Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

13-10-2025

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2025:225

Zaaknummer

25-521/AL/ZWB/W

Zaaknummer

25-522/AL/LI/W

Zaaknummer

25-523/AL/LI/W

Inhoudsindicatie

Wrakingsbeslissing. De wrakingskamer verklaart het verzoek kennelijk ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de wrakingskamer van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden als plaatsvervanger van de wrakingskamer van de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch

van 13 oktober 2025

in de zaken 25-521/AL/ZWB/W, 25-522/AL/LI/W, 25-523/AL/LI/W

naar aanleiding van het verzoek tot wraking van de hierna te noemen tuchtrechter van de Raad van Discipline, ingediend door

 

verzoeker

over

 

verweerster

 

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 

1.1 Bij de raad van discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch zijn klachten van verzoekers tegen de advocaten mrs. C.W.L. van de Merbel (25-026/DB/ZWB), L.H.G. Pelzer (25‑430/DB/LI) en J. van der Horst (25-452/DB/LI) in behandeling.

1.2 Verzoeker heeft in een e-mail van 3 augustus 2025 in deze drie klachtzaken verzocht om de wraking van verweerster.

1.3 Het wrakingsverzoek is in behandeling genomen door de wrakingskamer van de raad van discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden, verder te noemen de wrakingskamer, als plaatsvervanger van de wrakingskamer van de raad van discipline in het ressort ’s‑Hertogenbosch.

1.4 De griffier van de wrakingskamer heeft verweerster verzocht op het wrakingsverzoek te reageren. Verweerster heeft in een e-mail van 5 september 2025 laten weten dat zij niet in de wraking berust en zij heeft een inhoudelijke reactie op het wrakingsverzoek gegeven. Die e-mail van verweerster is door de griffie van de wrakingskamer aan verzoeker gestuurd.  

1.5 In de klachtzaak met nummer 25-026/DB/ZWB heeft verzoeker op 27 januari 2025 ook een wrakingsverzoek ingediend. De wrakingskamer heeft in een beslissing van 24 februari 2025 dat wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard. Daarna heeft verzoeker op 25 februari 2025 in diezelfde zaak wederom een wrakingsverzoek ingediend. De raad heeft daarop beslist dat dit wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen. Ook is beslist dat gelet op het oneigenlijk gebruik van de mogelijkheid tot wraking een volgend verzoek om wraking in deze klachtzaak niet in behandeling wordt genomen. Gelet op deze beslissing zal het onderhavige wrakingsverzoek in de zaak met nummer 25-026/DB/ZWB  niet in behandeling worden genomen.

1.6 In een e-mailbericht van 24 augustus 2025 heeft verzoeker - nog voordat de samenstelling van de wrakingskamer bekend was - ook een verzoek tot wraking van de wrakingskamer ingediend. Op grond van artikel 2 lid 1 onder e), h) en i) van het Wrakingsprotocol Raden van Discipline zal dat verzoek niet in behandeling worden genomen.

 

2 GRONDEN VAN HET WRAKINGSVERZOEK

2.1 Verzoeker heeft - zakelijk weergegeven - als grond voor zijn wrakingsverzoek aangevoerd dat verweerster hem niet heeft toegestaan om meer dan 25 pagina´s aan aanvullende stukken in te dienen.

 

3 BEOORDELING VAN HET WRAKINGSVERZOEK

3.1 Op grond van artikel 512 Wetboek van Strafvordering kan op verzoek van een partij elk van de tuchtrechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De artikelen 512 tot en met 519 Wetboek van Strafvordering zijn door artikel 47 Advocatenwet van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de tuchtrechters van de raad. De wrakingskamer moet dus onderzoeken of dergelijke feiten of omstandigheden door verzoeker zijn gesteld en aannemelijk zijn geworden. Uitgangspunt daarbij is dat een lid van de raad moet worden vermoed uit hoofde van zijn benoeming/verkiezing onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat het lid ten opzichte van verzoeker vooringenomenheid koestert, althans dat de bij verzoeker bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. De wrakingskamer zal aan de hand van deze maatstaf het wrakingsverzoek van verzoeker beoordelen.

3.2 De beslissing van verweerster om niet toe te staan dat er meer dan 25 pagina´s aan aanvullende stukken mogen worden overgelegd, is een procesbeslissing. De vraag of een procesbeslissing inhoudelijk juist is, leent zich niet voor een oordeel door de wrakingskamer. Een procesbeslissing kan wel een grond voor wraking opleveren als die beslissing zozeer onbegrijpelijk is, dat deze een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de vrees dat de tuchtrechter partijdig is dan wel tegenover verzoeker een vooringenomenheid koestert – objectief – gerechtvaardigd is. Dat is naar het oordeel van de wrakingskamer niet het geval. Deze beslissing van verweerster is begrijpelijk en overeenkomstig het Procesreglement. Ook van andere uitzonderlijke omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat verweerster ten opzichte van verzoeker vooringenomenheid zou koesteren, is niet gebleken.

3.3 Het verzoek is naar het oordeel van de wrakingskamer op grond van het bovenstaande kennelijk ongegrond. De wrakingskamer zal, met gebruikmaking van artikel 4 van het Wrakingsprotocol raden van discipline, het verzoek daarom zonder behandeling ter zitting kennelijk ongegrond verklaren. Ook overweegt de wrakingskamer dat de manier waarop verzoeker gebruik maakt van het wrakingsmiddel is aan te merken als misbruik van recht. De wrakingskamer zal daarom op grond van artikel 515 lid 4 Wetboek van Strafvordering en artikel  47 lid 2 Advocatenwet bepalen dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling wordt genomen. 

 

BESLISSING

De wrakingskamer:

verklaart het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond; bepaalt dat de procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek; bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaken niet in behandeling wordt genomen.  

Deze beslissing is gegeven door mr. O.P. van Tricht, voorzitter, mrs. A.E. Mulder en M.M. Kuyp, leden, in tegenwoordigheid van mr. W.B. Kok als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2025.

 

griffier                                                               voorzitter

 

Verzonden op: 13 oktober 2025