Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

16-08-2021

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2021:144

Zaaknummer

21-520/DB/OB

Inhoudsindicatie

Advocaat van de wederpartij. Advocaat betwist dat er sprake is van een vriendschappelijk relatie tussen verweerster en haar cliënte. Maar ook indien er sprake zou zijn van een vriendschappelijke relatie tussen verweerster en haar cliënte staat dat verweerster niet in de weg om voor haar cliënte op te treden. Niet gebleken dat advocaat de belangen van klager nodeloos heeft geschaad.

Inhoudsindicatie

Klacht kennelijk ongegrond

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort  ‘s-Hertogenbosch

van 16 augustus 2021

in de zaak 20-520/DB/OB

naar aanleiding van de klacht van:

 

klager

over:

verweerster

 

De [plaatsvervangend] voorzitter van de raad van discipline (hierna ook: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Oost-Brabant (hierna: de deken) van 17 juni 2021 met kenmerk 48/20/165K, en van de op de inventarislijst genoemde bijlagen 1 tot en met 8.

 

1    FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht gaat de voorzitter, gelet op het klachtdossier, uit van de volgende feiten.

1.1    Verweerster heeft in 2016 een woning verkocht aan haar cliënte en klager. Verweerster ontving na het sluiten van de koopovereenkomst van Belastingsamenwerking Oost-Brabant een aanslag BOZ. Verweerster heeft aan “WOZbezwaar.biz” opdracht gegeven om bezwaar te maken tegen de hoogte van de vastgestelde WOZ-waarde. Het bezwaar is bij beslissing van 18 augustus 2016 gegrond verklaard en de WOZ waarde is verlaagd.

1.2    Klager is sinds februari 2020 in een echtscheidingsprocedure verwikkeld. Verweerster treedt in deze procedure op voor de wederpartij van klager. De rechtbank heeft bij beschikking van 10 september 2020 de verzoeken van de man tot wijziging van de bij beschikking van 12 mei 2020 vastgestelde voorlopige voorzieningen wat betreft de toevertrouwing van minderjarige en het uitsluitend gebruik van de woning aan de cliënte van verweerster afgewezen, de beschikking voor wat betreft de bijdrage van klager in de verzorging en opvoeding van de minderjarige zoon van partijen gewijzigd en een omgangsregeling vastgesteld.

1.3    Op 25 september 2020 heeft klager bij de deken een klacht ingediend over verweerster.

1.4    Op 9 oktober 2020 heeft klager een email aan verweerster gestuurd. Verweerster heeft naar aanleiding van de inhoud van die email op 17 oktober 2020 bij de politie aangifte van bedreiging tegen het leven gericht tegen klager gedaan.

 

2    KLACHT

2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klager verwijt verweerster het volgende.

a)    Verweerster heeft onvoldoende afstand gehouden tot haar cliënte waardoor haar onafhankelijkheid in het gedrang komt (gedragsregel 2)

b)    Verweerster heeft haar cliënte geadviseerd geen contact met klager te hebben en aangestuurd op een gerechtelijke procedure in plaats van naar een minnelijke oplossing te streven (gedragsregel 5);

c)    Verweerster heeft beide partijen op kosten gejaagd door aan te sturen op taxatie en verdeling via advocaten van de roerende goederen (gedragsregel 6);

d)    Verweerster heeft onjuiste informatie gebruikt, terwijl ieder bewijs hiervoor ontbreekt (gedragsregel 8);

e)    Verweerster heeft tegenstrijdige belangen behartigd doordat zij mede namens klager heeft opgetreden bij de aanpassing van de WOZ waarde van de woning en in de echtscheidingsprocedure tegen hem optreedt (gedragsregel 15);

f)    Verweerster zonder nader onderzoek is uitgegaan van de juistheid van de informatie van haar cliënte terwijl de beschuldigingen van agressief gedrag niet op waarheid berusten en zij gebruik heeft gemaakt van niet onderbouwde informatie van “Veilig Thuis”.

 

 3    VERWEER

3.1    Verweerster heeft tegen de klacht verweer gevoerd. De voorzitter zal hierna, waar nodig, op het verweer ingaan.

 

4    BEOORDELING

4.1    De klacht heeft betrekking op het optreden van de advocaat van de wederpartij. Een advocaat geniet een ruime mate van vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze als hem in overleg met zijn cliënt goeddunkt. Deze vrijheid is niet absoluut, maar kan onder meer beperkt worden doordat (a) de advocaat zich niet onnodig grievend mag uitlaten over de wederpartij, (b) de advocaat geen feiten mag poneren waarvan hij de onwaarheid kent of redelijkerwijs kan kennen, (c) de advocaat bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van de wederpartij niet onnodig of onevenredig mag schaden zonder redelijk doel. Daarbij geldt voorts dat de advocaat de belangen van zijn cliënt dient te behartigen aan de hand van het feitenmateriaal dat zijn cliënt hem verschaft, en dat hij in het algemeen mag afgaan op de juistheid daarvan en slechts in uitzonderingsgevallen gehouden is de juistheid daarvan te verifiëren. De advocaat behoeft in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat hij voor zijn cliënt wil bereiken met de middelen waarvan hij zich bedient, opweegt tegen het nadeel dat hij daarmee aan de wederpartij toebrengt. Wel moet de advocaat zich onthouden van middelen die op zichzelf beschouwd ongeoorloofd zijn of die, zonder dat zij tot enig noemenswaardig voordeel van zijn cliënt strekken, onevenredig nadeel aan de wederpartij toebrengen. De voorzitter zal de klacht met inachtneming van dit uitgangspunt beoordelen.

Ad klachtonderdeel a)

4.2    Het eerste onderdeel van de klacht heeft betrekking op de (vriendschappelijke) aard van de relatie tussen verweerster en haar cliënte. Vast staat dat verweerster enkele jaren voordat zij rechtsbijstand aan haar cliënte is gaan verlenen haar woning heeft verkocht aan haar cliënte en klager en dat in dat verband (persoonlijke) contacten tussen verweerster enerzijds en haar cliënte en klager anderzijds hebben plaatsgevonden. Niet valt in te zien dat deze eerdere persoonlijke contacten een optreden van verweerster voor haar cliënte in de weg staan. Verweerster betwist dat er sprake is van een vriendschappelijk relatie tussen verweerster en haar cliënte. Maar ook indien er sprake zou zijn van een vriendschappelijke relatie tussen verweerster en haar cliënte staat dat verweerster niet in de weg om voor haar cliënte op te treden. Dat klager zich niet kan verenigen met de door verweerster in overleg met haar cliënte gekozen aanpak, betekent niet dat verweerster in strijd met de vrijheid die haar als advocaat van de wederpartij van klager vrijstaat heeft gehandeld. Dat, zoals klager stelt, verweerster onvoldoende professionele afstand ten opzichte van haar cliënte heeft bewaard waardoor zij onvoldoende onafhankelijk heeft gehandeld, is niet gebleken.

Ad klachtonderdeel b)

4.3    Het staat een advocaat vrij om zijn/haar cliënt(e) in zijn/haar belang te adviseren geen rechtstreeks contact met de wederpartij te onderhouden. Verweerster hoeft bij haar optreden voor haar cliënte in beginsel enkel rekening te houden met de belangen van haar cliënte. Dat betekent dat het haar ook vrij staat om in overleg met en in het belang van haar cliënte standpunten in te nemen en rechtsmaatregelen te nemen die zij in het belang van haar cliënte noodzakelijk acht. Niet gebleken is dat verweerster bij de behartiging van de belangen van haar cliënte  de belangen van klager nodeloos heeft geschaad.

Ad klachtonderdeel c)

4.4    Verweerster heeft de door haar cliënte opgestelde verdelingslijst aan de advocaat van klager toegezonden, met het verzoek hierop namens klager te reageren. Dit is een gebruikelijke gang van zaken.  Dat verweerster heeft aangedrongen op taxatie van de te verdelen goederen, waardoor klager nodeloos op kosten is gejaagd, is niet gebleken. Klager heeft evenmin voldoende onderbouwd aangetoond dat verweerster de echtscheidingsprocedure nodeloos heeft gejuridiseerd en een wig tussen klager en haar cliënte heeft gedreven. Het stond verweerster vrij om in overleg met haar cliënte de aanpak van de zaak, waaronder het nemen van rechtsmaatregelen, te bepalen. Niet gebleken is dat verweerster de grens van die vrijheid heeft overschreden. Verweerster heeft in de correspondentie aan de advocaat van klager in zakelijke bewoordingen en met voldoende professionele afstand de standpunten van haar cliënte verwoord. Het is vervolgens aan de rechter om de standpunten te beoordelen en daarover een beslissing te nemen. Ter zake valt verweerster tuchtrechtelijk geen verwijt te maken.

Ad onderdelen d) en f)

4.5    Deze onderdelen van de klacht hebben betrekking op de (on)juistheid van de door de cliënte van verweerster verstrekte informatie over agressief (bijt)gedrag van klager en de op een melding van de praktijkondersteuner van de huisarts van de cliënte van verweerster gebaseerde informatie van “Veilig Thuis”. Verweerster mag bij de behartiging van de belangen van haar cliënte afgaan op de juistheid van de door haar cliënte verstrekte informatie. Indien klager zich niet met het standpunt van de cliënte van verweerster kon verenigen lag het op zijn weg zich daartegen te verweren. Hetzelfde geldt voor de informatie afkomstig van “Veilig Thuis”. Hoewel de melding bij “Veilig Thuis” voor klager onaangenaam en naar zijn mening onterecht was, betekent dit niet dat verweerster naar de juistheid hiervan onderzoek diende te doen. Het stond haar vrij deze informatie namens haar cliënte in de procedure in te brengen, waartegen klager zich vervolgens kon verweren. Het was vervolgens aan de rechter om hierover tot een oordeel te komen.

Ad onderdeel e)

4.6    In klachtonderdeel e) verwijt klager verweerster dat zij tegenstrijdige belangen heeft behartigd doordat zij in de WOZ kwestie voor klager is opgetreden en vervolgens in de echtscheidingsprocedure tegen klager is gaan optreden. Uit de (overigens door klager per email van 8 december 2020 overgelegde) beslissing op bezwaar van Belastingsamenwerking Oost-Brabant van 18 augustus 2016 volgt dat verweerster in deze zaak niet heeft opgetreden namens klager, maar dat door “WOZbezwaar.biz” in opdracht van verweerster zelf bezwaar is gemaakt tegen de aanslag WOZ. Dit onderdeel van de klacht is daarom feitelijk onjuist.

4.7    Op grond van al het voorgaande zal de voorzitter de klacht, met toepassing van artikel 46 j Advocatenwet, daarom in alle onderdelen kennelijk ongegrond verklaren

 

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

de klacht, met toepassing van artikel 46j Advocatenwet, in alle onderdelen kennelijk ongegrond

 

Aldus beslist door mr. J.M.H. Schoenmakers, [plaatsvervangend] voorzitter, bijgestaan door mr. I.J.M. Huysmans-van Opstal, als griffier en uitgesproken in het openbaar op 16 augustus 2021.

 

Griffier         Voorzitter