Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

30-10-2017

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2017:197

Zaaknummer

170200

Inhoudsindicatie

Nu verweerder zijn hoger beroep tegen de beslissing van de raad heeft ingetrokken is de beslissing van de raad onherroepelijk geworden en dient het hof op grond van artikel 56 lid 5 Advocatenwet de ingangsdatum van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde schorsing te bepalen. Daarbij is van belang dat verweerder van 26 juni 2017 tot en met 9 september 2017 geschorst is geweest ingevolge de beslissingen van de raad van 12 juni 2017 met nummers 17-133/DB/ZBW en 17-272/DB/ZWB en dat hij aansluitend op grond van de beslissing van de raad van 4 september 2017 (zaaknr. 17-590/DB/L/d) ex artikel 60ab lid 1 Advocatenwet voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk is geschorst sedert 10 september 2017. Ook deze laatste beslissing is inmiddels onherroepelijk geworden.

Inhoudsindicatie

Het hof bepaalt de volgorde van de door de raad bij de onderhavige beslissing en bij beslissingen met nummers 17-019/DB/ZWB en 17-060/DB/ZWB van gelijke datum opgelegde onvoorwaardelijke schorsingen.

Uitspraak

Beslissing                               

van 30 oktober 2017

in de zaak 170200

naar aanleiding van het hoger beroep van:

verweerder

tegen:

deken

1    HET GEDING IN EERSTE AANLEG

Het hof verwijst naar de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s Hertogenbosch (verder: de raad) van 12 juni 2017, onder nummer 17-132/DB/ZWB/D, aan partijen toegezonden op 13 juni 2017, waarbij de raad onderdeel 1 van het bezwaar gegrond en onderdeel 2 van het bezwaar ongegrond heeft verklaard, aan verweerder de maatregel van schorsing voor de duur van 13 weken is opgelegd, met veroordeling van verweerder in de kosten van de procedure en met bepaling dat de in artikel 8a, derde lid, van de Advocatenwet bedoelde termijn wordt verkort tot twee jaren.

De beslissing is gepubliceerd op tuchtrecht.nl als ECLI:NL:TADRSHE:2017:117.

2    HET GEDING IN HOGER BEROEP

2.1    Verweerder is van de beslissing van de raad in hoger beroep gekomen, maar heeft dit beroep ingetrokken bij brief van 11 augustus 2017, ter griffie van het hof ingekomen op 15 augustus 2017.

2.2    Het hof heeft voorts kennis genomen van:

-    de brief van de gemachtigde van verweerder van 20 augustus 2017;

-    de brief van de deken van 5 september 2017.

2.3    Het hof heeft de zaak in raadkamer behandeld op 22 september 2017.

3    BEOORDELING

Nu verweerder zijn hoger beroep tegen de beslissing van de raad heeft ingetrokken is de beslissing van de raad onherroepelijk geworden en dient het hof op grond van artikel 56 lid 5 Advocatenwet de ingangsdatum van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde schorsing te bepalen. Daarbij is van belang dat verweerder van 26 juni 2017 tot en met 9 september 2017 geschorst is geweest ingevolge de beslissingen van de raad van 12 juni 2017 met nummers 17-133/DB/ZBW en 17-272/DB/ZWB en dat hij aansluitend op grond van de beslissing van de raad van 4 september 2017 (zaaknr. 17-590/DB/L/d) ex artikel 60ab lid 1 Advocatenwet voor onbepaalde tijd in de uitoefening van de praktijk is geschorst sedert 10 september 2017. Ook deze laatste beslissing is inmiddels onherroepelijk geworden.

Het hof zal tevens de volgorde van de door de raad bij de onderhavige beslissing en bij beslissingen met nummers 17-019/DB/ZWB en 17-060/DB/ZWB van gelijke datum opgelegde onvoorwaardelijke schorsingen bepalen.

    BESLISSING

Het Hof van Discipline:

bepaalt dat (de onvoorwaardelijk opgelegde gedeelten van) de door de raad opgelegde schorsingen bij beslissingen van de raad van 12 juni 2017 in de zaken met nummers 17-019/DB/ZWB (2 weken), 17-060/DB/ZWB (13 weken) en 17-132/DB/ZWB/D (13 weken) achtereenvolgens zullen ingaan, te beginnen op de dag nadat de thans nog lopende schorsing voor onbepaalde tijd ex artikel 60ab lid 1 Advocatenwet zal zijn geëindigd;

bepaalt voorts dat deze schorsingen niet ten uitvoer zullen worden gelegd gedurende de tijd dat verweerder niet op het tableau staat ingeschreven.

Aldus gewezen door mr. P.M.A. de Groot-van Dijken, voorzitter, mrs. L. Ritzema, G.W.S. de Groot, G.J.L.F. Schakenraad en J.H.J.M. Mertens-Steeghs, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.A.M. Sinjorgo, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 oktober 2017.

  

griffier    voorzitter                           

De beslissing is verzonden op 30 oktober 2017.