Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

13-10-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2025:223

Zaaknummer

25-069/AL/NN

Inhoudsindicatie

ongegrond verzet

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden

van 13 oktober 2025

in de zaak 25-069/AL/NN

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 24 maart 2025 op de klacht van:

 

klager

 

over                                                 

 

verweerder

 

 

1 Verloop van de procedure

1.1 Op 28 april 2024 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Noord-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.

1.2 Op 30 januari 2025 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 2024 KNN056 / 2339957 van de deken ontvangen.

1.3 Bij beslissing van 24 maart 2025 heeft de voorzitter van de raad de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Op 19 april 2025 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.4 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 5 september 2025 . Daarbij waren klager en verweerder aanwezig.

1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift .

 

2 VERZET

2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:

I) de weergave van de feiten in de beslissing is op veel punten onjuist althans onvolledig, onder meer door het ontbreken van het door klager bij de deken ingediende forensisch onderzoek van 385 pagina’s, waardoor de voorzitter de klacht niet inhoudelijk heeft kunnen beoordelen;

II) klager is niet bekend met het door verweerder onder 3.1 genoemde verweer. De berichten van de griffie van de raad worden beveiligd - met een slot - verstuurd. Vanwege klagers medische problematiek worden zijn berichten automatisch naar een verzamel e-mail gestuurd. Die kan geen beveiligde e-mail ontvangen, waardoor klager informatie of belangrijke berichten heeft gemist;

III) de voorzitter heeft miskend dat verweerder onvoldoende deskundig heeft gehandeld;

IV) de voorzitter heeft ook miskend dat verweerder in strijd met de opdracht van klager het kort geding heeft ingetrokken, terwijl een rechterlijke uitspraak in kort geding de enige manier van klager was om snel van de onjuiste BKR-notering af te komen voor het verlopen van de optie op 8 april 2024;

V) de voorzitter heeft zich laten misleiden omdat verweerder wist dat klager niet gebaat was bij intrekking van het kort geding en bij de toen gemaakte schikkingsafspraak dat klager de proceskosten van de bank niet hoefde te betalen, omdat klager die kosten had willen betalen om maar snel een uitspraak te krijgen.

VI) Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.

 

3 feiten en klacht

Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

 

4 BEOORDELING

4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Daarmee hoeft in redelijkheid niet te worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is.

4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

 

BESLISSING

De raad van discipline:

 

verklaart het verzet ongegrond.

 

Aldus beslist door mr. M.H. van der Lecq, voorzitter, mrs. M.M. Mok en G.N. Paanakker, leden, bijgestaan door mr. M.M. Goldhoorn als griffier en uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2025

 

Griffier                                                                               Voorzitter

 

Verzonden op: 13 oktober 2025