Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

13-02-2023

ECLI

ECLI:NL:TADRARL:2023:45

Zaaknummer

22-043/AL/MN

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem-Leeuwarden van 13 februari 2023 in de zaak 22-043/AL/MN naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 21 maart 2022 op de klacht van:

klager oververweerder tot 31 december 2021 advocaat te [plaats]

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 1.1 Op 1 juli 2021 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Midden-Nederland (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder. 1.2 Op 20 januari 2022 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk Z 1479221/HH/SD van de deken ontvangen. 1.3 Bij beslissing van 21 maart 2022 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 21 maart 2022 verzonden aan partijen. 1.4 Op 18 april 2022 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op dezelfde datum ontvangen. 1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 14 november 2022. Daarbij waren klager en verweerder aanwezig. Een voormalig kantoorgenoot van verweerder was als toehoorder aanwezig. 1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift.

2 VERZET 2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, in dat klager zich met de beslissing van de voorzitter en de gronden waarop deze berust, niet kan verenigen. 2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet althans niet gemotiveerd, op. Hij volstaat met de stelling dat hetgeen door de voorzitter in de beslissing als “feiten” is opgenomen, geen “feiten” zijn.

3 FEITEN EN KLACHT 3.1 Nu door klager niet nader is gemotiveerd dat en waarom de feitenweergave door de voorzitter onjuist is en van welke feiten dan wél had moeten worden uitgegaan, gaat de raad van de feitenweergave van de voorzitter uit. Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad derhalve naar de beslissing van de voorzitter.

4 BEOORDELING 4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten. 4.2 De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen; de voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Hij of zij heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden. 4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

BESLISSING De raad van discipline: - verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, mrs. P.Th. Mantel en A.W. Siebenga, leden, bijgestaan door mr. M.M.C. van der Sanden als griffier en uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2023.

Griffier                                                                                   Voorzitter  Bij afwezigheid van mr. M.M.C. van der Sanden is deze beslissing ondertekend door mr. M.M. Goldhoorn (griffier) Verzonden d.d. 13 februari 2023