Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

21-01-2013

ECLI

ECLI:NL:TADRARN:2013:YA3819

Zaaknummer

12-188

Inhoudsindicatie

klacht over onvoldoende kwaliteit (afwijken van afgesproken strategie) ongegrond

Uitspraak

Beslissing van 21 januari 2013

in de zaak 12-188

naar aanleiding van de klacht van:

de heer H.

wonend te Z.

klager

tegen:

mr. S.

advocaat te Z.

verweerder

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Bij brief aan de raad van 9 oktober 2012 met kenmerk 1112-9213, door de raad ontvangen op 10 oktober 2012, heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Utrecht de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2 De klacht is behandeld ter zitting van de raad van 10 december 2012 in aanwezigheid van klager en verweerder. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.3 De raad heeft kennis genomen van:

- de in 1.1 genoemde brief van de deken aan de raad en van de stukken 1 tot en met 9 zoals vermeld op de bij de brief gevoegde inventarislijst.

2 FEITEN

2.1 Voor de beoordeling van de klacht wordt, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van de volgende vaststaande feiten uitgegaan.

2.2 Klager heeft zich medio juli/augustus 2011 gewend tot verweerder met het verzoek hem bij te staan in verband met een geschil tussen hem en een onderzoeksinstituut betreffende de afronding van een proefschrift.

2.3 Op 8 augustus 2011 vond daarvoor een bespreking plaats.

2.4 Verweerder stuurde op 9 augustus 2011 per mail een opdrachtbevestiging. In deze bevestiging stelde verweerder nadere informatie te willen ontvangen en op basis daarvan te kunnen adviseren hoe het beste zou kunnen worden gereageerd richting het onderzoeksinstituut ten einde het mogelijk te maken het proefschrift af te ronden en daarvoor in tweede instantie correspondentie op te stellen.

2.5 Klager berichtte op 10 augustus 2011 de gevraagde informatie te zullen aanleveren.

2.6 Op 19 augustus 2011 adviseerde verweerder klager. Verweerder adviseerde klager in het licht van de gegeven informatie geen prioriteit te geven aan  claims gefundeerd op onrechtmatig handelen van het onderzoeksinstituut, maar te proberen in contact te treden met dit instituut ten einde een plan van aanpak voor de hervatting van de werkzaamheden op te stellen.  Op 19 augustus 2011 stuurde verweerder tevens een concept brief naar klager voor de wederpartij met het verzoek daarop te reageren en tevens te berichten of klager akkoord zou gaan met de gekozen aanpak.

2.7 Klager gaf op 24 augustus 2011 commentaar op deze concept brief en de gestelde vraag. In deze reactie stelde klager een beetje teleurgesteld te zijn over het vervolg maar er desalniettemin “voor te gaan.” 

2.8 Op 2 september 2011 stuurde verweerder naar klager voor de tweede keer een aangepaste concept brief. Hij vroeg klager of hij beschikbaar was voor overleg op data in oktober en stelde de brief conform afspraak in de laatste week van september 2011 te zullen verzenden.

2.9 Klager gaf op 8 september 2011 op deze concept brief zijn commentaar en hij stuurde stukken en aanvullende informatie. Hij stelde na terugkeer van een reis voor overleg beschikbaar te zijn.

2.10 Op 20 september 2011 verstuurde verweerder de vastgestelde brief naar de wederpartij. 

2.11 Bij mailbericht van 23 september 2011 berichtte verweerder de wederpartij in samenspraak de wijze van voortzetting van het onderzoek  te bepalen en daarvoor een afspraak te willen maken.

2.12 Op 27 september 2011 berichtte de wederpartij klager in staat te willen stellen zijn onderzoek af te ronden.

2.13 Verweerder  berichtte de wederpartij op 27 september 2011 op korte termijn op dit bericht terug te zullen komen.

2.14 Op 29 september 2011 vond een bespreking plaats tussen klager en verweerder op het kantoor van verweerder. In dit gesprek stelde verweerder klager op de hoogte van de ontvangen e-mail van 27 september 2011.

2.15 Op 29 september 2011 stuurde verweerder een mail naar klager waarin hij berichtte dat klager direct zijn werkzaamheden kon hervatten en dat daarmee zijn opdracht was afgerond. Verweerder adviseerde klager een afspraak te maken met de wederpartij en daarin nadere afspraken te maken over de wijze waarop het onderzoek feitelijk kon worden afgerond. Klager berichtte dat de wederpartij niet reageerde op het verzoek onderzoeksgegevens te verstrekken, zodat verweerder zijn onderzoek elders kon afronden.

2.16 Op 5 oktober 2011 stuurde klager een e-mail aan verweerder waarin hij zich uitvoerig beklaagde over de gang van zaken en  het bereikte resultaat afwees. Onder meer stelde hij dat verweerder had verzuimd naar onderzoeksgegevens te vragen, de wederpartij formeel aan te spreken en afspraken te hebben gemaakt die klager reeds twee jaar eerder had geweigerd te maken.

2.17 Op 7 oktober 2011 reageerde verweerder uitvoerig op de e-mail van klager van  5 oktober 2011 waarin hij onder meer stelde uitsluitend de opdracht te hebben aanvaard te proberen het contact te herstellen zodat klager zijn onderzoekswerkzaamheden kon voortzetten. Verweerder adviseerde klager daartoe een afspraak met de wederpartij te maken. 

2.18 Bij brief met bijlagen van 15 januari 2012 heeft klager zich bij de deken beklaagd over verweerder.

3 KLACHT

3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat verweerder:

a) Zonder voorafgaand overleg of goedkeuring heeft afgeweken van de afgesproken strategie ten opzichte van de wederpartij, omdat doelstelling was het verkrijgen van essentiële data van de wederpartij terwijl verweerder daarentegen heeft getracht met de wederpartij werkafspraken te maken. 

b) Informatie aan de wederpartij heeft gegeven over de verblijfstatus van klager in Nederland.

4 VERWEER

4.1 Verweerder stelt na bestudering van het dossier met een duidelijk advies ter zake van de aanpak van de zaak te zijn gekomen en daarna te hebben geadviseerd dat zou worden geprobeerd in contact te treden zodat klager zijn onderzoek kon afronden. Verweerder stelt zich op het standpunt dat hij gezien de reactie van de wederpartij het gewenste resultaat heeft behaald, maar dat klager niet tevreden is omdat hij bij nader inzien zijn onderzoek niet wilde afronden maar schadevergoeding wilde vorderen. Verweerder stelt voorts geen vertrouwelijk informatie te hebben prijsgegeven over de verblijfstatus van klager.

5 BEOORDELING

Ad klachtonderdeel a)

5.1. Voorop staat dat de advocaat bij de behandeling van een zaak de leiding heeft en vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid dient te bepalen met welke aanpak van zaken de belangen van zijn cliënt het beste zijn gediend. Wel moet de advocaat zijn cliënt duidelijk maken hoe hij te werk wil gaan en waartoe hij wel of niet bereid is. Van tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen is in het algemeen pas sprake als de advocaat bij de behandeling van de zaak kennelijk onjuist optreedt en adviseert en de belangen van de cliënt daardoor worden geschaad of kunnen worden geschaad. Het handelen van verweerder zal aan de hand van deze maatstaf worden beoordeeld.

5.2. Het is de raad gebleken dat verweerder in zijn opdrachtbevestiging van 9 augustus 2011 en zijn nadien gevoerde correspondentie duidelijk heeft gemaakt waartoe hij bereid was. Hij heeft dit vervolgens ook gedaan op basis van een verstuurde brief waarmee klager heeft ingestemd. Daarmee kan niet worden gesteld dat klager zonder overleg of goedkeuring heeft afgeweken van de afgesproken strategie ten opzichte van de wederpartij, omdat doelstelling in eerste instantie niet primair was het verkrijgen van essentiële data voor klager zodat klager zijn onderzoek elders kon afronden, maar het leggen van contact zodat klager zijn onderzoek op basis van met de wederpartij te maken werkafspraken bij de wederpartij kon afronden. Daarmee is de klacht niet komen vast te staan en is dit klachtonderdeel ongegrond.

Ad klachtonderdeel b)

5.3. Gelet op hetgeen in de stukken en ter zitting naar voren is gebracht is niet komen vast te staan dat verweerder  informatie heeft gegeven aan de wederpartij omtrent de verblijfstatus van klager, zodat ook dit klachtonderdeel ongegrond is.

BESLISSING

De raad van discipline verklaart de klacht in beide onderdelen ongegrond.

Aldus gewezen door mr M.M. Lorist, voorzitter, mrs. P.R.M. Noppen, E.J. Verster, H.J.P. Robers en G.R.M. van den Assum, leden, bijgestaan door mr. P.H. Burger als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 21 januari 2013.

griffier voorzitter

Deze beslissing is in afschrift op 23 januari 2013 per aangetekende post verzonden aan:

- klager

- verweerder

- de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement  Utrecht de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten.