Rechtspraak
Uitspraakdatum
14-08-2025
ECLI
ECLI:NL:TAHVD:2025:198
Zaaknummer
250265
Inhoudsindicatie
Klacht niet verwezen. Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een advocaat ter discussie te stellen
Uitspraak
Beslissing van de voorzitter van
het Hof van Discipline van 14 augustus 2025 in de zaak 250265 naar aanleiding van de klacht van: klager tegen:
verweerder
1 HET VERZOEK
De voorzitter van het hof verwijst naar het e-mailbericht van 6 juni 2025 van de stafjurist van de Orde van Advocaten Oost-Brabant, met bijgevoegd een klacht van klager over verweerder van 5 juni 2025.
2 DE BEOORDELING
2.1 Op grond van het bepaalde in artikel 46c lid 5 Advocatenwet dient een klacht tegen een deken in beginsel te worden verwezen naar een deken van een andere orde. De voorzitter zal hiertoe echter niet beslissen en licht dit als volgt toe.
2.2 Klager heeft een klacht ingediend over mr. De M. Verweerder heeft deze klacht geregistreerd onder nummer 48|24|137K. Op 24 april 2025 heeft verweerder een dekenstandpunt bekend gemaakt aan klager. Op 5 juni 2025 heeft klager de raad van discipline verzocht zijn klacht in behandeling te nemen. In het voormelde e-mailbericht van 6 juni 2025 van de stafjurist is vermeld dat klager het griffierecht niet heeft voldaan.
2.3 Op 1 april 2025 heeft klager een tweede klacht ingediend over mr. De M. Verweerder heeft deze klacht geregistreerd onder nummer 48|25|051K. Op 28 april 2025 heeft verweerder klager het advies gegeven deze (nieuwe) klacht niet langer door te zetten. Klager heeft verweerder bij e-mail van 13 mei 2025 bericht dat advies niet over te nemen; tevens dient hij een klacht in tegen de deken. Bij e-mail van 13 mei 2025 heeft verweerder klager bericht de klacht in het klachtdossier 48|25|051K weer op te pakken. In die e-mail bericht verweerder klager ook dat zijn klacht tegen het dekenstandpunt in het klachtdossier 48|24|137K rechtstreeks kan worden ingediend bij het hof.
2.4 Bij e-mail van 5 juni 2025 stuurt klager zijn klacht tegen het dekenstandpunt aan verweerder. Hij verzoekt verweerder deze door te sturen naar de raad van discipline, naar het hof begrijpt is bedoeld: het Hof van Discipline.
2.5 Bij het voormelde e-mailbericht van 6 juni 2025 van de stafjurist is de klacht tegen het dekenstandpunt in het klachtdossier 48|24|137K van 5 juni 2025 doorgestuurd naar het hof.
2.6 Uit het vorenstaande begrijpt het hof dat klager een klacht heeft over de deken inzake (de totstandkoming van) het dekenstandpunt in het klachtdossier 48|24|137K. In het klachtdossier 48|25|051K was door verweerder in juni 2025 (nog) geen dekenstandpunt ingenomen en is de behandeling van dat dossier weer opgepakt. Het verwijzingsverzoek betreft dus alleen de klacht over de deken inzake het dekenstandpunt in het klachtdossier 48|24|137K.
2.7 Een klacht tegen een deken is geen middel om de inhoud van een dekenvisie over de klacht tegen een advocaat ter discussie te stellen. Een klager kan de klacht, na betaling van het griffierecht, voorleggen aan de raad van discipline en laten beoordelen door de(ze) tuchtrechter. Klager kan in de procedure bij de raad van discipline (inzake het klachtdossier 48|24|137K) zijn bezwaren tegen (de totstandkoming van het dekenstandpunt van) de deken inbrengen.
2.8 De stafjurist heeft in de voormelde e-mail van 6 juni 2025 opgemerkt dat het griffierecht nog niet is betaald. Indien klager het griffierecht alsnog voldoet, kan klager binnen de kaders van die procedure naar voren brengen op welke punten de visie van de deken volgens hem niet deugt en dat de tuchtrechter tot een andere conclusie zou moeten komen dan verweerder. Daarom zal de voorzitter de klacht tegen de deken niet verwijzen.
3 BESLISSING
De voorzitter van het Hof van Discipline:
wijst het verzoek tot verwijzing af.
Deze beslissing is gewezen op 14 augustus 2025 door mr. drs. P. Fortuin, plaatsvervangend voorzitter.
Plaatsvervangend voorzitter
De beslissing is verzonden op 14 augustus 2025.
