberekend aan klager.

1.2 Verweerster heeft op 22 oktober 2024 geprobeerd klager telefonisch te bereiken.

1.3 Op 23 oktober 2024 heeft verweerster klager gemaild met het verzoek om haar te bellen. Klager heeft dezelfde dag verweerster gemaild:

Na nadere bestudering van de door [X] voorgestelde juridische ondersteuning, wil ik graag enkele zorgen kenbaar maken. (…)

Dit is een complexe zaak die valt onder het privacyrecht, specifiek de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), en mogelijk ook internetrecht. Aangezien uw specialisaties voornamelijk liggen in personen- en familierecht en contractenrecht, twijfel ik of deze voldoende aansluiten op de juridische expertise die mijn zaak vereist.

Daarnaast heb ik van verschillende ondernemers in de regio [Z] minder positieve ervaringen gehoord over [naam advocatenkantoor]. Deze negatieve verhalen worden bevestigd door diverse slechte recensies op het internet, wat mijn vertrouwen in de behandeling van mijn dossier door uw kantoor verder doet afnemen.

Gezien de aard van mijn zaak en de belangrijke rol van juridische expertise op het gebied van privacy- en internetrecht, zou ik willen verzoeken om mijn dossier over te dragen aan een advocaat of jurist met de juiste specialisatie en ervaring in deze rechtsgebieden. Dit zou mijn vertrouwen in een adequate en doeltreffende behandeling van mijn zaak aanzienlijk vergroten.

Ik waardeer uw begrip voor mijn zorgen en zie uw reactie graag tegemoet.

1.4 Verweerster heeft hierop op 24 oktober 2024 als volgt gereageerd:

Dank voor uw reactie.

Uit uw e-mail maak ik op dat u geen vertrouwen heeft in een adequate behandeling van uw dossier door mijn kantoor. Het is voor mij niet mogelijk om uw dossier over te dragen aan een ander advocatenkantoor. Ik adviseer u dan ook contact op te nemen met [X], zodat zij uw dossier aan een ander advocatenkantoor kunnen overdragen.

Ik wens u veel succes met de behandeling van uw dossier.

1.5 Op 30 oktober 2024 heeft verweerster aan klager gemaild:  

Ik heb nog geen bericht gehad van [X] dat u behandeling van uw dossier heeft verzocht door een andere advocaat. Dat betekent dat ik het dossier niet kan sluiten. Ik kan namelijk niet zonder uw toestemming met [X] communiceren dat u behandeling door een ander advocatenkantoor wenst.

Ik ontvang dat ook graag een kopie van uw bericht aan [X] aangaande uw verzoek om een andere advocaat en uw toestemming om aan [X] te berichten dat het dossier op uw verzoek gesloten wordt.

1.6 In zijn e-mail van 14 november 2024 heeft klager verweerster gevraagd om de zaak toch in behandeling te nemen nadat hij hierover afstemming heeft gezocht met X, ondanks dat de expertise van verweerster niet specifiek in het privacy- of internetrecht zou liggen. Verweerster heeft hierop dezelfde dag aan klager geschreven dat zijn zaak, wegens gebrek aan vertrouwen, niet door haar of door haar kantoor in behandeling kan worden genomen.

1.7 Op 19 november heeft een medewerkster van X verweerster gemaild en geïnformeerd naar de reden dat het dossier van A. is gesloten.

1.8 Op 4 december 2024 heeft X via e-mail de verzochte toestemming tot informatieverstrekking van klager aan verweerster doorgestuurd. Verweerster heeft daarna op 5 december 2024 telefonisch contact gezocht met de medewerkster van X. Dat is niet gelukt.

1.9 Op 18 maart 2025 heeft klager een klacht ingediend tegen verweerster.

1.10 Op 24 maart 2025 heeft klager zijn toestemming tot informatieverstrekking tussen X en verweerster ingetrokken.

1.11 Klager heeft zijn klacht op 9 april 2025 aangevuld.

 

2 KLACHT

2.1 De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:

a) onprofessioneel te handelen en haar zorgplicht te schenden.

Toelichting: Verweerster heeft geweigerd het door X aan haar (kantoor) doorverwezen  dossier van klager in behandeling te nemen maar heeft daarvoor wel een bedrag van € 2.260,- gedeclareerd. Klager moest daarvan een deel betalen;

b) zonder overeenkomst en zonder substantiële werkzaamheden te doen op naam van klager bij X te declareren;

c) gedragsregels 16 en 17 te schenden.

Toelichting: Verweerster heeft door te declareren zonder een duidelijke opdracht of uitleg gedragsregel 17 geschonden. Daarnaast had verweerster de opdracht via X pas mogen aanvaarden wanneer zij daar redelijkerwijs aan kon voldoen. Van aanvaarding van de zaak was geen sprake. Toch heeft verweerster gedeclareerd;

d) zich te verrijken door een onverschuldigde betaling bij Y. te innen ten koste van klager die daarvan een deel moest betalen;

e) in strijd te handelen met artikel 3 Wwft en identificatieplicht.

Toelichting : Verweerster heeft inhoudelijk gereageerd op zijn zaak zonder zijn identiteit te verifiëren. Dat volgens verweerster geen opdracht met hem tot stand is gekomen doet hier niets aan af. Het was verweerster die op 14 november 2024 haar betrokkenheid bij zijn zaak introk;

f) onderdeel uit te maken van een advocatenkantoor waar het hiervoor onder e) verweten en foutieve handelen vaker voorkomt.

 

3 VERWEER

3.1 Verweerster heeft tegen de klacht onder meer het volgende verweer gevoerd.

3.2 Klager heeft in zijn eerste contact met verweerster zijn vertrouwen in haar en in kantoor opgezegd. Tussen klager en het kantoor van verweerster is dan ook geen opdracht tot stand gekomen. Zij was daarom niet gehouden om de identiteit van klager te controleren. Los daarvan betrof het geen zaak die onder de Wwft valt.

3.3 Op 24 oktober 2024 heeft zij klager erop gewezen dat hij zelf contact moest opnemen met X om aan te geven dat zijn dossier door hem niet aan haar kantoor werd toevertrouwd. Dit gelet op de geheimhoudingsplicht die een advocaat heeft. Verweerster heeft daarna niet van X vernomen dat het dossier van klager werd teruggeroepen. Nadat X haar had verzocht om contact om het dossier van klager te bespreken, heeft zij zich voldoende ingespannen om op juiste wijze contact te krijgen om het dossier te bespreken.

3.4 Wanneer X een dossier aan haar kantoor uitbesteedt, wordt door het kantoor direct op naam van de cliënt een (voorschot)declaratie inclusief btw naar X gestuurd. Dat is op 22 oktober 2024 in de uitbestede zaak van de eenmanszaak van klager ook zo gebeurd. X heeft de declaratie vervolgens aan haar kantoor betaald. Verweerster was er niet mee bekend dat X de btw-kosten aan de eenmanszaak van klager had doorberekend. Als zij dat had geweten, of als klager zijn bezwaren daarover bij haar kenbaar had gemaakt, dan had verweerster vanzelfsprekend actie ondernomen omdat in zijn dossier door haar geen inhoudelijke werkzaamheden zijn verricht.

3.5 Haar kantoor heeft de factuur aan de X gecrediteerd. Klager zou van X ook een creditnota voor de doorberekende btw-kosten hebben moeten ontvangen.

 

4 BEOORDELING

4.1 De tuchtrechter dient bij de beoordeling van een tegen een advocaat ingediende klacht het aan die advocaat verweten handelen of nalaten te toetsen aan de in artikel 46 Advocatenwet omschreven normen, waaronder de kernwaarden zoals omschreven in artikel 10a Advocatenwet. De tuchtrechter is niet gebonden aan de gedragsregels, maar die regels kunnen wel van belang zijn vanwege het open karakter van de behoorlijkheidsnorm in artikel 46 Advocatenwet.

Klachtonderdelen a) tot en met e)

 

4.2 De voorzitter ziet aanleiding om de klachtonderdelen, vanwege hun samenhang, gezamenlijk te beoordelen.

4.3 Naar het oordeel van de voorzitter is niet gebleken dat verweerster haar zorgplicht heeft geschonden of anderszins onvoldoende professioneel heeft gehandeld. X heeft een opdracht verstrekt aan het kantoor van verweerster om een dossier van klager te behandelen. Uit de stukken volgt niet dat daarna nog de vereiste afzonderlijke overeenkomst van opdracht tussen verweerster en klager tot stand is gekomen. Klager heeft immers meteen bij zijn eerste contact met verweerster aan haar laten weten dat hij geen vertrouwen had in haar deskundigheid en hij daarom zijn dossier niet door haar of door haar kantoor wilde laten doen. Verweerster heeft hem daarop laten weten dat zij wegens dat gebrek aan vertrouwen geen werkzaamheden voor hem zou doen en klager gemeld dat hij zijn dossier via X aan een andere advocaat kon laten overdragen.

4.4 Het werd verweerster door de hiervoor geschetste handelwijze van klager naar het oordeel van de voorzitter onmogelijk gemaakt om zijn identiteit te controleren of, voor zover al vereist, een cliëntonderzoek te doen op grond van de Wwft. Ook op het latere verzoek van klager om zijn zaak alsnog op te pakken heeft verweerster in duidelijke bewoordingen aan hem laten weten dat zij geen werkzaamheden voor hem zou doen. De voorzitter is dan ook van oordeel dat tussen klager en verweerster geen overeenkomst tot opdracht tot stand is gekomen.

4.5 Uit de overgelegde correspondentie van verweerster is de voorzitter gebleken dat verweerster daarna voldoende actie heeft ondernomen om het dossier van klager met zijn instemming op zorgvuldige wijze af te sluiten bij X. Het lag vervolgens op de weg van de X om in de zaak van klager een andere geschikte advocaat te vinden. Verweerster was daarbij niet betrokken. Verweerster kan verder niet worden verweten dat X de door haar kantoor in rekening gebrachte btw-kosten aan de eenmanszaak van klager heeft doorbelast. De factuur van 22 oktober 2024 is door het kantoor van verweerster bij de X gecrediteerd, zodat de X op haar beurt daarna de aan klager doorbelaste btw-kosten had moeten crediteren. Of dat is gebeurd, betreft verweerster niet. Zij staat immers buiten de keuze van X om btw-kosten door te belasten aan een verzekerde zoals klager.

4.6 Op grond van het voorgaande is de voorzitter van oordeel dat verweerster op zorgvuldige wijze heeft gehandeld met ruim voldoende oog voor de belangen van klager. Nu van een tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen door verweerster geen sprake is, zal de voorzitter de klachtonderdelen a) tot en met e) kennelijk ongegrond verklaren.

Klachtonderdeel f)

4.7 Klager beklaagt hierin het kantoor en kantoorgenoten van verweerster. Nu alleen over het handelen van verweerster wordt geoordeeld in deze klachtzaak, zal klager kennelijk niet-ontvankelijk worden verklaard in klachtonderdeel f).

 

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

de klachtonderdelen a) tot en met e), met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond;

klager kennelijk niet-ontvankelijk in klachtonderdeel f).

 

Aldus beslist door mr. G.F. van den Berg , plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr.  M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2025.

 

Griffier                                                                     Voorzitter

 

 

Verzonden op : 20 oktober 2025