Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

19-12-2022

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2022:175

Zaaknummer

22-474/DB/LI

Inhoudsindicatie

Verzet. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Verzet ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort  ‘s-Hertogenbosch van 19 december 2022

in de zaak 22-474/DB/LI

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 12 juli 2022 op de klacht van:

 

klaagster

 

over:

 

verweerder

 

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE 

1.1 Op 9 november 2021 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Limburg (hierna: “de deken”) een klacht ingediend over verweerder.

1.2 Op 10 juni 2022 heeft de raad het dossier met kenmerk K21-125 van de deken ontvangen.

1.3 Bij beslissing van 12 juli 2022 heeft de voorzitter van de raad (hierna: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard.

1.4 Op 2 augustus 2022 heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.5 De griffier van de raad heeft klaagster en verweerder bij brieven van 5 augustus 2022  opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzet tijdens de zitting van de raad op 7 november 2022. Verweerder is ter zitting van de raad verschenen. Klaagster is niet verschenen. Klaagster heeft de raad bericht niet ter zitting te zullen verschijnen en heeft niet om aanhouding verzocht, zodat de zaak in afwezigheid van klaagster is behandeld.

1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de beslissing van de voorzitter is gebaseerd, van het verzetschrift en van de volgende nagekomen stukken:

de e-mailberichten d.d. 5 augustus 2022 met bijlage van klaagster; de e-mailberichten d.d. 8 augustus 2022 van klaagster; het e-mailbericht d.d. 30 september 2022 van klaagster; het e-mailbericht d.d. 1 oktober 2022 van klaagster

 

2 FEITEN en KLACHT

Voor een weergave van de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

 

3 VERZET

De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:

Het hoor- en inzagerecht is geschonden als gevolg waarvan de beslissing van de voorzitter is gebaseerd op onjuiste feiten.

 

4 BEOORDELING  

4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2 De raad is op grond van het verzetschrift van oordeel dat de verzetgronden van klaagster niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling van de klacht de juiste maatstaf toegepast en voorts rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval.

4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

 

BESLISSING

De raad van discipline:

verklaart het verzet ongegrond.

 

Aldus beslist door mr. E. Loesberg, voorzitter, mrs. W.H.N.C. van Beek en R. van den Dungen, leden, bijgestaan door mr. T.H.G. Huber – Van de Langenberg, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 19 december 2022.

 

Griffier                                                           Voorzitter

 

 

Verzonden op: 19 december 2022