Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

22-01-2024

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2024:31

Zaaknummer

23-344/AL/GLD

Inhoudsindicatie

Verzetbeslissing. Het verzet is niet tijdig door de raad ontvangen. De termijnoverschrijding is niet verschoonbaar, omdat de door klager aangevoerde omstandigheden voor risico van klager komen. Verzet niet-ontvankelijk.  

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwardenvan 22 januari 2024 in de zaak 23-344/AL/GLD naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 7 augustus 2023 op de klacht van:

klager oververweerder gemachtigde: mr. [Van O]

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 Op 17 mei 2022 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Gelderland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder. 1.2 Op 23 mei 2023 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K 22/62 van de deken ontvangen. 1.3 Bij beslissing van 7 augustus 2023 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op dezelfde dag verzonden aan partijen. 1.4 Op 7 september 2023 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op dezelfde dag ontvangen. 1.5 Het verzet is niet behandeld op een zitting van de raad. Beide partijen hebben ingestemd met een schriftelijke afhandeling van de ontvankelijkheid van het verzet. 1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. Tevens heeft de raad kennisgenomen van de brief van de griffier van de raad van 3 oktober 2023, de e-mailberichten van klager van 16 oktober 2023, het e-mailbericht van de gemachtigde van verweerder van 2 november 2023, het e-mailbericht van de griffie van de raad van 3 november 2023, de reactie daarop van de gemachtigde van verweerder bij e-mailbericht van 3 november 2023 en het e-mailbericht van klager van 4 november 2023.

2 VERZET 2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, in dat klager het niet eens is met de beslissing van de voorzitter. Hij heeft onder meer erop gewezen dat de voorzitter in zijn beslissing ten onrechte geen oordeel heeft gegeven over het feit dat verweerder de getekende overeenkomst naderhand eenzijdig, zonder akkoord van klager, heeft gewijzigd terwijl dit een ingrijpend punt betrof, namelijk het niet meer aangesloten zijn bij de Geschillen Commissie Advocatuur. Ook meent klager dat het niet terecht is, dat blijkens de voorzittersbeslissing hij als klager alles moet bewijzen, terwijl verweerder zijn resultaten niet hoeft aan te tonen, zijn uren niet correct hoeft te verantwoorden en de vermeende gestuurde declaraties niet hoeft over te leggen. Voor het overige heeft klager in zijn verzetschrift zijn bezwaren tegen de handelwijze van verweerder herhaald en nader toegelicht. 2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.

3 FEITEN EN KLACHT 3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

4 BEOORDELING 4.1 Voordat de raad het verzet inhoudelijk kan beoordelen, moet de raad ambtshalve vaststellen of het verzet tijdig is ingediend. 4.2 Op grond van artikelen 46j en 46h van de Advocatenwet kan tegen een beslissing van de voorzitter binnen dertig dagen na de dag van de verzending van het afschrift van de beslissing verzet worden gedaan bij de raad van discipline. De voorzittersbeslissing is op 7 augustus 2023 per aangetekende e-mail naar partijen gezonden. De termijn van dertig dagen begint op de dag volgend op die van de verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het verzetschrift zijn ontvangen op de griffie van de raad van discipline. Het verzetschrift had derhalve uiterlijk op 6 september 2023 door de griffie van de raad ontvangen moeten zijn. De griffie heeft echter te laat, namelijk op 7 september 2023, de e-mailberichten van klager waarin hij in verzet gaat, ontvangen. 4.3 De griffier heeft klager in haar brief van 3 oktober 2023 gevraagd gemotiveerd uiteen te zetten waarom hij meent dat zijn te laat ingediende verzet wel door de raad in behandeling genomen moet worden en dus ontvankelijk is. Klager heeft in zijn reactie hierop aangegeven dat hij op het moment waarop hij zijn verzetschrift wilde opstellen pech kreeg met zijn auto in het buitenland. Hierdoor had hij niet de beschikking over zijn laptop en had hij ook problemen met het internet op zijn mobiele telefoon.  4.4 Naar het oordeel van de raad zijn dit omstandigheden die voor risico van klager komen. Nu het verzet niet tijdig door de raad is ontvangen en klager geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd waaruit blijkt dat deze termijnoverschrijding verschoonbaar is, zal de raad het verzet niet-ontvankelijk verklaren.

BESLISSING De raad van discipline verklaart het verzet niet-ontvankelijk.

Aldus beslist door mr. M.F.J.N. van Osch, voorzitter, mrs. Y.M. Nijhuis en M. Tijseling, leden, bijgestaan door mr. W.E. Markus-Burger als griffier en uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2024.

Griffier                                                                                                                                                 Voorzitter   Verzonden d.d. 22 januari 2024