Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

01-02-2024

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2024:18

Zaaknummer

23-855/DB/LI

Inhoudsindicatie

Voorzittersbeslissing. Uit hetgeen klaagster op het door haar ingevulde klachtformulier naar voren heeft gebracht is de voorzitter niet gebleken dat de klacht betrekking heeft op het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van advocaat. De voorzitter heeft voorts in de overgelegde stukken geen aanknopingspunten gevonden voor de bevoegdheid van de tuchtrechter.  Voor het advocaten tuchtrecht is ter zake hetgeen klaagster aan de orde wil stellen geen rol weggelegd. Raad kennelijk onbevoegd.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch van 1 februari 2024

in de zaak 23-855/DB/LI

naar aanleiding van de klacht van:

 

klaagster

over:

 

verweerder

 

De voorzitter van de raad van discipline heeft kennisgenomen van de brief van 8 december 2023 van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg (hierna: de deken) met kenmerk K23-099 en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 3.

 

1 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

1.1       Klaagster is een politieke partij.

1.2       Op 14 november 2023 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend tegen verweerder.

 

2 KLACHT

2.1 Klaagster verwijt verweerder het volgende:

Verweerder heeft samen met derden geprobeerd om mensen van statuur tegen klaagster op te zetten, klaagster kalt te laten stellen en klaagster uit te sluiten van de verkiezingen.

 

3 BEOORDELING

3.1       Uit hetgeen klaagster op het door haar ingevulde klachtformulier naar voren heeft gebracht is de voorzitter niet gebleken dat de klacht betrekking heeft op het optreden van verweerder in zijn hoedanigheid van advocaat. De voorzitter heeft voorts in de overgelegde stukken geen aanknopingspunten gevonden voor de bevoegdheid van de tuchtrechter.  Voor het advocaten tuchtrecht is ter zake hetgeen klaagster aan de orde wil stellen geen rol weggelegd.

3.2       De voorzitter zal de raad op grond van het voorgaande kennelijk onbevoegd verklaren.

 

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

dat de raad, met toepassing van artikel 46j lid 1 aanhef en sub a Advocatenwet, kennelijk onbevoegd is.

Aldus beslist door mr. E. Loesberg, voorzitter, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber- van de Langenberg, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 1 februari 2024.

 

Griffier                                                            Voorzitter

 

 

Verzonden op:  1 februari 2024