Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

19-12-2011

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2011:4

Zaaknummer

6091

Inhoudsindicatie

Klacht tegen patroon en stagiaire. De klacht tegen de stagiaire is ongegrond omdat hij ten tijde van het verweten handelen nog geen advocaat was. De klachten tegen de patroon dat hij ten onrechte de indruk heeft gewekt dat hij bij de echtscheiding ook de belangen van klager zou behartigen, ten onrechte heeft aangegeven dat het tekenen van de akte van berusting alleen gevolgen zou hebben voor de inschrijving van de echtscheiding en niet voor de alimentantie, en dat hij, ondanks de belofte nadat hij klager de akte van berusting had laten ondertekenen, niet meer heeft gedaan om het alimentatievraagstuk in der minne op te lossen, zijn gegrond. Berisping.

Inhoudsindicatie

 

Uitspraak

Beslissing

van 19 december 2011

in de zaak 6091

naar aanleiding van het hoger beroep van:

verweerders

tegen:

klager

1    HET GEDING IN EERSTE AANLEG

Het hof verwijst naar de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s Hertogenbosch (verder: de raad) van 18 april 2011, onder nummer B 186 2010, aan partijen toegezonden op 19 april 2011, waarbij van een klacht van klager tegen verweerders alle onderdelen van de klacht gegrond zijn verklaard en de maatregel van berisping is opgelegd.

2    HET GEDING IN HOGER BEROEP

2.1    De memorie waarbij verweerders van deze beslissing in hoger beroep zijn gekomen, is op 12 mei 2011 ter griffie van het hof ontvangen.

2.2    Het hof heeft voorts kennis genomen van:

-    de stukken van de eerste aanleg;

-    de antwoordmemorie van klager;

-    schrijven van verweerders aan het hof van 13 oktober 2011;

-    de brief van 3 november 2011 van verweerders aan het hof;

-    de bij fax van 16 november 2011 nagezonden pleitnotitie van mr. X. namens klager (abusievelijk gedateerd 28 november 2011);

-    de reactie van verweerders op de pleitnotitie van mr. X. bij brief van 24 november 2011.

2.3    Het hof heeft de zaak mondeling behandeld ter openbare zitting van 28 oktober 2011, waar verweerders zijn verschenen. Mr. X., advocaat te R., de gemachtigde van klager, heeft na afloop van de zitting telefonisch aan het hof doen weten dat zij, door een agenderingsfout, niet tijdig ter zitting aanwezig was geweest. De gemachtigde verzocht het hof haar toe te staan haar pleitnotitie na te sturen. Bij brief van 3 november 2011 hebben verweerders het hof desgevraagd meegedeeld dat zij daarmee instemden, waarna de pleitnotitie alsnog is overgelegd en verweerders op de inhoud hebben gereageerd.

3    KLACHT

De klacht houdt, zakelijk weergegeven, het volgende in:

1.    Verweerders hebben ten onrechte de indruk gewekt dat zij bij de echtscheiding ook de belangen van klager zou behartigen.

2.    Verweerders hebben ten onrechte aangegeven dat het tekenen van de akte van berusting alleen gevolgen zou hebben voor de inschrijving van de echtscheiding en niet voor de alimentatie.

3.    Verweerders hebben, ondanks hun belofte nadat ze klager de akte van berusting hadden laten ondertekenen, niets meer gedaan om het alimentatievraagstuk in der minne op te lossen.

4    FEITEN

Het volgende is komen vast te staan:

4.1    Klager is gehuwd geweest met mevrouw Y.. Uit het huwelijk zijn twee, nog minderjarige, kinderen geboren. In september 2006 wendde de toenmalige echtgenote van klager zich tot verweerder sub 1 met het verzoek een procedure tot echtscheiding met nevenvorderingen aanhangig te maken tegen klager. Klager werkte en woonde destijds in K., terwijl zijn echtgenote met de kinderen in C. woonde.

4.2    Per e-mail van 7 november 2006 schreef verweerder sub 1 aan klager:

“Dear mister B,

Recently I was approached by your wife mrs. Y., now living in Holland. She requested me to assist her in a divorce lawsuit. In order to do so I hereby kindly request you to inform me about your private address in K., which will facilitate me to send you the documents, necessary to start the procedure. Awaiting your news.”

4.2    Klager antwoordde per e-mail van 8 november 2006. Klager verzocht verweerder sub 1 stukken bestemd voor hem uitsluitend te versturen per fax of per koerier, vanwege het onbetrouwbare postsysteem in K.. Klager verstrekte de daartoe nodige gegevens voor de adressering van de stukken.

Klager besloot zijn e-mail aldus:

“I am a little confused about your participation however. My wife started the divorce, with objections to myself, with a lawfirm in R.. I have however complied and sent all the relevant documents. I see that you are based in B. Is this a sister law firm or a new one?”

4.3    Verweerder sub 1 reageerde per e-mail van 14 december 2006 en schreef aan klager:

“With reference to your email message dated november 8th, I would like to bring to your attention that in order to start the procedure I am in need of all the relevant and recent (Financial) documents, that can be of any importance in the procedure. Your wife asked me to represent her in this, so there is no reference to a lawyers firm based in R.. I hope to receive that documents that I asked you for on very short time. If I do not receive the documents for the end of this year, I will advice my client to start up the procedure for court in R.. In any case I advice you to enlist a lawyer yourself as soon as possible.”

4.4    Op 25 augustus 2007 stuurde klager verweerder sub 1 een e-mail, die voorzover hier van belang luidde:

    “I have received an email from I. from your office (dated 14th December 2006) to inform me that certain documents are required to complete the divorce between my wife and myself and that I should enlist the help of a lawyer for the divorce. I have sent a response via the same email method saying that I am willing to cooperate in the divorce proceedings and that a second lawyer is not necessary to complete the divorce. No further communication from I. came as a result of my email. I still have no objection in the use of one lawyer as the divorce is agreed by both my wife and myself.”

     In deze e-mail vermeldde klager voorts dat hij op 28 augustus 2007 een brief, gedateerd 10 juli 2007 had ontvangen van een Nederlands deurwaarderskantoor met als bijlage het verzoekschrift tot echtscheiding. Klager vervolgde zijn e-mail als volgt:

    “I would like to state the following:

a.     your office is representing both parties in this divorce yet the “verzoekschrift tot echtscheiding” fax that was sent to MD is the first time I have seen the “verzoekschrift tot echtscheiding” agreement. As such, no agreement has been made for the divorce conditions stated from myself and that your office has failed to consult my imput in the matter.

b.    The amounts stated for alimony payment is too high considering the following facts.”

Klager gaf aan op welke gronden zijns inziens de in het verzoekschrift vermelde alimentatiebedragen te hoog waren.

Hij vervolgde zijn e-mail aldus:

“It is for this reasons that I object to the submission of the “verzoekschrift to echtscheiding” and do not understand the reason for the letter from MD. I am now looking to you for advice in how to proceed this point to settle this matter to the satisfaction of both my wife and myself. Please inform me in the shortest possible time as to how this can be resolved”

Verweerder sub 1 heeft niet gereageerd op dit e-mailbericht van klager.

4.6    Bij beschikking van 7 januari 2008 heeft de Rechtbank R. bij verstek de echtscheiding tussen klager en zijn echtgenote uitgesproken, waarbij de gevorderde alimentatiebedragen werden toegewezen, te weten € 350,00 per kind per maand en € 3.000,00 per maand partneralimentatie, alle bedragen te voldoen met ingang van de dag dat de echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

4.7    Bij e-mail van 28 februari 2008 stuurde verweerder sub 1 aan klager de echtscheidingsbeschikking alsmede de akte van berusting, met het verzoek deze te ondertekenen en te retourneren, zodat de echtscheiding zou kunnen worden ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand in H.. Voorts verzocht verweerder sub 1 de toegewezen alimentatiebedragen vanaf

1 april 2008 te betalen op de aangegeven bankrekening van zijn cliënte.

4.8    Bij e-mail van dezelfde dag, 28 februari 2008, aan verweerder sub 1 sprak klager zijn ongenoegen uit over het feit dat met zijn bezwaren tegen de hoogte van de alimentatie, weergegeven in zijn e-mail van 25 augustus 2007, geen enkele rekening was gehouden, terwijl het ging om een “mutually agreed divorce”. Klager gaf aan dat  zijn belangen slecht waren behartigd door het kantoor van verweerder sub 1 en dat hij het niet eens was met de akte van berusting. Klager sprak de bereidheid uit naar Nederland te komen voor overleg met verweerder sub 1 en verzocht om een oplossing in het belang van beide partijen.

4.9    Bij e-mail van 31 maart 2008 reageerde verweerder sub 2 op klagers e-mail van 28 februari 2008 (dit was het eerste optreden van verweerder sub 2 in de zaak, HvD).

De e-mail luidde:

    “Following to our conversation by telephone, I contacted mr. Z. about your response related to the divorce procedure.

    In order to clarify the matter of communication and representation of both parties in the procedure of divorce, mr. Z. confirmed that he is only the representative of Y..

    He never confirmed to you that he was representing both parties. We regret this was not entirely clear to you in communication between you and our office.

    In the conversation you made it clear that you are willing to cooperate to find a proper solution for both parties. 

    Both parties stated that there was a mutually agreement to divorce, so about the divorce is no dispute. Thereby is it no problem, leaving aside the financial settlements, to sign the “Waiver of remedies”. To formalise the divorce, I kindly request that you sign and send the Dutch version of the “Waivre of remedies” (“Akte van Berusting”) to our office.

    Furthermore, there have to be found a solution about the financial settlements. You clarified that the stated amounts in the divorce decision are too high for you to pay.

    In order to find a solution for a maintenance for your children and ex-wife, I kindly request that you send an overview of your financial position (your income, costs, etc..). With this overview it is possible to make a calculation of your financial capacity to contribute to the costs incurred in caring for and raising your children and your ex-wife’s maintenance.

    I repeat that mr. Z. only represent Y., but it is neccesary to find a solution for both parties to settle the financial maintenance and contribution.”

4.10    Bij e-mail van 21 april 2008 verschafte klager de gevraagde financiële gegevens over zijn inkomen en zijn vaste lasten. Klager herhaalde dat hij de akte van berusting niet kon ondertekenen, omdat deze verwees naar de beschikking van de rechtbank waarmede klager zich niet kon verenigen. Hij voegde daaraan toe dat het stuk zou kunnen worden getekend als de financiële kwestie naar tevredenheid van beide partijen was opgelost.

4.11    Op 29 september 2008 schreef klager aan verweerder sub 2 dat hij nog geen antwoord had gekregen op zijn e-mail van 21 april 2008 en informeerde hij naar de stand van zaken met betrekking tot een minnelijke regeling.

4.12    Bij een door beide verweerders ondertekende e-mail van 9 december 2008 deelden zij klager mede:

“Following to our conversation with me, I hereby confirm that the “Waiver of Remedies” only covers the divorce. Both parties stated that there was a mutually agreement to divorce, so about the divorce is no dispute. Leaving aside the financial settlements you can sign the ”Waiver of Remedies” In order to settle the other aspects and find a proper solution, I propose to settle this in                      .   I will contact my client about this matter and proposal.”

4.13    Klager heeft op 18 december 2008 de akte van berusting ondertekend en een kopie per e-mail aan verweerder sub 2 toegezonden. Klager voegde nog toe dat hij erop vertrouwde, verwijzend naar een telefoongesprek op 2 december 2008 en de hiervoor genoemde e-mail van 9 december 2008, dat de financiële aspecten geen deel uitmaakten van de akte van berusting.

4.14    Op 18 februari 2009 werd de echtscheiding ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand in H.. Verweerder sub 2 deelde dit per e-mail van

25 februari 2009 aan klager mede. Hij besloot zijn e-mail aldus: 

    “I shall contact you concerning the further division and liquidation of matters such as alimony and payments.”

4.15    Klager informeerde nadien nog enige malen naar de stand van zaken. In de periode tot november 2009 volgde nog e-mailcorrespondentie over de boedelscheiding en de alimentatie. De voormalige echtgenote van klager wenste vast te houden aan de door de rechtbank toegewezen alimentatiebedragen, zodat geen overeenstemming werd bereikt.

4.16    Bij verzoekschrift van 3 december 2010 heeft klager de Rechtbank R. verzocht de alimentatie ten behoeve van zijn ex-echtgenote te wijzigen. De rechtbank overwoog dat de beschikking van 7 januari 2008 vanaf het begin niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord, doordat bij de uitspraak van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Bij beschikking van 27 mei 2011 werd de alimentatie van de vrouw met ingang van 3 december 2010 vastgesteld op € 1.666,00 per maand.

   

5    BEOORDELING

5.1    Verweerders hebben tegen de beslissing van de raad een viertal grieven geformuleerd. Alvorens deze te bespreken zal het hof ingaan op het verschil in tuchtrechtelijke verantwoordelijkheid tussen de beide verweerders.

5.2    Verweerder sub 2 is beëdigd als advocaat op 13 augustus 2008. Voordien was hij werkzaam als juridisch medewerker ten kantore van verweerder sub 1. Na de beëdiging was verweerder sub 1 de patroon van verweerder sub 2. Verweerder sub 2 heeft in de onderhavige zaak geen werkzaamheden verricht vòòr 31 maart 2008. De werkzaamheden van verweerder sub 2 in de periode van 31 maart 2008 tot 13 augustus 2008 vallen volledig onder de verantwoordelijkheid van verweerder sub 1. Immers, de advocaat mag leden van zijn personeel, die niet als advocaat zijn ingeschreven slechts zaken laten behandelen, wanneer hij er zich van overtuigd heeft dat zij daartoe ook de bekwaamheid hebben en wanneer dat onder zijn toezicht gebeurd. Hij blijft verantwoordelijk voor de behandeling van de zaak (regel 38 Gedragsregels 1992).

5.3    Op de datum van beëdiging van verweerder sub 2 (13 augustus 2008) was de echtscheidingsprocedure tussen klager en zijn toenmalige echtgenote reeds geëindigd door de beschikking van de Rechtbank R. van 7 januari 2008, en was de e-mail van 31 maart 2008 (hierboven in 4.9 geciteerd) reeds uitgegaan. Wat verweerder sub 2 na zijn beëdiging in de zaak heeft gedaan (zie hierboven, 4.14-15) lag zozeer in het verlengde van hetgeen voordien was gedaan onder uitsluitende verantwoordelijkheid van verweerder sub 1, dat daarvan aan verweerder sub 2 geen zelfstandig verwijt kan worden gemaakt. Het hof acht de klacht gericht tegen verweerder sub 2 dan ook in alle onderdelen ongegrond.

5.4    Het hof zal de grieven van verweerder sub 1 per klachtonderdeel behandelen.

5.4.1    Klachtonderdeel 1

Verweerder sub 1 stelt dat hij nimmer de indruk heeft gewekt dat hij mede de belangen van klager behartigde en dat hij aan klager voldoende duidelijk heeft gemaakt dat hij slechts de belangen van de toenmalige echtgenote van klager behartigde. Het hof deelt dat oordeel niet. De eerste e-mail van verweerder sub 1 is zeer summier en bevat niet het advies aan klager zelf een advocaat te nemen. Op verzoek van verweerder sub 1 verschafte klager gegevens over zijn adres in Koeweit en over zijn financiële omstandigheden. Uit klagers e-mail van 8 november 2006 blijkt dat hij in verwarring is over de rol van verweerder. Daarop had verweerder sub 1 per omgaande zijn positie duidelijk moeten maken. De e-mail van verweerder sub 1 van 14 december 2006 bevat weliswaar het advies aan klager zelf een advocaat in te schakelen, maar vermeldt niet de duidelijke motivering van dit advies, te weten dat verweerder uitsluitend de belangen van zijn cliënte zou behartigen en niet die van klager. Met name uit de e-mail van klager van 25 augustus 2007 moet het verweerder sub 1 duidelijk zijn geweest dat klager nog steeds meende dat één advocaat voor beide partijen zou optreden omdat er tussen hem en zijn toenmalige echtgenote overeenstemming bestond over de echtscheiding. Klager maakte in die e-mail bezwaar tegen de indiening van het verzoekschrift, omdat hij zich met de inhoud niet kon verenigen. Verweerder heeft op die e-mail in het geheel niet gereageerd en heeft het verzoekschrift ongewijzigd bij de rechtbank ingediend. Het hof is van oordeel dat verweerder sub 1 aldus handelende (en nalatende) ernstig  tekort geschoten is jegens klager. Verweerder sub 1 heeft onvoldoende rekening gehouden met de te respecteren belangen van de wederpartij van zijn cliënte. Het hof acht daarbij mede van betekenis dat het in dit geval een buitenlandse wederpartij betrof, die zich in het (verre) buitenland bevond, zodat kennis van het Nederlandse familierecht niet mocht worden verondersteld, terwijl deskundig advies ter plaatse niet beschikbaar was. De grief wordt verworpen.

5.4.2    Klachtonderdeel 2

Verweerder sub 1 stelt dat hij aan klager voldoende duidelijk heeft gemaakt welke gevolgen het tekenen van de akte van berusting zou hebben. Verweerder sub 1 betwist dat hij bij klager de indruk heeft gewekt dat de akte van berusting alleen gevolgen zou hebben voor de echtscheiding en niet voor de alimentatie. Verweerder sub 1 erkent wel dat een en ander ongelukkig geformuleerd was en zorgvuldiger opgesteld had mogen worden. Het hof acht de mededelingen die aan klager zijn gedaan niet slechts ongelukkig en onzorgvuldig, maar eenvoudigweg onjuist. Uit de voorafgegane e-mailwisseling moet het verweerder sub 1 volstrekt duidelijk zijn geweest dat klager (grote) bezwaren had tegen de beschikking van de rechtbank, met name tegen de toegewezen alimentatiebedragen. Door aan klager in de e-mail van 31 maart 2008 mede te delen dat er over de echtscheiding geen verschil van mening was, zodat het geen probleem was de akte van berusting te ondertekenen “leaving aside the financial settlements” heeft verweerder sub 1 klager op basis van onjuiste, in elk geval onvolledige, informatie bewogen de akte van berusting te ondertekenen. Het hof meent dat klager die informatie redelijkerwijze niet anders heeft kunnen opvatten dan dat het tekenen van de akte van berusting geen consequenties zou hebben ten aanzien van de opgelegde alimentatie voor partner en kinderen, terwijl dat uiteraard wel het geval was. Weliswaar is de onjuiste mededeling gedaan door verweerder sub 2, doch verweerder sub 1 draagt hiervoor, zoals hiervoor overwogen, de volle verantwoordelijkheid. Door klager onjuist voor te lichten over de gevolgen van het tekenen van de akte van berusting heeft verweerder ook op dit onderdeel onvoldoende rekening gehouden met de te respecteren belangen van de wederpartij van zijn cliënte. De grief wordt verworpen.

5.4.3    Klachtonderdeel 3

Verweerder sub 1 betwist dat hij klager had beloofd, na het tekenen van de akte van berusting, nog iets te doen om het alimentatievraagstuk op te lossen.

Het hof is echter van oordeel dat klager zo’n toezegging heeft kunnen opmaken uit de mededelingen in de e-mail van 31 maart 2008:

 “there have to be found a solution about the financial settlements”

en

“In order to find a solution for a maintenance for your children and ex wife, I kindly request that you send an overview of your financial position … With this overview  it is possible to make a calculation of your financial capacity etc”. 

     Klager heeft de verzochte financiële gegevens verstrekt, terwijl dit niet heeft geleid tot enig resultaat, anders dan de mededeling, vele maanden later, dat de voormalige echtgenote van klager niet bereid was tot enige aanpassing van de alimentatie. Het hof oordeelt dat klager de hierboven vermelde mededeling redelijkerwijze niet anders heeft kunnen opvatten dan als toezegging dat de alimentatie nog nader zou kunnen worden bezien. Een toezegging die verweerder sub 1 niet is nagekomen.

5.4.4    Grief 4 richt zich tegen de opgelegde maatregel.

Het hof oordeelt dat verweerder sub 1 in ernstige mate is tekortgeschoten in de communicatie met – en de voorlichting van klager en zodoende heeft gehandeld in strijd met hetgeen een behoorlijk advocaat betaamt. Het hof acht de opgelegde maatregel van berisping passend, zodat ook deze grief wordt verworpen.

    BESLISSING

Het Hof van Discipline:

-    vernietigt de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort

’s-Hertogenbosch van 18 april 2011 voorzover de klacht tegen verweerder sub 2 gegrond is verklaard en aan verweerder sub 2 de maatregel van berisping wordt opgelegd;

en, in zoverre opnieuw rechtdoende:

-    verklaart de klacht tegen verweerder sub 2 alsnog in alle onderdelen ongegrond;

-    bevestigt de beslissing voor het overige.

Aldus gewezen door mr. C.J.J. van Maanen, voorzitter,  mrs. A. Beker, A.D.R.M. Boumans, R. Veenendaal en G.J.L.F. Schakenraad, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.G.J. Hendrix, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2011.