Rechtspraak
Uitspraakdatum
13-10-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRAMS:2025:190
Zaaknummer
25-191/A/A
Inhoudsindicatie
Raadsbeslissing. Ongegrond verzet.
Uitspraak
Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam van 13 oktober 2025 in de zaak 25-191/A/A naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 26 mei 2025 op de klacht van:
klager
over:
verweerster
1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 Op 30 juli 2024 heeft klager bij de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland een klacht ingediend over verweerster. 1.2 Bij beslissing van 22 augustus 2024 heeft het Hof van Discipline de klacht verwezen naar de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken). 1.3 Op 19 maart 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2366128/JS/FS van de deken ontvangen. 1.4 Bij beslissing van 26 mei 2025 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op dezelfde datum verzonden aan partijen. 1.5 Op 25 juni 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op dezelfde datum ontvangen. 1.6 Tevens heeft de raad kennisgenomen van de op 26 juni 2025 en op 4 juli 2025 door klager nagezonden stukken en van de door klager op 31 augustus 2025 toegezonden pleitnota. 1.7 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 1 september 2025 Daarbij waren klager en verweerster (met bericht) niet aanwezig. 1.8 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift, alsmede voornoemde aanvullende stukken van klager.
2 VERZET 2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven en voor zover de raad begrijpt, in dat klager zich met de beslissing van de voorzitter en de gronden waarop deze berust, niet kan verenigen. 2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.
3 FEITEN EN KLACHT 3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.
4 BEOORDELING 4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten. 4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Hij heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden. 4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.
BESLISSING De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.
Aldus beslist door mr. M.V. Ulrici, voorzitter, mrs. D. Horeman en M. Kemmers, leden, bijgestaan door mr. E.E. Wouters als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 13 oktober 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 13 oktober 2025
