Rechtspraak
Uitspraakdatum
13-10-2025
ECLI
ECLI:NL:TADRARL:2025:220
Zaaknummer
25-558/AL/GLD
Inhoudsindicatie
voorzittersbeslissing over de advocaat van de wederpartij van klager. Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster met de door haar gebruikte termijn ‘achtervolgen’ in haar e-mail geen onjuiste beschrijving gegeven van de feitelijke situatie. Klager heeft zijn ex-partner immers meermaals en bovendien rechtstreeks aangeschreven met telkens dezelfde vraag om informatie. Dit terwijl klager uit de duidelijke e-mail van verweerster van 1 oktober 2024 wist, dan wel had kunnen begrijpen dat zijn ex-partner de verzochte informatie alleen zou verstrekken in een door klager te starten wijzigingsprocedure. Naar het oordeel van de voorzitter is van een grievende uitlating door verweerster geen sprake is geweest. De klacht wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard.
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden
van 13 oktober 2025
in de zaak 25-558/AL/GLD
naar aanleiding van de klacht van:
klager
over
verweerster
De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief met bijlagen volgens de inventarislijst van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland (hierna: de deken) van 19 augustus 2025 met kenmerk K 25/28.
1 FEITEN
Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.
1.1 Klager is in 2016 gescheiden van zijn ex-partner.
1.2 In 2019 is tussen klager en zijn ex-partner een procedure gevoerd om de bijdrage in de kosten van levensonderhoud ten behoeve van de ex-partner te wijzigen.
1.3 Sinds 2023 behartigt verweerster de belangen van de ex-partner.
1.4 Op 11 september 2024 heeft klager aan verweerster het volgende geschreven:
Graag zou ik inzicht willen hebben in de activiteiten van [ex-partner] vanaf januari 2020 die erop gericht zijn om zelf in haar levensonderhoud te voorzien of activiteiten die de kans op werk vergoten (opleiding, cursussen). Ik wil graag concrete en verifieerbare activiteiten. Het in 2019 aangeleverde overzichtje is vaak niet concreet en/of niet verifieerbaar en ik heb daarom de sterke indruk dat er activiteiten ‘’verzonnen’’ zijn om het wat te laten lijken. In Nederland hanteren we de norm dat iemand met een uitkering van het UWV vier keer per vier weken moet solliciteren. Niet dat ik dezelfde norm voor [ex-partner] stel, maar het moet ook weer niet teveel afwijken. Ik wil graag dat inzicht voor 1 oktober 2024. Als ik dan niets heb gehoord dan ga ik ervan uit dat er vanaf januari 2020, geen inspanningen zijn geweest van [ex-partner] om zelf in haar levensonderhoud te voorzien. (Antwoord/overzicht mag [ex-partner] ook rechtstreeks naar mij mailen).
1.5 In zijn e-mail van 30 september 2024 heeft klager aan verweerster het volgende geschreven:
Ik heb geen reactie van jou of [ex-partner] gekregen. Ik leid daaruit af dat [ex-partner] geen inspanningen heeft geleverd om invulling te geven aan het verdienvermogen zoals de rechter dat in 2019 heeft bepaald.
Ik concludeer daaruit dat ze inmiddels (op een andere wijze?) economisch zelfstandig is geworden. Dat maakt ook mijn maandelijkse bijdrage overbodig.
Mocht ik het verkeerd zien geef het dan even aan, dan pak ik de betaling van de alimentatie gelijk weer op.
1.6 Op 1 oktober 2024 heeft verweerster namens de ex-partner onder meer als volgt op de e-mails van klager gereageerd:
U bent verplicht om de partneralimentatie conform de beschikking van de rechtbank Den Haag van 20 december 2019 te blijven voldoen, inclusief een verhoging als gevolg van de wettelijke indexering. Slechts een beschikking van de rechtbank waarin de beschikking van 20 december 2019 wordt herzien, kan het door u te betalen bedrag wijzigen.
Indien u een wijziging / nihil stelling wenst van het door u te betalen alimentatiebedrag dan dient u, via een eigen advocaat een procedure bij de rechtbank op te starten.
Het is niet toegestaan om voor eigen rechter te spelen door eenzijdig uw betalingen stop te zetten.
Indien u dit wel doet dan zal cliënte de beschikking van 20 december 2019 zonder verdere aankondiging ten uitvoer laten leggen en de kosten daarvan komen voor uw rekening.
Voor de goede orde: ik ga met u niet verder in discussie hierover.
Als u van mening bent dat een wijziging van uw alimentatieverplichting gerechtvaardigd is dan kan een eigen advocaat u hierover adviseren en uw belangen behartigen en daarover vervolgens contact met mij opnemen.
1.7 Klager heeft op 17 januari 2025 rechtstreeks aan zijn ex-partner geschreven:
Ik vraag je vriendelijk om 1 februari 2025 een reactie te geven op deze brief. Bij een uitblijvende reactie voor die datum, ga ik ervan uit dat je (1) instemt met de indexering van de alimentatie vanaf januari 2025, (2) geen invulling hebt gegeven aan de verdiencapaciteit en dat je (3) geen noemenswaardige inspanning hebt geleverd om zelf te voorzien in je levensonderhoud. Silent procedure.
1.8 Op 29 januari 2025 heeft klager zijn ex-partner opnieuw rechtstreeks aangeschreven en haar verzocht om een overzicht te geven van de inspanningen die zij heeft verricht om in haar levensonderhoud te voorzien.
1.9 Op 31 januari 2025 heeft verweerster namens haar cliënte onder meer als volgt op de e‑mails van klager aan haar cliënte gereageerd:
Reeds op 1 oktober 2024 heb ik u uitgelegd dat wanneer u van mening bent dat een wijziging/ verlaging van uw alimentatieverplichting - waarvan de bijdrage is vastgesteld door de rechtbank Den Haag op 20 december 2019 - gerechtvaardigd is dan kan een eigen advocaat u hierover adviseren en uw belangen behartigen en daarover vervolgens contact met mij opnemen. Tot op heden heb ik daarover niet vernomen waardoor ik op dit moment concludeer dat juridische gronden voor een verlaging van uw bijdrage niet aan de orde zijn. In uw brief van 17 januari 2025 aan cliënte schrijft u immers ook dat u vooralsnog niet kiest voor een nieuwe herziening. Om welke reden u cliënte blijft achtervolgen met uw vragen over haar inkomenssituatie of haar inspanningen daartoe is mij dan ook - als advocaat zijnde - een raadsel.
1.10 Op 13 februari 2025 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.
2 KLACHT
De klacht houdt in, zakelijk weergegeven, dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet door:
zich onnodig grievend over klager uit te laten.
Toelichting: Verweerster schrijft in haar e-mail van 31 januari 2025 aan klager: “Om welke redenen u cliënte blijft achtervolgen met u vragen over haar inkomenssituatie of haar inspanningen daartoe is mij dan ook - als advocaat zijnde - een raadsel”. Volgens klager heeft het woord ‘achtervolgen’ een negatieve connotatie en is suggestief en vilein. Hij betwist dat hij zijn ex-partner achtervolgt. Hij heeft een eenvoudige vraag gesteld waarop hij geen antwoord kreeg.
3 VERWEER
De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.
4 BEOORDELING
4.1 Deze zaak betreft een klacht over de advocaat van de wederpartij. Voor alle advocaten geldt dat zij partijdig zijn en in principe alleen de belangen van hun eigen cliënt hoeven te behartigen. Zij hebben veel vrijheid om te doen wat in het belang van hun cliënt nodig is, maar die vrijheid is wel begrensd. Advocaten mogen de belangen van de wederpartij niet onnodig of op een ontoelaatbare manier schaden. Zij mogen zich bijvoorbeeld niet onnodig kwetsend uitlaten over de wederpartij. Ook mogen advocaten niet bewust onjuiste informatie verschaffen. Daarbij geldt dat advocaten er in beginsel van mogen uitgaan dat de informatie die zij van hun cliënt hebben gekregen juist is. Slechts in uitzonderingsgevallen zijn advocaten gehouden de juistheid van die informatie te controleren. Tot slot hoeven advocaten in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat zij voor hun cliënt willen bereiken, opweegt tegen het nadeel dat zij aan de wederpartij toebrengen.
4.2 Verweerster heeft in haar verweer aangegeven dat zij de gewraakte term ‘achtervolgen’ in haar e-mail van 31 januari 2025 heeft gebruikt in de zin van ‘belasten’ of ‘hinderen’ en met die term niet de intentie had om klager persoonlijk aan te vallen. Volgens verweerster heeft zij klager daarmee duidelijk willen maken dat haar cliënte het herhaaldelijk door hem opvragen van dezelfde informatie als hinderlijk heeft ervaren.
4.3 Naar het oordeel van de voorzitter heeft verweerster met de door haar gebruikte termijn ‘achtervolgen’ in haar e-mail van 31 januari 2025 geen onjuiste beschrijving gegeven van de feitelijke situatie. Klager heeft zijn ex-partner immers meermaals en bovendien rechtstreeks aangeschreven met telkens dezelfde vraag om informatie. Dit terwijl klager uit de duidelijke e-mail van verweerster van 1 oktober 2024 wist, dan wel had kunnen begrijpen dat zijn ex-partner de verzochte informatie alleen zou verstrekken in een door klager te starten wijzigingsprocedure.
4.4 Op grond van het voorgaande is de voorzitter van oordeel dat van een grievende uitlating door verweerster geen sprake is geweest zodat haar tuchtrechtelijk geen verwijt treft. De klacht wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard.
BESLISSING
De voorzitter verklaart:
de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, kennelijk ongegrond.
Aldus beslist door mr. O.P. van Tricht, plaatsvervangend voorzitter, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2025.
Griffier Voorzitter
Verzonden op: 13 oktober 2025
