Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

18-01-2013

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2013:47

Zaaknummer

6549

Inhoudsindicatie

Bekrachtiging ongegrondverklaring. Klacht over niet adequate bijstand. Geen reden om deskundige te benoemen. Schadevergoeding ex. art. 48b lid 1 Advocatenwet afgewezen.

Uitspraak

Beslissing van 18 januari 2013

in de zaak 6549

naar aanleiding van het hoger beroep van:

klager

tegen:

verweerder

1 HET GEDING IN EERSTE AANLEG

Het hof verwijst naar de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem (verder: de raad) van 27 augustus 2012, onder nummer 12-48, aan partijen toegezonden op 29 augustus 2012, waarbij een klacht van klager tegen verweerder in al zijn onderdelen ongegrond is verklaard.

2 HET GEDING IN HOGER BEROEP

2.1 De memorie waarbij klager van deze beslissing in hoger beroep is gekomen, is op 31 augustus 2012 ter griffie van het hof ontvangen.

2.2 Het hof heeft voorts kennis genomen van:

- de stukken van de eerste aanleg;

- de antwoordmemorie van verweerder;

- e-mail van klager aan het hof van 3 september 2012;

- e-mail van klager aan het hof van 19 september 2012;

- de brief van klager aan het hof van 22 oktober 2012;

- e-mail van klager aan het hof van 26 oktober 2012;

- de brief van klager aan het hof van 28 oktober 2012;

- e-mail van klager aan het hof van 28 oktober 2012;

- e-mail van klager aan het hof van 29 oktober 2012.

2.3 Het hof heeft de zaak mondeling behandeld ter openbare zitting van 12 november 2012, waar beide partijen zijn verschenen. Verweerder heeft gepleit aan de hand van een pleitnota.

3 KLACHT

3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat verweerder ten onrechte het ziekenhuis niet aansprakelijk heeft gesteld.

3.2 Klager is van oordeel dat uit de diverse second opinions blijkt dat er voldoende grondslag was om tot aansprakelijkstelling over te gaan. Klager vermoedt dat verweerder er zelf belang bij had niet tot de aansprakelijkstelling over te gaan.

4 FEITEN

Het volgende is komen vast te staan:

In overweging 2. heeft de raad vastgesteld van welke feiten in deze zaak wordt uitgegaan. De door de raad vastgestelde feiten, die niet zijn betwist, vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt.

5 BEOORDELING

5.1. Klager heeft met zijn appelmemorie, aangevuld bij de brieven en de e-mails vermeld onder 2.2, de zaak in volle omgang aan het hof voorgelegd.

5.2. Bij e-mail van 28 oktober 2012 heeft klager het hof verzocht een onafhankelijke letselschade-advocaat als deskundige te benoemen om – kort gezegd – het gehele dossier nogmaals te beoordelen.

Het hof wijst dit verzoek af, omdat de relevante feiten voldoende zijn komen vast te staan in het onderzoek door de deken en ter zittingen van de raad en het hof.

Het oordeel over het handelen van verweerder als advocaat van klager, zoals omschreven in de klacht, is aan de tuchtrechter.

Voor een beoordeling van het dossier door een deskundige is geen plaats.

 5.3. In de appelmemorie en bij zijn e-mail van 28 oktober 2012 heeft klager het hof verzocht aan hem een schadevergoeding toe te kennen, omdat de zaak door verweerders tekortschieten nog steeds niet is afgehandeld.

  Ingevolge art. 57a jo art. 48b lid 1 van de Advocatenwet kan het hof slechts de bijzondere voorwaarde van schadevergoeding opleggen als de klacht gegrond wordt bevonden en aan de betrokken advocaat een maatregel wordt opgelegd.

  Dat is in deze zaak niet het geval, zoals uit de beslissing zal blijken, zodat het verzoek wordt afgewezen.

 5.4. Voor het overige heeft het onderzoek in hoger beroep niet geleid tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de raad, waarmede het hof zich verenigt.

 5.5. De grieven van klager tegen de beslissing van de raad worden verworpen.

 

 BESLISSING

Het Hof van Discipline:

- wijst af het verzoek tot benoeming van een deskundige;

- wijst af het verzoek om schadevergoeding ex art. 48 b lid 1;

- bekrachtigt de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Arnhem van 27 augustus 2012, gewezen onder nr. 12-48.

Aldus gewezen door mr. C.J.J. van Maanen, voorzitter, mrs. A. Beker, P.M.A. de Groot-van Dijken, A.J.M.E. Arpeau en G.J. Niezink, leden, in tegenwoordigheid van mr. G.E. Muller, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 18 januari 2013.