Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

10-01-2022

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2022:3

Zaaknummer

21-280/DB/OB

Inhoudsindicatie

Verzetzaak. Klaagster verwijt verweerster dat zij haar zoon (de wederpartij van klaagster) niet naar behoren heeft bijgestaan. Klaagster herhaalt haar klachten en kan voor het overige de gronden van haar verzet niet onderbouwen. Desgevraagd kan klaagster niet aangeven welke onderdelen van haar klacht door de voorzitter niet zijn behandeld. Verzet ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Hertogenbosch van 10 januari 2022

in de zaak 21-280/DB/OB

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 25 mei 2021 op de klacht van:

 

klaagster

 

over:

 

verweerster

 

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Op 9 september 2020 heeft klaagster bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Oost-Brabant (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerster.

1.2 Op 19 maart 2021 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk 48 | 21 | 162K van de deken ontvangen.

1.3 Bij beslissing van 25 mei 2021 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op 25 mei 2021 verzonden aan partijen.

1.4 Op 24 juni 2021 heeft klaagster verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op 24 juni 2021 ontvangen.

1.5 Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 15 november 2021. Daarbij waren klaagster en verweerster, bijgestaan door mr. X, aanwezig.

1.6 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift.

 

2 VERZET

2.1 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:

- niet alle standpunten van klaagster zijn meegenomen in de beslissing van de voorzitter, haar klacht is niet goed begrepen en er is van verkeerde standpunten uitgegaan;

- de voorzitter is niet op de hele klacht ingegaan;

- verweerster heeft in haar beroepschrift onwaarheden geschreven over de overgang op school;

- in het beroepschrift is de aanval op klaagster ingezet (het verschil van mening, de verstoorde verhouding, geen goed contact op de rechtbank, contact met externen verbieden, bankrekening blokkeren);

- verweerster heeft de brief van de biologische vader van de zoon van klaagster gebruikt terwijl hij was gesommeerd stukken, die hij niet mocht krijgen, te retourneren en er niets mee te doen.

2.2 Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klaagster in verzet niet op.

 

3 FEITEN EN KLACHT

3.1 Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

 

4 BEOORDELING

4.1 Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2 De raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde verzetsgronden niet slagen. De eerste twee gronden zijn onvoldoende door klaagster onderbouwd. Tijdens de mondelinge behandeling kon klaagster desgevraagd niet aangeven welke van haar standpunten niet zijn meegenomen in de beslissing van de voorzitter. Evenmin heeft klaagster aan kunnen geven op welke onderdelen van haar klacht door de voorzitter niet is ingegaan. De raad heeft bij lezing van de stukken zelf ook geen feiten of omstandigheden aangetroffen die de voorzitter kennelijk buiten beschouwing heeft gelaten of klachtonderdelen waarop niet zou zijn ingegaan. De overige drie verzet gronden zijn in feite een herhaling van de door klaagster ingediende klacht en kunnen evenmin tot de gegrondverklaring van het verzet leiden. De voorzitter heeft naar het oordeel van de raad bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. De overwegingen kunnen de beslissing dragen zodat zij  de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond heeft bevonden.

4.3 Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

 

BESLISSING

De raad van discipline verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. R.A.J. van Leeuwen, voorzitter, mrs. L.J.G. de Haas, L.R.G.M. Spronken, leden, bijgestaan door mr. C.M. van den Reek als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 10 januari 2022.

 

Griffier                                                           Voorzitter