Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

26-10-2020

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2020:86

Zaaknummer

20-165/DB/ZWB

Inhoudsindicatie

Advocaat heeft in hoedanigheid van deken gehandeld binnen de beleidsvrijheid die hem in die hoedanigheid toekwam.

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch

van 26 oktober 2020

in de zaak  20-165/DB/ZWB

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de [plaatsvervangend] voorzitter van de raad van discipline van 10 april 2020 op de klacht van:

klager

over:

verweerder

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1    Op 4 maart 2020 heeft de raad het klachtdossier met kenmerk K19-080 van de deken in de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant ontvangen, met de op de inventarislijst vermelde bijlagen 1 tot en met 15.

1.2    Bij beslissing van 10 april 2020 heeft de [plaatsvervangend] voorzitter van de raad (hierna ook: de voorzitter) de klacht kennelijk ongegrond verklaard. Deze beslissing is op  10 april 2020 verzonden aan partijen.

1.3    Bij brief van 25 april 2020 heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter. De raad heeft het verzetschrift op 29 april 2020 ontvangen.

1.4    Het verzet is behandeld op de zitting van de raad van 7 september 2020.  Daarbij waren klager en verweerder, bijgestaan door mr. B., stafjurist van het bureau van de Orde van Advocaten in het arrondissment Den Haag,  aanwezig. Van de mondelinge behandeling is Proces-verbaal opgemaakt.

1.5    De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de voorzitter waartegen het verzet is gericht, van de stukken waarop de voorzittersbeslissing is gebaseerd en van het verzetschrift. De raad heeft voorts kennis genomen van de brief van klager van 19 augustus 2020, met bijlagen.

2    VERZET

2.1    De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:

Klager kan zich niet verenigen met de inhoud van de beslissing van de voorzitter van 10 april 2020. De voorzitter heeft ten onrechte overwogen dat verweerder heeft gehandeld binnen zijn beleidsvrijheid als deken. Verweerder heeft verschillende klachtonderdelen niet onderzocht en klager ten onrechte niet voor een gesprek uitgenodigd.

2.2    Tegen de vaststaande feiten en de klachtomschrijving komt klager in verzet niet op.

3    FEITEN EN KLACHT

3.1    Voor de vaststaande feiten en de omschrijving van de klacht verwijst de raad naar de beslissing van de voorzitter.

4    BEOORDELING

4.1    Voordat de raad de klacht inhoudelijk kan beoordelen moet sprake zijn van een gegrond verzet. Een verzet is alleen gegrond als in redelijkheid moet worden betwijfeld of de beslissing van de voorzitter juist is. Twijfel kan bijvoorbeeld bestaan als de voorzitter een verkeerde maatstaf (toetsingsnorm) heeft toegepast of de beslissing heeft gebaseerd op onjuiste of onvolledige feiten.

4.2    De raad is van oordeel dat de door klager aangevoerde verzetgronden niet slagen. De voorzitter heeft bij de beoordeling de juiste maatstaf toegepast en heeft rekening gehouden met alle relevante feiten en omstandigheden van het geval. Hij heeft de klacht dus terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden.

4.3    Omdat het verzet tegen de beslissing van de voorzitter ook verder geen nieuwe gezichtspunten oplevert, is er geen plaats voor nader onderzoek naar de klacht. De raad zal het verzet daarom ongegrond verklaren.

BESLISSING

De raad van discipline

verklaart het verzet ongegrond.

Aldus beslist door mr. R.M.M. van den Heuvel, voorzitter, mrs. A.A.M. Schutte en A.J.F. van Dok, leden, bijgestaan door mr. I.J.M. Huysmans- van Opstal, als griffier, uitgesproken ter openbare zitting van 26 oktober 2020.

Griffier    Voorzitter