Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

08-02-2021

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2021:24

Zaaknummer

200033D en 200034D

Inhoudsindicatie

Dekenbezwaar tegen kantoor en medeverantwoordelijk bestuurder over gebruik van de term ‘professional support lawyer’. Het hof wijst erop dat tuchtrecht ziet op de toetsing van het handelen van de individuele advocaat. Een klacht of dekenbezwaar die betrekking heeft op gedrag dat “het kantoor” kan worden aangerekend, kan worden ontvangen als gericht tegen de individuele leden van een maatschap of alle bestuurders van een rechtspersoon. Het is de taak van de deken om aan te dragen en adresseren wie dat zijn. In dit geval valt de klacht tegen het kantoor en de klacht tegen verweerder samen en heeft het door de deken gemaakte onderscheid geen betekenis.

Inhoudsindicatie

Een advocaat dient te vermijden dat in zijn optreden naar buiten een misleidende of onvolledige voorstelling van zaken wordt gegeven over de wijze van praktijkvoering. Het plaatsen van omschrijvingen van de functies van medewerkers op de website van het kantoor betreft dergelijk optreden naar buiten. Door op hetzelfde tabblad naast de advocaten van het kantoor ook de professional support lawyers te vermelden, heeft het kantoor een onjuiste dan wel onvolledige voorstelling van zaken gegeven, door niet (voldoende) duidelijk te maken dat zij een andere hoedanigheid hebben dan die van advocaat. Het hof acht het op deze wijze creëren, dan wel laten bestaan, van onduidelijkheid onbetamelijk. Het hof acht het gebruik van de term ‘professional support lawyer’ op zichzelf niet onaanvaardbaar of onbetamelijk. De term kan echter tot verwarring leiden. Die verwarring kan worden voorkomen door de term niet te gebruiken, of door ervoor te zorgen dat bij extern gebruik bij eerste lezing onmiddellijk duidelijk is dat professional support lawyers geen advocaten zijn. Een algemeen verbod op deze aanduiding is niet aan de orde. Bekrachtiging beslissing raad.

Uitspraak

BESLISSING

 

van 8 februari 2021

in de zaken 200033D en 200034D

naar aanleiding van het hoger beroep van:

verweerder sub 1

en

verweerder sub 2

tegen:

de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Oost Brabant,

deken

 

1    HET GEDING IN EERSTE AANLEG

Het hof verwijst naar de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag (verder: de raad) van 13 januari 2020, gewezen onder nummers 19-639/DH/DB/D en 19-640/DH/DB/D. Deze beslissing is op 13 januari 2020 aan partijen toegezonden. De raad heeft het dekenbezwaar gegrond verklaard zonder een maatregel op te leggen.

Deze beslissing is gepubliceerd op tuchtrecht.nl als ECLI:NL:TADRSGR:2020:1.

 

2    HET GEDING IN HOGER BEROEP

2.1    Het beroepschrift waarbij verweerders van deze beslissing van de raad in hoger beroep zijn gekomen, is op 11 februari 2020 per e-mail en op 12 februari 2020 per post door de griffie van het hof ontvangen.

2.2    Het hof heeft voorts kennisgenomen van:

-    het dossier van de raad;

-    het verweerschrift van de deken;

-    een e-mail met bijlage van de gemachtigde van verweerders van 26 november 2020.

2.3    Het hof heeft de zaak mondeling behandeld tijdens de openbare zitting van 7 december 2020. Namens verweerder sub 1 (hierna: het kantoor) is verschenen [naam kantoorgenoot van verweerder sub 1]. Verweerder sub 2 (hierna: verweerder) is eveneens verschenen. Zowel het kantoor als verweerder werden bijgestaan door mrs. J.B. Londonck Sluijk en M. Hoek. De deken is verschenen samen met mr. I. Minkenberg, adjunct-secretaris van de orde van advocaten.

 

3    KLACHT

3.1    Het dekenbezwaar houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder en het kantoor tuchtrechtelijk verwijtbaar hebben gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet.

3.2    Het geschil tussen partijen betreft de vraag of gebruik van de aanduiding professional support lawyer, voor (juridisch) medewerkers van advocatenkantoren die niet als advocaat zijn ingeschreven op het tableau, misleidend is. Het bezwaar en het verweer daartegen zijn door de deken en verweerders gezamenlijk ingediend. Het betreft volgens partijen een principiële kwestie ten aanzien waarvan een uitspraak van de tuchtrechter wordt gevraagd.

3.3    Partijen wensen duidelijkheid over het onderwerp. De deken heeft de raad verzocht om bij gegrondverklaring van het bezwaar, primair, geen maatregel op te leggen. Indien de raad wel grond ziet voor oplegging van een maatregel verzoekt de deken, subsidiair, een veroordeling in de proceskosten achterwege te laten.

 

4    FEITEN

4.1    Het hof gaat uit van de feiten die door de raad zijn vastgesteld nu daartegen geen beroepsgrond is gericht. Het gaat voor zover in hoger beroep nog van belang om de volgende feiten.

4.2    Verweerder is “verantwoordelijk bestuurder” geweest van het kantoor. Op een moment gelegen na de indiening van het bezwaar is hij teruggetreden als verantwoordelijk bestuurder van het kantoor.

4.3    Het kantoor heeft, behalve advocaten en de in de advocatuur gebruikelijke secretariële en administratieve ondersteuning, ook medewerkers in dienst die door het kantoor worden aangeduid als “professional support lawyers” en die niet als advocaat zijn ingeschreven op het tableau.

4.4    De website van het kantoor is in het Nederlands opgesteld. Er is een optie die kan worden aangeklikt voor een Engelstalige versie van de website.

4.5    Op de website staat een link met de naam “Advocaten”. Als daarop wordt geklikt, opent een pagina, waarop de advocaten van het kantoor worden gepresenteerd. Onderaan die pagina werden ook de bij het kantoor werkzame professional support lawyers vermeld.

4.6    Op de pagina “Advocaten” van het kantoor staat een optie “kies een advocaat”. Als daarop wordt geklikt dan verschijnt niet alleen een lijst met de namen van de advocaten, maar verschenen ook de namen van de professional support lawyers.

4.7    In de Engelstalige versie van het kantoor is het woord advocaat vertaald naar het woord lawyer.

4.8    In de Engelstalige versie van de website van de Nederlandse Orde van Advocaten worden advocaten aangeduid met de term “lawyer”.

 

5    BEOORDELING

Overwegingen van de raad

5.1    De raad heeft het dekenbezwaar zowel voor zover gericht tegen verweerder als tegen het kantoor ontvankelijk geacht. De raad heeft daarbij ten aanzien van de ontvankelijkheid van het dekenbezwaar, voor zover dit is gericht tegen het kantoor, overwogen dat de beslissing om gebruik te maken van de aanduiding professional support lawyer als een beslissing (van het bestuur) van het kantoor moet worden aangemerkt. De verweten gedraging moet daarom als een gedraging van alle bestuurders van het kantoor worden opgevat, zodat de deken ook ontvankelijk is in zijn bezwaar tegen het kantoor.

5.2    De raad heeft het dekenbezwaar gegrond verklaard en daartoe – kort samengevat – het volgende overwogen. De aanduiding professional support lawyer kan duiden op een grote diversiteit aan juridische functies, waaronder die van advocaat. Het woord lawyer heeft niet het onderscheidend vermogen dat nodig is om uit te maken of de persoon die met lawyer wordt aangeduid een op het tableau ingeschreven advocaat is, dan wel iemand die een andere juridische functie uitoefent. Volgens de raad is het gebruik van de aanduiding lawyer voor een medewerker die geen advocaat is misleidend en verwarrend. Het gaat daarbij om de betekenis die buiten de advocatuur aan het begrip wordt toegekend. Het gebruik van de aanduiding door het kantoor en de wijze van presenteren van deze medewerkers op de website is misleidend en niet zoals het een behoorlijk advocaat betaamt.

Het beroep van verweerders

5.3    Verweerder en het kantoor hebben in hoger beroep – kort samengevat – het volgende aangevoerd tegen de beslissing van de raad. De raad heeft zich uitgelaten over de term lawyer en is daarmee buiten het kader van het voorgelegde dekenbezwaar getreden. De term professional support lawyer heeft, anders dan de raad heeft geoordeeld, voldoende onderscheidend vermogen en wordt steeds gebruikt voor juridisch medewerkers die geen advocaat zijn. Of de term tot verwarring zou kunnen leiden bij het publiek is slechts een vermoeden van de deken, welk vermoeden niet wordt gesteund door feiten. Van geval tot geval moet worden beoordeeld of het gebruik van de term verwarrend of misleidend is. De website van kantoor gaf de professional support lawyers weer op hetzelfde tabblad als de advocaten. Het kantoor heeft daarmee de professional support lawyers niet anders willen presenteren dan als, van advocaten te onderscheiden, juridisch medewerkers. Ter zitting in hoger beroep heeft de gemachtigde van verweerder en het kantoor ter toelichting opgemerkt dat het dekenbezwaar uitsluitend gegrond kan worden verklaard voor zover het betrekking heeft op de plaatsing op de website. De gemachtigde van verweerder en het kantoor heeft voorts gewezen op een door hem toegezonden brief van de deken te Amsterdam met daarin diens zienswijze over het gebruik van de term professional support lawyer. De Amsterdamse deken merkt daarin – kort samengevat en voor zover hier relevant – op dat onderscheid moet worden gemaakt tussen het gebruik van de term in een concreet geval en een oordeel over het gebruik van de term in zijn algemeenheid.

Het verweer van de deken

5.4    De wijze waarop door het kantoor op de website gebruik heeft gemaakt van de term professional support lawyer vormde de concrete aanleiding voor het indienen van het dekenbezwaar. De bedoeling van het dekenbezwaar is erin gelegen dat de tuchtrechter aan de hand van een concrete casus tevens een meer algemeen oordeel geeft over de vraag of het gebruik van de term professional support lawyer misleidend is. De deken verzoekt het hof de zienswijze van de deken Amsterdam niet in de beoordeling te betrekken en wijst er daarbij op dat het tuchtrecht niet de figuur van een derde-belanghebbende kent. De deken heeft erop gewezen dat verweerder en het kantoor is strijd met de regels hebben gehandeld, zij het niet doelbewust.

De ontvankelijkheid van de klacht

5.5    Het hof stelt bij de beoordeling van het dekenbezwaar voorop dat het zowel gericht is tegen verweerder als tegen het kantoor.

5.6    Het hof overweegt dat het tuchtrecht ziet op de toetsing van het handelen van de individuele advocaat. Ingevolge vaste jurisprudentie van het hof, zie bijvoorbeeld zijn uitspraak van 21 september 2020, ECLI:NL:TAHVD:2020:196, kan een klacht die, of een dekenbezwaar dat, betrekking heeft op gedrag dat alle leden van een maatschap of alle bestuurders van een rechtspersoon kan worden aangerekend, worden ontvangen als gericht tegen de individuele leden van de maatschap, dan wel tegen individuele bestuurders van de betreffende rechtspersoon. Het is aan de deken om aan te dragen en te adresseren wie dat zijn.

5.7    In dit geval is het dekenbezwaar mede gericht tegen het kantoor (een naamloze vennootschap). Het hof zal de klacht tegen het kantoor dan ook opvatten als een klacht gericht tegen alle bestuurders van het kantoor, althans voor zover die aan het toezicht van deze deken zijn onderworpen. Ter zitting heeft de deken namelijk verduidelijkt dat zijn bezwaar uitsluitend ziet (en kan zien) op die bestuursleden die onder zijn toezicht vallen en dat dat in dit geval alleen verweerder betreft.

Daaruit leidt het hof af dat de deken niet het verzoek heeft gekregen van andere dekens die toezicht uitoefenen op overige bestuursleden-advocaten van het kantoor om mede namens hen een dekenbezwaar in te dienen.

Nu de deken de klacht niet alleen heeft gericht tegen het kantoor maar ook nog afzonderlijk tegen verweerder valt de klacht in deze zaak dus samen en heeft het door hem gemaakte onderscheid geen betekenis. Het hof zal hierna dan ook beoordelen in hoeverre verweerder door zijn handelen als medeverantwoordelijk bestuurder van het kantoor de algemene betamelijkheidsnorm van artikel 46 Aw heeft geschonden en of daarmee het vertrouwen in de advocatuur is geschaad.

De brief van de deken Amsterdam

5.8    Het hof ziet geen aanleiding bij de beoordeling van het hoger beroep de brief van de deken Amsterdam buiten beschouwing te laten, zoals door de deken is verzocht. Het hof wijst in dit verband erop dat het gaat om een productie die namens verweerders is overgelegd. Het gaat daarmee – anders dan de deken betoogt – niet om een brief van een derde-belanghebbende, maar om de onderbouwing van een door een partij ingenomen standpunt.

De beoordeling van het beroep

5.9    De raad heeft met juistheid het op artikel 7.4 van de Verordening op de advocatuur (Voda) gegronde dekenbezwaar getoetst aan de algemene betamelijkheidsnorm van artikel 46 Advocatenwet. De raad heeft zich echter behalve over de klacht tegen verweerder, ook uitgelaten over het gebruik van de term professional support lawyer als zodanig door het kantoor. Zoals echter hiervoor reeds vermeld, staat in het tuchtrecht de toetsing van het individuele handelen van de advocaat centraal. Het hof zal daarom beoordelen of het dekenbezwaar, voor zover dat betrekking heeft op het individuele handelen van verweerder als medeverantwoordelijk bestuurder, gegrond is. Voor zover het dekenbezwaar betrekking heeft op het gebruik van de term in zijn algemeenheid, kan dit niet tot een gegronde klacht tegen verweerder leiden.

5.10    Het hof wijst bij de beoordeling van het dekenbezwaar, voor zover dit is gericht tegen het handelen van verweerder, op het volgende. In artikel 7.4, eerste lid, Voda is – voor zover hier relevant – bepaald dat de advocaat vermijdt dat in zijn optreden naar buiten een misleidende of onvolledige voorstelling van zaken wordt gegeven omtrent de wijze van praktijkvoering. Of sprake is van schending van deze regel zal van geval tot geval moeten worden beoordeeld.

5.11    Het plaatsen van omschrijvingen van de functies van medewerkers op de website van het kantoor betreft het optreden naar buiten, zoals is bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, Voda. Voor de bezoeker van de website wordt daarmee immers duidelijk welke personen aan het kantoor zijn verbonden en welke rol die personen vervullen. Het is daarbij de verantwoordelijkheid van het kantoor, en daarmee ook van verweerder in zijn hoedanigheid van medeverantwoordelijk bestuurder, om een juiste voorstelling van zaken te geven.

5.12    Het hof houdt verweerder als bestuurder van het kantoor medeverantwoordelijk voor de inhoud van de website van het kantoor. Op hem rustte daarom de verplichting te voorkomen dat een misleidende of onvolledige voorstelling van zaken werd gegeven in de aanduiding van de hoedanigheid van de op het kantoor werkzame personen. Door op hetzelfde tabblad naast de advocaten van het kantoor ook de professional support lawyers van het kantoor, die geen advocaat zijn, te vermelden, heeft het kantoor een onjuiste dan wel onvolledige voorstelling van zaken gegeven, nu aldus niet (voldoende) duidelijk werd gemaakt dat de professional support lawyers een andere hoedanigheid/functie hebben dan die van advocaat. Ook in het Engelstalige deel van de website werd dit onderscheid niet duidelijk gemaakt. Het op deze wijze creëren dan wel laten bestaan van onduidelijkheid over de hoedanigheid en functie van deze personen, acht het hof onbetamelijk. Verweerder heeft overigens ook erkend dat door de wijze waarop de professional support lawyers op de website stonden vermeld, onduidelijkheid kon ontstaan en het kantoor heeft deze omissie inmiddels hersteld. Gelet op het voorgaande onderschrijft het hof het oordeel van de raad dat het dekenbezwaar gegrond is voor zover het kantoor een onvolledige voorstelling van zaken heeft gegeven door de wijze van vermelding van de professional support lawyers op de website.

Gebruik van de term professional support lawyer

5.13    Aangezien zowel de deken als verweerders hebben meegedeeld belang te hechten aan een oordeel van het hof over het gebruik van de term professional support lawyer, zal het hof zich daarover uitlaten. Het hof acht het gebruik van de term professional support lawyer op zichzelf niet onaanvaardbaar of onbetamelijk. Eenieder die de term bezigt dient zich er evenwel van bewust te zijn dat het gebruik van de term tot verwarring kan leiden, welke verwarring zich in het onderhavige geval ook heeft voorgedaan. Deze verwarring kan uiteraard worden voorkomen door de term niet te gebruiken. De verwarring kan eveneens worden voorkomen door ervoor te zorgen dat bij extern gebruik van de term, zoals bij vermelding daarvan op een website of onder een brief, voor een ieder bij eerste lezing onmiddellijk duidelijk is dat professional support lawyers geen advocaten zijn. Of het gebruik van de term professional support lawyer in een concreet geval verwarrend, en daarmee onbetamelijk, is, zal – zoals hiervoor is overwogen – steeds aan de hand van de omstandigheden van het concrete geval moeten worden beoordeeld. Een algemeen verbod op de aanduiding professional support lawyer is daarmee volgens het hof niet aan de orde.

5.14    Het hof ziet gelet op de aard van het gemaakte verwijt en het verzoek van beide partijen, evenals de raad, geen aanleiding om een maatregel op te leggen.

5.15    Het vorenstaande voert het hof tot de slotsom dat de beslissing van de raad moet worden bekrachtigd.

 

BESLISSING

Het Hof van Discipline:

-    bekrachtigt de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag van 13 januari 2020, gewezen onder nummers 19-639/DH/DB/D en 19-640/DH/DB/D.

Aldus gewezen door mr. J.D. Streefkerk, voorzitter, mrs. A.A.H. Zegers, A.R. Sturhoofd, A.J. Louter en H.J.P. Robers, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Bijleveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 8 februari 2021.

    

griffier        voorzitter

 

De beslissing is verzonden op 8 februari 2021.