Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

23-12-2019

ECLI

ECLI:NL:TADRAMS:2019:250

Zaaknummer

19-767/A/A

Inhoudsindicatie

Voorzittersbeslissing. Klacht over eigen advocaat niet-ontvankelijk vanwege tijdsverloop.

Uitspraak

Beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort  Amsterdam

van  23 december 2019

in de zaak 19-767/A/A

naar aanleiding van de klacht van:

klaagster

tegen:    

verweerder

 

De plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline (hierna: de voorzitter) heeft kennisgenomen van de brief van de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam (hierna: de deken) van 7 november 2019 met kenmerk 728077, door de raad ontvangen op 8 november 2019, en van de op de daarbij gevoegde inventarislijst vermelde stukken.

1    FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken, van de volgende feiten uitgegaan.

1.1    Klaagster en haar ex-echtgenoot (hierna: de man) zijn in 2015 op basis van een gemeenschappelijk verzoek van elkaar gescheiden. De echtscheiding is uitgesproken op 22 juli 2015. Verweerder heeft de echtscheidingsprocedure begeleid.

1.2    Op 5 juni 2015 heeft verweerder een online intakeformulier van klaagster en de man ontvangen. Op 6, 7 en 12 juni 2015 is er e-mailcontact geweest over het feit dat klaagster en de man niet naar Amsterdam wensten te komen maar hun identiteit wilden laten verifiëren door een notaris bij hen in de buurt.

1.3    Op 16 juni 2015 heeft verweerder stukken van klaagster en de man ontvangen, waaronder een door hen zelf opgesteld convenant, die verweerder voorzien van op- en aanmerkingen diezelfde dag aan hen retour heeft gestuurd.

1.4    Op 16 en 17 juni 2015 heeft verweerder e-mailcontact gehad met de man.

1.5    Op 22 juni 2015 heeft verweerder nadere stukken van klaagster en de man ontvangen, waaronder een verklaring waarin zij hebben verklaard dat zij voor de alimentatie een onafhankelijke berekening hebben laten maken op basis waarvan de afspraken daaromtrent zijn gemaakt.

1.6    Op 25 juni 2015 heeft verweerder klaagster en de man telefonisch benaderd en met hen de stukken en het convenant doorgenomen en vervolgens het gesprek schriftelijk aan hen bevestigd.

1.7    Op 1 juli 2015 heeft verweerder namens klaagster en de man het verzoekschrift tot echtscheiding bij de rechtbank ingediend.

1.8    Op 23 juli 2015 heeft verweerder de beschikking van de rechtbank ontvangen en deze per e-mail aan klaagster en de man gestuurd. Bij e-mails van dezelfde dag hebben klaagster en de man zich akkoord verklaard met de beschikking.

1.9    Op 29 juli 2015 heeft verweerder de beschikking van de rechtbank met de van klaagster en de man getekende akten van berusting aan de gemeente gestuurd ten behoeve van de inschrijving. Op 10 augustus 2015 heeft verweerder het bewijs van inschrijving van de gemeente doorgestuurd naar klaagster en de man.

1.10    Op 19 november 2018 heeft klaagster bij de deken een klacht ingediend over verweerder.

2    KLACHT

2.1    De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat hij:

a)    klaagster nooit heeft gezien of gesproken;

b)    klaagster geen alimentatie- en pensioenberekeningen heeft laten zien en/of gestuurd;

c)    klaagster geen begeleiding en/of advies heeft gegeven en/of een waarschuwing dat wanneer zij haar handtekening onder het convenant zou zetten, zij helemaal niets zou krijgen.

3    VERWEER

3.1    Verweerder voert primair aan dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht vanwege tijdsverloop. Subsidiair meent verweerder dat de klacht ongegrond is.

4    BEOORDELING

4.1    De voorzitter ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of klaagster kan worden ontvangen in haar klacht. Ingevolge artikel 46g, eerste lid, onder a, Advocatenwet wordt een klacht door de voorzitter van de raad van discipline niet-ontvankelijk verklaard indien de klacht (bij de deken) wordt ingediend na verloop van drie jaren na de dag waarop de klager heeft kennisgenomen of redelijkerwijs kennis heeft kunnen nemen van het handelen of nalaten van de advocaat waarop de klacht betrekking heeft. De voorzitter dient dit voorschrift ambtshalve toe te passen. Alleen onder (zeer) bijzondere omstandigheden kan een overschrijding van deze termijn verschoonbaar zijn.

4.2    De verwijten die klaagster verweerder maakt zien op, kort gezegd, de totstandkoming van het echtscheidingsverzoek, de inhoud daarvan (inclusief het door klaagster en de man opgestelde convenant) en het gebrek aan advisering en uitleg hierover aan klaagster. Klaagster heeft zich echter bij e-mail van 23 juli 2015 akkoord verklaard met de echtscheidingsbeschikking (waarvan het convenant deel uitmaakt). De termijn uit artikel 46g, eerste lid, onder a, Advocatenwet is dan ook uiterlijk op die datum gaan lopen. Klaagster wist toen immers op welke wijze het echtscheidingsverzoek tot stand was gekomen en op welke wijze de gemaakte afspraken in het convenant waren neergelegd. Door hierover pas op 19 november 2018 een klacht in te dienen, heeft klaagster de in artikel 46g, eerste lid, onder a, Advocatenwet genoemde termijn overschreden. Dat klaagster de klacht pas in november 2018 heeft ingediend omdat zij eerst moest sparen om een advocaat te kunnen betalen die haar hierin begeleid is geen reden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. Klaagster is niet-ontvankelijk in haar klacht.

BESLISSING

De voorzitter verklaart:

klaagster, met toepassing van artikel 46g, eerste lid, onder a, Advocatenwet, niet-ontvankelijk in haar klacht.

Aldus in het openbaar uitgesproken door mr. E.J. van der Molen, plaatsvervangend  voorzitter, met bijstand van mr. S. van Excel als griffier op 23 december 2019.

Griffier     Voorzitter

mededelingen van de griffier ter informatie:

Deze beslissing is in afschrift op 23 december 2019 verzonden.