Rechtspraak
Uitspraakdatum
20-10-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRSHE:2025:148
Zaaknummer
25-258/DB/LI
Inhoudsindicatie
Verzetszaak. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 20 oktober 2025
in de zaak 25-258/DB/LI
naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 3 juni 2025 op de klacht van:
1.
2.
klagers
over:
verweerder
gemachtigde : mr. R.J.C. Geelen, advocaat te Venlo
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE
1.1 Op 4 oktober 2024 hebben klagers tegen verweerder klachten ingediend bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg (hierna: “de deken”).
1.2 Op 16 april 2025 heeft de raad het dossier van de deken ontvangen.
1.3 Bij beslissing van 3 juni 2025 heeft de voorzitter van de raad de klacht kennelijk ongegrond verklaard.
1.4 Bij verzetschrift van 25 juni 2025 hebben klagers klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.
1.5 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 8 september 2025. Verschenen zijn klager sub 1, klaagster sub 2, vertegenwoordigd door klager sub 1, en verweerder, bijgestaan door mr. G.
1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd en van het verzetschrift.
2 FEITEN EN KLACHT
2.1 Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
3 VERZET
3.1 De gronden van het verzet houden het volgende in:
Verweerder, op wie mede gelet op de familiale context een verzwaarde plicht rustte om de door hem geuite beschuldigingen op juistheid en relevantie te toetsen, heeft informatie verdraaid en gepresenteerd op een wijze die buitengewoon beschadigend was voor klager. Verweerder heeft moedwillig en foutief gemeld dat een bodemprocedure aanstaande was en heeft op deze wijze klager gemanipuleerd om in te stemmen met het depot, om uiteindelijk pas op 29 november 2024 te dagvaarden. Er bestaan gegronde redenen om de beslissing van de voorzitter te heroverwegen.
4 BEOORDELING
4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.
4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klagers niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.
4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING
De raad van discipline:
verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. J.M.H. Schoenmakers, voorzitter, mrs. A.J.C. Perdaems en W.A.A.J. Fick-Nolet, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber – van de Langenberg als griffier, en uitgesproken op 20 oktober 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 20 oktober 2025
