Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

18-03-2024

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2024:47

Zaaknummer

23-524/DB/ZWB

Inhoudsindicatie

Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 18 maart 2024

in de zaak 23-524/DB/ZWB

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 15 augustus 2023 op de klacht van:

 

klager

over:

 

verweerder

 

 

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 

1.1 Op 27 maart 2023 heeft klager tegen verweerder een klacht ingediend.

1.2 Op 20 juli 2023 heeft de raad het dossier met kenmerk K23-026 van de deken ontvangen.

1.3 Bij beslissing van 15 augustus 2023 heeft de (vice-)voorzitter van de raad de klacht deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond verklaard.

1.4 Op 21 augustus 2023 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de (vice-) voorzitter.

1.5 Partijen zijn opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 5 februari 2024. Partijen zijn niet verschenen.

1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de (vice-)voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de (vice-)voorzitter is gebaseerd en van het verzetschrift.

 

2 FEITEN EN KLACHT

Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de (vice-)voorzitter.

 

3 VERZET

De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:

De (vice-)voorzitter heeft ten onrechte toepassing gegeven aan artikel 46j Advocatenwet. De (vice-)voorzitter heeft geoordeeld over stukken die niet door verweerder in het geding zijn gebracht. De (vice-)voorzitter heeft de klacht ten onrechte deels kennelijk niet-ontvankelijk, deels kennelijk ongegrond verklaard.

 

4 BEOORDELING

4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de (vice-)voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de (vice-) voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klager niet slagen. De (vice-)voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.

4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de (vice-)voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

 

BESLISSING

De raad van discipline:

verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. E. Loesberg, voorzitter, mrs. A.A.M. Schutte en M.J. Hoekstra, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber – van de Langenberg als griffier en uitgesproken op 18 maart 2024.

 

Griffier                                                           Voorzitter

 

Verzonden op: 18 maart 2024