Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

30-04-2018

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2018:93

Zaaknummer

17-966/DH/DH

Inhoudsindicatie

Klacht over advocaat wederpartij deels niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een rechtstreeks belang. Klacht voor het overige ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag

van 30 april 2018

in de zaak 17-966/DH/DH

naar aanleiding van de klacht van:

klager sub 1

en 

klaagster sub 2

over:

verweerder

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Bij brief van 16 augustus 2017 hebben klagers bij de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Den Haag (hierna: de deken) een klacht ingediend over verweerder.

1.2 Bij brief van 21 november 2017 met kenmerk K192 2017 dk/sh aan de raad, door de raad ontvangen op 22 november 2017, heeft de deken de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.3 De klacht is behandeld ter zitting van 5 maart 2018 van de raad in aanwezigheid van klaagster sub 2 en verweerder.

1.4 De raad heeft kennis genomen van de bij 1.2 genoemde brief van de deken met bijlagen.

2 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van de volgende feiten uitgegaan.

2.1 Klagers hebben/hadden een geschil met hun buren over onder meer een schutting en een kadastrale meting. Verweerder heeft de buren van klagers in dit geschil bijgestaan.

2.2 Klagers en verweerder wonen in hetzelfde dorp.

2.3 Bij brief van 11 november 2016 heeft verweerder een buurvrouw van klagers als volgt bericht:

“(…) Bijgaande brief ben ik voornemens te doen ontvangen door de geadresseerden.

Ik zou graag een einde maken aan de juridische procedures tussen onze buren [wederpartij klagers] en [klagers]. Vanwege uw relatie met [klagers] en uw wijsheid en onvolprezen nuchterheid acht ik u in staat een bijdrage te kunnen leveren. Ik zou graag de juiste snaar raken bij [klagers] en verneem graag van u welke verbeteringen nodig zijn aan bijgaande brief om optimaal kans te maken op een dergelijk resultaat. Indien u niet reageren wil, kan ik dat ook begrijpen.

Bijgaande/bovenstaande veronderstel ik als voldoende informatief, maar uiteraard ben ik altijd bereid op vragen en/of op-,aanmerkingen te reageren. (…)”

2.4 Bij brief van 16 augustus 2017 hebben klagers bij de deken een klacht ingediend over verweerder.

2.5 Op 24 oktober 2017 heeft de deken partijen zijn visie op de klacht gegeven.

2.6 Bij brief van 15 november 2017 hebben klagers de deken verzocht het klachtdossier door te zenden aan de raad van discipline. Als bijlagen bij die brief hebben zij correspondentie tussen (onder meer) klagers en verweerder gevoegd.

3 KLACHT

3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet. Klagers verwijten verweerder het volgende.

a) Verweerder is tijdens één van de hoorzittingen van de gemeente V. zijn boekje ver te buiten gegaan. De voorzitter van de hoorzitting moest hem tweemaal tot de orde roepen. De derde maal zou verweerder verwijderd worden. Dat is gelukkig niet gebeurd.

b) Verweerder heeft tijdens een descente de rechter een half uur laten wachten. Na de descente ging verweerder niet met zijn cliënt mee, maar begon hij te schelden op zijn cliënt en zijn schoonmoeder.

c) De wederpartij van klagers heeft niet begrepen dat er een proces-verbaal getekend was. Verweerder heeft hen waarschijnlijk geen uitleg gegeven. Klagers vinden dat verweerder zijn cliënt moet begeleiden.

d) Verweerder heeft in de procedure bij het Gerechtshof Den Haag de rechter driemaal geschoffeerd.

e) Verweerder heeft klagers ‘bedelbrieven’ gestuurd. Klagers moesten aan de door verweerder gestelde voorwaarden voldoen, want dan werd er geen hoger beroep aangetekend. Klagers zijn daar niet op ingegaan. De rechter heeft vonnis gewezen.

f) Verweerder heeft toegelaten dat de wederpartij van klagers hen (ten onrechte) heeft uitgescholden.

g) Verweerder heeft een buurvrouw van klagers in het dorp aangesproken met het verzoek te bemiddelen in het geschil tussen klagers en hun wederpartij. Deze buurvrouw werkt al 30 jaar drie uur per week bij klagers. Vervolgens heeft verweerder deze buurvrouw een ‘bedelbrief’ gestuurd. De buurvrouw heeft deze ‘bedelbrief’ aan klagers overhandigd. Het betrekken van buurtgenoten in een rechtszaak is zeer schadelijk voor klagers.

h) Verweerder zit veel te dicht op deze kwestie. Hij komt privé veel bij de wederpartij van klagers. Hij is te emotioneel betrokken en kan geen afstand nemen. Verweerder is niet professioneel bezig.

4 VERWEER

4.1 Verweerder heeft zich gemotiveerd tegen de klacht verweerd. Op het verweer zal hierna - waar nodig - worden ingegaan.

5 BEOORDELING

Klachtonderdelen a) tot en met d)

5.1 Het klachtrecht is niet in het leven geroepen voor een ieder, doch slechts voor degene die door een handelen of nalaten van een advocaat rechtstreeks in zijn belang getroffen is of kan worden. Voor zover in het algemeen belang een tuchtrechtelijke toetsing is vereist, wordt het klachtrecht uitgeoefend door de deken.

5.2 De vragen of verweerder tijdens een hoorzitting van de gemeente V. zijn boekje te buiten is gegaan, of verweerder tijdens een descente de rechter heeft laten wachten en zijn cliënt en schoonmoeder heeft uitgescholden, de vraag of verweerder zijn cliënten onvoldoende heeft begeleid en de vraag of verweerder in de procedure bij het Gerechtshof Den Haag de rechter heeft geschoffeerd, zijn in beginsel zaken van algemeen belang/het belang van de cliënten van verweerder. Hetgeen klagers in dit geval hebben aangevoerd zijn geen specifieke, klagers betreffende, omstandigheden die leiden tot de conclusie dat klagers een eigen, rechtstreeks belang hebben bij deze klachtonderdelen. 

5.3 De klachtonderdelen a) tot en met d) zijn niet-ontvankelijk.

5.4 Bij de beoordeling van de overige klachtonderdelen moet worden vooropgesteld dat verweerder de advocaat is van de wederpartij van klagers. Ingevolge vaste jurisprudentie van het Hof van Discipline is partijdigheid een van de kernwaarden waaraan de advocaat dient te voldoen. De advocaat is partijdig bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt. Een advocaat geniet dan ook een ruime mate van vrijheid om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze als hem in overleg met zijn cliënt goeddunkt. Deze vrijheid is niet absoluut, maar kan onder meer worden beperkt doordat:

a) de advocaat zich niet onnodig grievend mag uitlaten over de wederpartij;

b) de advocaat geen feiten mag poneren waarvan hij de onwaarheid kent of redelijkerwijs kan kennen;

c) de advocaat bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van de wederpartij niet onnodig of onevenredig mag schaden zonder redelijk doel.

Daarbij geldt voorts dat de advocaat de belangen van zijn cliënt dient te behartigen aan de hand van het feitenmateriaal dat zijn cliënt hem verschaft en dat hij in het algemeen mag afgaan op de juistheid daarvan en slechts in uitzonderingsgevallen gehouden is de juistheid daarvan te verifiëren. De advocaat behoeft in het algemeen niet af te wegen of het voordeel dat hij voor zijn cliënt wil bereiken met de middelen waarvan hij zich bedient opweegt tegen het nadeel dat hij daarmee aan de wederpartij toebrengt. Wel moet de advocaat zich onthouden van middelen die op zichzelf beschouwd ongeoorloofd zijn of die, zonder dat zij tot enig noemenswaardig voordeel van zijn cliënt strekken, onevenredig nadeel aan de wederpartij toebrengen. De raad zal de navolgende klachtonderdelen met inachtneming van deze uitgangspunten beoordelen.

Klachtonderdeel e)

5.5 In dit klachtonderdeel verwijten klagers verweerder dat hij hen ‘bedelbrieven’ heeft gestuurd. 

5.6 Het is een advocaat in principe niet toegestaan zich rechtstreeks met een partij in verbinding te stellen als hij weet dat die partij door een advocaat wordt bijgestaan, tenzij de advocaat van die partij daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven.

5.7 Ter zitting van de raad heeft klaagster verklaard dat verweerder klagers weliswaar rechtstreeks brieven heeft gestuurd, maar dat hij dat heeft gedaan in een periode waarin klagers (tijdelijk) niet door hun advocaat werden bijgestaan. Derhalve valt verweerder in zoverre niets te verwijten. Inhoudelijk is voorts geen van de door verweerder aan klagers gezonden brieven – voor zover deze zich in het klachtdossier bevinden – van dien aard dat verweerder daarmee een tuchtrechtelijk relevante grens heeft overschreden. 

5.8 Klachtonderdeel e) is ongegrond. 

Klachtonderdeel f)

5.9 Dit klachtonderdeel betreft het verwijt dat verweerder heeft toegelaten dat de wederpartij van klagers hen (ten onrechte) heeft uitgescholden.

5.10 Naar het oordeel van de raad biedt het klachtdossier geen aanknopingspunten voor de juistheid van dit verwijt. Verweerder heeft deze stelling van klagers bovendien betwist. Daarom is ook dit klachtonderdeel ongegrond.

Klachtonderdeel g)

5.11 Klagers verwijten verweerder dat hij een buurvrouw van klagers in het dorp heeft aangesproken met het verzoek te bemiddelen in het geschil tussen klagers en hun wederpartij.

5.12 Verweerder heeft aangevoerd dat hij het in het belang van beide partijen achtte dat tussen hen werd bemiddeld.

5.13 De raad is van oordeel dat verweerder geen tuchtrechtelijk relevante grens heeft overschreden door de buurvrouw van klagers aan te spreken. Ook de inhoud van de hierboven bij randnummer 2.3 weergegeven brief is niet van dien aard dat verweerder daarmee de grenzen van het betamelijke heeft overschreden. Ook dit klachtonderdeel is daarom ongegrond. 

Klachtonderdeel h)

5.14 Tot slot verwijten klagers verweerder – kort gezegd – dat hij onvoldoende emotionele distantie tot zijn cliënt bewaart.

5.15 Van een behoorlijk handelend advocaat mag worden verwacht dat hij of zij een professionele distantie tot zijn cliënt bewaart en zich niet door zijn emoties laat meeslepen. Dat verweerder onvoldoende distantie (heeft) betracht, is echter – op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting – niet komen vast te staan. Daarom is ook dit klachtonderdeel ongegrond.

BESLISSING

De raad van discipline:

- verklaart de klachtonderdelen a) tot en met d) niet-ontvankelijk;

- verklaart de klachtonderdelen e) tot en met h) ongegrond.

Aldus beslist door mr. C.H. van Breevoort-de Bruin, voorzitter, mrs. L.P.M. Eenens en H.E. Meerman, leden, bijgestaan door mr. N.M. van Trijp als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 30 april 2018.

 

Deze beslissing is in afschrift op 30 april 2018 verzonden.