Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

03-06-2019

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2019:94

Zaaknummer

19-096 DB/ZWB

Inhoudsindicatie

Het is de verantwoordelijkheid van een advocaat om sturing te geven aan de aanpak van een zaak. De keuze om de vele mails van klager tijdens een gesprek te bespreken is vanuit het oogpunt van efficiency en kostenbeheersing begrijpelijk is. Ook overigens is niet gebleken dat de advocaat onvoldoende voortvarend heeft gehandeld en tekort is geschoten en de behartiging van de belangen van zijn cliënt.

Inhoudsindicatie

Klacht ongegrond

Inhoudsindicatie

 

Uitspraak

 

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ’s-Hertogenbosch

Van 3 juni 2019

in de zaak 19-096/DB/ZWB

 

naar aanleiding van de klacht van:

 

klager

 

over:

 

verweerder

 

 

1                    Verloop van de procedure

1.1      Bij formulier van 12 februari 2018 heeft klager bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant een klacht ingediend over verweerder.

1.2      Per email aan de raad van 20 februari 2019 met kenmerk K18-028 , heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Zeeland-West-Brabant de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.3      De klacht is behandeld ter zitting van de raad van 8 april 2019 in aanwezigheid van klager en verweerder. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.4      De raad heeft kennis genomen van:

-       de email van de deken van 20 februari 2019, met bijlagen

-       de email van klager van 23 maart 2019, met bijlage.

 

2                 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van de volgende feiten uitgegaan.

2.1      Klager heeft op 2 maart 2015 een verzoekschrift bij de rechtbank Midden-Nederland ingediend strekkende tot ontbinding van de huurdersbelangenvereniging H. De griffie van de rechtbank heeft het verzoekschrift aan klager geretourneerd met de mededeling dat het verzoekschrift door een advocaat diende te worden ingediend. De vervolgens door klager via zijn rechtsbijstandsverzekeraar ingeschakelde advocaat zag geen kans om de verzoekschriftprocedure met succes te voeren. Ook de voor een second opinion ingeschakelde advocaat zag geen mogelijkheid de procedure met succes te voeren.  

2.2      Klager is op 19 januari 2017 door de woningcorporatie  HW en de huurdersbelangenvereniging H gedagvaard, waarbij tegen klager drie vorderingen werden ingediend. Klager werd verweten in de periode juni 2014 - april 2015 onrechtmatig te hebben gehandeld. Klager heeft zich tot verweerder gewend met het verzoek hem in deze procedure bij te staan. Op 9 februari 2017 heeft verweerder een opdrachtbevestiging aan klager toegezonden. Verweerder heeft op 10 april 2017 een concept conclusie van antwoord/conclusie van voorwaardelijke eis in reconventie aan klager toegezonden. Diezelfde dag is het concept door verweerder met klager besproken. Vervolgens heeft verweerder op 10 april 2017 een aangepaste versie van de conclusie aan klager toegezonden. Verweerder heeft de aangepaste conclusie voorts per fax dd. 11 april 2017 aan de kantonrechter toegezonden.

2.3      De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 17 mei 2017 een comparitie van partijen gelast op 24 augustus 2017. Verweerder heeft per email van 18 mei 2017 een afschrift van het tussenvonnis aan klager toegezonden en hem voorgesteld om de comparitie van partijen begin augustus 2017 voor te bereiden. Klager stemde hiermee in. Klager verzocht verweerder per e-mails van 6, 9, 14, 26 en 28 juli 2017 hem een gesprekspuntenlijstje te doen toekomen.

2.4      Klager schreef per email van 1 augustus 2017 onder meer het volgende: “Ik was gisteren verbaasd en ook erg geschrokken en geschokt over je opmerking dat er jurisprudentie is over “automatisch lidmaatschap” en gedragingen die als aanvaarden van lidmaatschap kunnen worden aangemerkt.” (…..) Ik vrees dat je probeerde om een inschatting te maken van de haalbaarheid van mijn zaak en dan blijkt nu dat je je niet voldoende inspant. Alle beloften ten spijt, ben ik nu nog net zover als bij het indienen van de conclusie van antwoord. Daarbij liet je me tot het laatste moment in de zenuwen zitten…… ”

2.5      Verweerder heeft per email van 2 augustus 2017 geantwoord dat hij meerdere malen met klager had besproken hoe de zitting zou worden voorbereid, dat de door klager in juli 2017 verzonden e-mails in een gesprek zouden worden besproken en dat met klager zou worden besproken welke producties zouden worden overgelegd. Verweerder zond tevens een concept verzoekschrift strekkende tot ontbinding van de huurdersbelangenvereniging aan klager.

2.6       Verweerder schreef per email van 9 augustus 2017 onder meer het volgende : “Tijdens ons telefoongesprek van zojuist heb ik er nogmaals op aangedrongen dat je bij mij op kantoor komt omdat er, anders dan jij stelt, wel degelijk belangrijke zaken besproken dienen te worden. Dit geldt onder meer, maar niet uitsluitend, voor de wijze waarop jij je ter zitting zal opstellen en welke bescheiden wij eventueel nog voor de zitting zullen overleggen.

Ik heb je voorgesteld dat ik voor die bespreking geen tijd in rekening zal brengen, waaruit moge blijken dat ik oprecht begaan ben met je zaak.

Ik betreur het daarom in hoge mate dat je het telefoongesprek eenzijdig verbrak.

Tenzij wij er nog in slagen om alsnog de lucht te klaren zal ik de opdracht teruggeven en de kantonrechter en mr van W laten weten dat ik mij als gemachtigde aan de procedure onttrek. (…..) Ik stel je nog eenmaal in de gelegenheid om met mij een afspraak te maken voor een bespreking op mijn kantoor. Ik handhaaf daarbij mijn aanbod dat ik de  daarvoor benodigde tijd niet in rekening zal brengen. (…..)“.

2.7       Klager schreef per email van 10 augustus 2017 onder meer het volgende : “Wij, H en ik komen bij je op kantoor. Wij maken gebruik van je aanbod om voor die bespreking geen extra kosten te betalen. Ik ben hartpatiënt en de emoties liepen gisteren hoog op.

Ik ben hartpatiënt en ik voelde me niet goed. Ik moet oppassen, als het me emotioneel te veel wordt. Ik heb daarom het gesprek abrupt afgebroken want het hele gebeuren is mij geen hartaanval waard. (…..)”. 

2.8      Verweerder heeft per email van 13 augustus 2017 aan klager voorgesteld om op 15 augustus 2017 om 16.00 uur naar zijn kantoor te komen.

2.9      Klager schreef per email van 14 augustus 2017 onder meer het volgende:  

“(…) Zonder het vooraf overgelegde gesprekspuntenlijstje kan het een niet zinvol gesprek worden. Ik heb er mijn twijfels over dat jouw aanwezigheid op de comparitie als mijn gemachtigde zinvol zal zijn. Als ik tijdens de zitting redenen meen te hebben om de rechter te wraken wil ik dat kunnen doen. Het is het mooiste voorbeeld van handelen en van meningsvrijheid. Tot dusver ben ik niet erg onder de indruk van de professionele rechtshulpverlening en de invloed die in een proces moet blijken. Ik kan nu al stellen dat ik niet langer goed geld naar kwaad geld ga gooien.

Ik kan ook stellen dat het volgens mij geen zin heeft om nog tijd te besteden aan een gesprek waarbij jij je gezicht wil redden. Ik houd vast dat ik een lijstje van gesprekspunten heb gevraagd en zonder dat lijstje wordt het niks. Ik kom dus niet graag voor niks. Als het niet anders kan, onttrek je je maar aan de zaak. Ik ben dan uiteraard zeer benieuwd naar je reden. Die ik nu niet ken….. maar die ik uiteraard onder het vergrootglas zal gaan leggen.”

2.10    Verweerder heeft zich op 15 augustus 2017 onttrokken als advocaat.  Hij schreef onder meer het volgende: “Ik heb je, in het belang van de zaak, de hand uitgereikt. Nadat je die hand had geaccepteerd was de lucht wat mij betreft geklaard maar uit je reactie kan ik slechts de conclusie trekken dat je van mening bent dat ik als gemachtigde geen toegevoegde waarde heb.

Ik zal mij onttrekken als gemachtigde aan de procedure en zowel de rechter als ook mr. van W daarvan op de hoogte stellen. De daaruit voortvloeiende risico’s komen niet voor mijn rekening. Uiteraard staat het je vrij om zonder advocaat naar de zitting te gaan, maar het lijkt mij toch verstandiger om een andere advocaat te raadplegen.”

Klager antwoordde per email van 15 augustus 2017 onder meer het volgende “(….) Verongelijkt geef je aan je aan de zaak te onttrekken. Dat wilde je en mag je nu regelen, zolang je mij daarvan maar niet als oorzaak gaat aanwijzen. (…..) Hier eindigt vandaag dan ook je dienstverlening, hiermee is nu de relatie verbroken wegens gebrek aan vertrouwen en kan je geen werkzaamheden meer namens mij verrichten.(…)”.

 

2.11   Verweerder heeft per fax van 16 augustus aan de kantonrechter bericht zich als gemachtigde aan de procedure te onttrekken.

 

3                 KLACHT

3.1      De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat:

1.    zijn communicatie gebrekkig was;

2.    hij niet voortvarend aan de zaak van klager heeft gewerkt;

3.    klagers belangen niet goed heeft behartigd;

4.    hij zich zonder goede reden en ontijdig, enkele dagen voor een comparitie, aan de zaak heeft onttrokken;

5.    hij excessief heeft gedeclareerd;

6.   hij zich in zijn reactie op de klacht tendentieus en minachtend over klager heeft uitgelaten.

 

4                VERWEER

Het verweer luidt –zakelijk weergegeven- als volgt.

4.1      Verweerder heeft de belangen van klager naar beste eer en geweten behandeld. Dit blijkt uit de emailcorrespondentie tussen klager en verweerder. 

4.2      Verweerder heeft zijn werkzaamheden voor klager moeten beëindigen wegens een door klager zelf veroorzaakte vertrouwensbreuk.

4.3      Verweerder heeft klager in de gelegenheid gesteld om op zijn kantoor een bespreking te hebben zonder dat hij daarvoor honorarium in rekening zou brengen. Nadat klager dit voorstel op 10 augustus 2017 had geaccepteerd, heeft hij enkele dagen daarna bericht dat hij daartoe niet bereid was. Klager heeft zich door zijn houding buiten iedere zinvolle discussie geplaatst.

4.4      Uit het dossier blijkt dat er veel tijd is besteed aan de zaak. Er zijn omvangrijke processtukken ingediend. De dagvaarding van de wederpartij bestond alleen al uit 18 pagina’s en 230 producties. Klager heeft hierop in zijn e-mails uitvoerig gereageerd. Verweerder heeft hierop steeds gereageerd en de zaak met klager besproken. Verweerder heeft namens klager uitvoering verweer gevoerd.

4.5      Verweerder heeft uit zichzelf aangegeven niet alle uren in rekening te zullen brengen. Hij heeft een redelijk voorstel gedaan om zijn declaratie te beperken tot de in rekening gebrachte voorschotten, tegen finale kwijting, maar klager heeft dit voorstel niet geaccepteerd.

 

5                 BEOORDELING

Ad onderdeel 1)

 

5.1      Klager verwijt verweerder dat hij meerdere mails van klager onbeantwoord heeft gelaten. Uit de aan de raad overlegde stukken blijkt dat klager vele zeer uitgebreide e-mails aan verweerder heeft toegezonden. Verweerder stelt ervoor te hebben gekozen enkel de voor de voorbereiding van de zaak relevante mails te beantwoorden en de overige mails mee te nemen in de geplande bespreking ter voorbereiding van de comparitie. Gelet op de hoeveelheid en de omvang van de door klager aan verweerder verzonden e-mails acht de raad de door verweerder gekozen strategie om de vele mails van klager tijdens de bespreking ter voorbereiding van de zaak te bespreken niet onbegrijpelijk. Het is de verantwoordelijkheid van de advocaat om sturing te geven aan de aanpak van een zaak. De keuze van verweerder is vanuit het oogpunt van efficiency en kostenbeheersing begrijpelijk  en valt hem tuchtrechtelijk niet aan te rekenen. Uit de aan de raad overgelegde stukken is evenmin gebleken dat verweerder klager stelselmatig niet zou hebben teruggebeld of dat verweerder besprekingen zonder reden heeft afgezegd. Dat verweerder wegens medische redenen klager een enkele keer niet heeft teruggebeld dan wel een afspraak heeft afgezegd valt verweerder tuchtrechtelijk niet te verwijten. Het eerste onderdeel van de klacht is naar het oordeel van de raad dan ook ongegrond.

 

Ad onderdeel 2)

 

5.2      Uit de aan de raad overgelegde stukken en het ter zitting verhandelde is niet gebleken dat verweerder de zaak onvoldoende voortvarend heeft aangepakt. De raad stelt vast dat klager op 19 januari 2017 door de verhuurder is gedagvaard en dat de opdracht van klager aan verweerder om hem in deze procedure bij te staan op 9 februari 2017 is bevestigd. Verweerder heeft in april 2017 een conclusie van antwoord genomen waarna bij tussenvonnis in mei 2017 een comparitie van partijen is bepaald. In augustus 2017 heeft de comparitie van partijen plaatsgevonden. Van nodeloze vertraging door verweerder is niet gebleken. Het tweede onderdeel van de klacht is ongegrond.

 

Ad onderdeel 3)

 

5.3      De raad stelt vast dat klager geen inhoudelijke kritiek heeft geuit op de conclusie van antwoord. Verweerder heeft de conclusie in concept aan klager toegezonden en met hem besproken. Klager heeft zich toen niet beklaagd over de kwaliteit van de conclusie van antwoord. De conclusie is vervolgens met instemming van klager verzonden. De raad heeft kennis genomen van de conclusie van antwoord. Het betreft een processtuk waarin het standpunt van klager naar voren is gebracht en onderbouwd.  Ook in de klachtprocedure heeft klager niet concreet onderbouwd waarin de conclusie van antwoord tekort schoot.

Het moge zo zijn dat verweerder in de conclusie van antwoord het standpunt van klager niet heeft verwoord zoals klager dat zelf zou hebben gedaan,  maar aan een advocaat komt de vrijheid toe om in, overleg met zijn cliënt, te bepalen met welke aanpak de zaak is gediend.

Verweerder heeft het concept met klager besproken en met diens instemming ingediend.

 

5.4     Verweerder heeft op 2 augustus 2017 een concept verzoekschrift aan klager toegezonden. Klager heeft het verzoekschrift zonder verdere onderbouwing gediskwalificeerd. Volgens klager was het verzoekschrift  beneden alle peil. Klager heeft zijn klacht over het verzoekschrift niet nader onderbouwd, noch het verzoekschrift aan de raad overgelegd. Nu klager zijn klacht niet nader heeft onderbouwd kan de raad niet vaststellen dat verweerder de belangen van klager onvoldoende heeft behartigd, waarvan hem tuchtrechtelijk een verwijt valt te maken. Voor zover klager zich niet kon verenigen met de aanpak van verweerder lag het op de weg van klager om zich tot een andere raadsman te wenden, wat klager ook heeft gedaan. Het derde onderdeel van de klacht is ongegrond.

 

          Ad onderdeel 4)

 

5.5     Het vierde onderdeel van de klacht heeft betrekking op de wijze en het tijdstip waarop verweerder zich heeft onttrokken aan de zaak van klager. Het staat een advocaat in beginsel vrij een zaak die hij in behandeling heeft genomen neer te leggen, wanneer hij van oordeel is dat de voor die behandeling noodzakelijke vertrouwensrelatie niet (meer) bestaat. Wederzijds vertrouwen is immers essentieel voor een behoorlijke beroepsuitoefening en belangenbehartiging door de advocaat. Een advocaat mag zijn opdracht echter niet op een ongelegen moment neerleggen, wat het geval kan zijn als de belangen van zijn cliënt door de keuze van dat moment worden geschaad.

 

5.6     Klager heeft in zijn mails van 6,14, 23 en 26 juli 2017 bij herhaling om een gesprekspuntenlijstje verzocht. Verweerder heeft klager per mails van 2 en 9 augustus 2017 voorgehouden dat hij meerdere malen met klager had besproken dat hij het van belang achtte om de comparitie tijdens een bespreking voor te bereiden en dat de mails van juli 2017 van klager tijdens dat gesprek zouden worden besproken. Klager ging aanvankelijk akkoord met een bespreking op kantoor van verweerder, maar in zijn email d.d. 14 augustus 2017 gaf klager in niet mis te verstane bewoording te kennen geen vertrouwen meer te hebben in de werkzaamheden van verweerder en in diens bijstand ter comparitie. Daarmee heeft klager er ondubbelzinnig blijk van gegeven geen vertrouwen meer te hebben in verweerder. Onder deze omstandigheden kon verweerder niet anders dan zich aan de zaak te onttrekken. Van een onzorgvuldige onttrekking is op grond van het bovenstaande geen sprake. Verweerder valt ter zake tuchtrechtelijk geen verwijt te maken. Het vierde onderdeel van de klacht is ongegrond.

 

Ad onderdeel 5)

5.7   Het vijfde onderdeel van de klacht heeft betrekking op de hoogte van de declaratie van verweerder. De tuchtrechter heeft niet de bevoegdheid declaratiegeschillen te beslechten, doch waakt slechts tegen excessief declareren.

5.8     Uit de aan de raad overgelegde urenspecificatie van verweerder blijkt dat verweerder 72 uren in de zaak van klager heeft besteed tegen een tussen partijen overeengekomen uurtarief van € 220,-. Gelet op de omvang van de processtukken, de lengte van de besprekingen met klager en de vele en uitvoerige mails van klager komt de raad de tijd die door verweerder is besteed aan correspondentie, telefoongesprekken, besprekingen, bestudering dossier en opstellen processtukken niet excessief voor. Bovendien heeft verweerder klager (nog) niet meer dan zijn voorschotnota’s van in totaal € 8.500,- in rekening gebracht.

5.9  Naar het oordeel van de raad is op grond van het bovenstaande niet gebleken dat er sprake is van excessief declareren. Het vijfde onderdeel van de klacht is ongegrond.

          Ad onderdeel 6)

5.10   Het zesde onderdeel van de klacht heeft betrekking op de wijze waarop verweerder zich tegen de klacht van klager heeft verweerd. Het staat een advocaat vrij om in zijn verweer tegen een klacht datgene naar voren te brengen wat hem in het belang van zijn verweer passend voorkomt. Het moge zo zijn dat het verweer klager niet welgevallig is, maar dat betekent niet dat verweerder hiervan tuchtrechtelijk een verwijt te maken valt. Uit de aan de raad overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht is gebleken dat de zaak voor klager en verweerder emoties met zich heeft meegebracht. Verweerder heeft daarbij geen grens overschreden. Het zesde onderdeel van de klacht is ongegrond.

 

BESLISSING

 

De raad van discipline:

verklaart klacht in alle onderdelen ongegrond;

 

 

Aldus beslist door mr. W.E.A. Gimbrère-Straetmans , voorzitter, mrs. W.A.A.J. Fick-Nolet en H.C.M. Schaeken , leden, bijgestaan door mr. I.J.M. Huysmans-van Opstal als griffier en uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2019.

 

 

 

Griffier                                                       Voorzitter