Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

25-03-2011

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2011:YA2672

Zaaknummer

5909

Inhoudsindicatie

Verwijt te verrekenen, weliswaar met toestemming, maar toch verwijtbaar omdat eindafrekening uitbleef, zoelfs na toezegging aan de deken.

Uitspraak

25 maart 2011

No. 5909

Hof van Discipline

Beslissing

naar aanleiding van het hoger beroep van

verweerders

tegen:

klaagster.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s Hertogenbosch (verder: de raad) van 27 september 2010, onder nummer M119 2010, aan partijen toegezonden op 28 september 2010, waarbij een klacht van klaagster tegen verweerders gegrond is verklaard, aan verweerder sub 1 de maatregel van voorwaardelijke schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van 2 weken respectievelijk aan verweerder sub 2 de maatregel van enkele waarschuwing is opgelegd. Aan de voorwaardelijke schorsing van verweerder sub 1 werd de bijzondere voorwaarde verbonden dat hij aan klaagster het bedrag van € 7.877,32 zou terugbetalen.

 

2. Het geding in hoger beroep

2.1 De memorie waarbij verweerders van deze beslissing in hoger beroep is gekomen, is op 22 oktober 2010 ter griffie van het hof ontvangen.

2.2 Het hof heeft voorts kennis genomen van:

- de stukken van de eerste aanleg;

- de antwoordmemorie namens klaagster van mr. X., gemachtigde van klaagster;

- schrijven van de deken aan het hof van 1 november 2010;

- schrijven van mr. Y., gemachtigde van verweerders, aan het hof van 20 januari 2011.

2.3 Het hof heeft de zaak mondeling behandeld ter openbare zitting van 21 januari 2011, waar geen der partijen is verschenen.

3. De klacht

 De klacht bestaat uit het navolgende:

 Verweerder sub 2 heeft op 31 augustus 2009 een bedrag van € 7.877,32 onder zich gehouden, maar de toen aangekondigde nota waarop dit een voorschot moest zijn is pas veel later gekomen, ook niet na aanmaning (gedragsregel 28 lid 2) en zelfs niet nadat doorbetaling op 25 mei 2010 ten overstaan van de deken uitdrukkelijk was afgesproken.

4. De feiten

 Aan klaagster is rechtsbijstand verleend door aanvankelijk een oud kantoorgenoot van verweerders en vervolgens door verweerder sub 2. De door verweerders behandelde zaak is afgehandeld en aan klaagster is een bedrag overgemaakt van € 30.000,00. Een restantbedrag van € 7.877,32  is door het kantoor van verweerders behouden als voorschotbetaling in afwachting van de nog te concipiëren nota. Klaagster heeft de nota pas zeer laat ontvangen. Ondanks diverse verzoeken bleef een reactie van verweerders uit. Ten aanzien van dit restantbedrag heeft op 25 mei 2010 een gesprek bij de deken plaatsgevonden.

5. De beoordeling

5.1 Volgens klaagster heeft verweerder sub 2 bij de bespreking bij de deken namens het kantoor afgesproken dat het ingehouden bedrag geheel betaald zou worden aan klaagster en dat klaagster na opgave van de specificatie door het kantoor van verweerders en nadat zij het in orde had bevonden het daarmee corresponderende bedrag aan verweerders zou overmaken. Het bedrag is door verweerders niet aan klaagster overgemaakt.

5.2 Uit de door mr. Y. overgelegde brief van 18 januari 2011 van mr. X. aan mr. Y., blijkt dat partijen een financiële regeling hebben getroffen inhoudende dat het kantoor het bedrag dat was ingehouden (als definitieve betaling van de werkzaamheden) behoudt en dat partijen elkaar over en weer finale kwijting verlenen. De klacht van klaagster, noch het hoger beroep van verweerders wordt ingetrokken. Verweerders beperken hun hoger beroep tot een grief tegen de hoogte van de maatregel.

5.3 Het hof acht, ondanks de regeling die partijen daags voor de behandeling door het hof hebben getroffen, geen termen aanwezig de aan verweerders opgelegde maatregelen te verminderen, met uitzondering van de bijzondere voorwaarde die de raad heeft verbonden aan de voorwaardelijke schorsing van verweerder sub 1, nu de aanleiding voor deze bijzondere voorwaarde is vervallen.

 

6. De beslissing

Het hof:

- vernietigt de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ’s Hertogenbosch van 27 september 2010 onder nummer M119-2010, voor zover de raad een bijzondere voorwaarde heeft verbonden aan de voorwaardelijke schorsing welke aan verweerder sub 1 werd opgelegd;

en,

- bekrachtigt de beslissing voor het overige.

Aldus gewezen door mr. C.J.J. van Maanen, voorzitter, mrs. J.S.W. Holtrop, G. Creutzberg, P.H. Holthuis, L. Ritzema, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.F. Schouwink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2011.