Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

11-06-2018

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2018:121

Zaaknummer

18-105/DH/RO/D

Inhoudsindicatie

Dekenbezwaar. Verweerder heeft naar het oordeel van de raad ernstig verwijtbaar gehandeld door als advocaat in strijd met gedragsregel 37 niet te reageren op verzoeken van de deken en het laatstgenoemde aldus onmogelijk te maken zijn toezichthoudende taak uit te voeren. Vanwege de verwevenheid met de zaak 17-948/DH/RO/D, waarin de raad een schrapping heeft opgelegd, legt de raad in deze zaak geen maatregel op. 

Uitspraak

Beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Den Haag

van 11 juni 2018

in de zaak 18-105/DH/RO/D

naar aanleiding van het bezwaar van:

de deken van de Orde van Advocaten

in het arrondissement Rotterdam

klager

tegen:

verweerder

1    VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1    Bij brief aan de raad van 8 februari 2018 met kenmerk R 2018/08 cij, door de raad ontvangen op 9 februari 2018, heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam (hierna: de deken) een ambtshalve bezwaar tegen verweerder ter kennis van de raad gebracht.

1.2    Het bezwaar is behandeld ter zitting van de raad van 9 april 2018 in aanwezigheid van klager en verweerder.

1.3    De raad heeft kennis genomen van de processtukken, bedoeld in artikel 49 lid 2 Advocatenwet.

2    FEITEN

Voor de beoordeling van het bezwaar wordt, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van de volgende feiten uitgegaan.

2.1    Verweerder is op [datum] 2006 beëdigd als advocaat. Hij voert zelfstandig kantoor. Op zijn kantoor zijn geen andere advocaten werkzaam.

2.2    Bij brief van 9 november 2017 heeft een cliënt van verweerder een klacht tegen hem ingediend.

2.3    De deken heeft deze klacht in behandeling genomen en verweerder in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.

2.4    De deken heeft ondanks herhaald rappel geen reactie van verweerder ontvangen.

2.5    De deken heeft de klacht gegrond bevonden.

2.6    Bij brief van 8 februari 2018 heeft de deken aan verweerder bericht vanwege het niet reageren in de klachtprocedure, een dekenbezwaar tegen hem te zullen indienen. Bij die brief heeft de deken een kopie van het dekenbezwaar van dezelfde datum gevoegd. Verweerder heeft ook daarop niet gereageerd.

3    KLACHT

3.1    Het bezwaar houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat hij tekortschiet in de nakoming van de verplichtingen die het beroep van advocaat met zich meebrengt door in strijd met gedragsregel 37 niet te reageren op verzoeken van klager.

4    VERWEER

4.1    Verweerder heeft zich niet tegen het bezwaar verweerd.

5    BEOORDELING

5.1    Verweerder heeft voor het eerst ter zitting van de raad op het bezwaar gereageerd. Hij heeft erkend onjuist te hebben gehandeld door niet te reageren op verzoeken van de deken. De gegrondheid van het bezwaar is daarmee gegeven.

6    MAATREGEL

6.1    Verweerder heeft naar het oordeel van de raad ernstig verwijtbaar gehandeld door als advocaat in strijd met gedragsregel 37 niet te reageren op verzoeken van klager en het laatstgenoemde aldus onmogelijk te maken zijn toezichthoudende taak uit te voeren. Vanwege de verwevenheid van het aan verweerder in de onderhavige zaak gemaakte verwijt en het daaraan ten grondslag liggende feitencomplex en de door klager in de zaak 17-948/DH/RO/D aan verweerder gemaakte verwijten en daaraan ten grondslag liggende feiten, welke verwijten door de raad eveneens gegrond zijn bevonden en waarvoor door de raad de maatregel van schrapping wordt opgelegd, zal de raad onder verwijzing naar de in die zaak opgelegde maatregel, van het opleggen van een maatregel afzien.

BESLISSING

De raad van discipline:

-    verklaart het bezwaar gegrond;

-    bepaalt dat geen maatregel wordt opgelegd.

Deze beslissing is in afschrift op 11 juni 2018 verzonden.