Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

04-04-2012

ECLI

ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA2368

Zaaknummer

10-194U

Inhoudsindicatie

Het redigeren van twee type overeenkomsten die met betrekking tot eenzelfde kwestie  inhoudelijk tegenstrijdig zijn zonder dat is gebleken dat cliënt naar behoren is geadviseerd is klachtwaardig. Niet-ontvankelijk is een klacht omtrent een gedraging welke heeft plaats gevonden op een moment dat verweerder geen advocaat meer is.

Uitspraak

Beslissing van 4 april 2012

in de zaak 10-194U    

naar aanleiding van de klacht van:

klaagster

tegen:

mr.

verweerder

1.  VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Bij brief van 23 juni 2011, door de raad ontvangen op 24 juni 2011, heeft de deken van  de orde van advocaten in het arrondissement Utrecht de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2 De klacht is behandeld ter zitting van de raad op 28 november 2011 in aanwezigheid van klaagster met mr. C.W. Reintjes, advocaat te Duiven. Verweerder is in persoon verschenen. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.3 De raad heeft kennis genomen van:

a) de in 1.1 bedoelde brief van de deken aan de raad en van de stukken genummerd 1 t/m 13;

b) het proces-verbaal van de zitting van 28 november 2011.

 

2. DE KLACHT/HET BEZWAAR

2.1 De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat:

a. verweerder onzorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld doordat hij klaagster onjuist heeft geadviseerd en haar niet heeft gewezen op bepaalde risico’s bij het sluiten door klaagster van een aantal overeenkomsten van geldlening;

b. verweerder jegens haar onzorgvuldig heeft gehandeld zoals boven sub a bedoeld bij het opmaken van een pandakte;

c. klaagster schade heeft geleden welke schade klaagster ex artikel 48b Advocatenwet vordert nu door toedoen van verweerder een extra zitting is gelast bij de raad als gevolg waarvan klaagster andermaal kosten heeft moeten maken.

2.2 Door aldus te handelen c.q. na te laten heeft verweerder volgens klaagster de norm, vastgelegd in art. 46 Advocatenwet, overtreden.

3. FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht kan, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van het volgende worden uitgegaan:

3.1 Verweerder is sedert 5 maart 2010 niet meer ingeschreven als advocaat.

3.2 Op verzoek van BDO en na afzonderlijke opdracht daartoe van klaagster bij email van 23 februari 2009 heeft verweerder ten behoeve van klaagster een drietal overeenkomsten van geldlening (begin 2009) opgesteld. Twee daarvan hebben betrekking op een investeringsvennootschap van klaagster (‘ML’), welke vennootschap gelden heeft geleend aan een derde entiteit (‘geldnemer’), welke entiteit -zonder de leningen tussentijds te hebben afgelost- failliet is gegaan.

3.3 Voor verweerders betrokkenheid zijn de voorwaarden van de geldleningen reeds uitonderhandeld en geformuleerd in een voorovereenkomst van 11 februari 2009, welke voorovereenkomst is geredigeerd door een andere advocaat. Door BDO is nog uitgebreid commentaar geleverd (bij email van 9 februari 2009) op een concept van de voorovereenkomst. In de (getekende) voorovereenkomst is ondermeer opgenomen dat de leningen een achtergesteld karakter hebben, welke achterstellingen als zodanig ook in de overeenkomsten van geldlening zijn opgenomen.

3.4 Nadat geldnemer in betalingsnood kwam te verkeren, heeft klaagster, althans ML, zich andermaal gewend tot verweerder. Op dat moment moest ML nog een deel van de leningen uitkeren aan geldnemer. Bij email van 26 mei 2009 heeft verweerder klaagster een door hem opgemaakte pandakte in concept toegezonden. Deze akte is uiteindelijk niet geregistreerd.

3.5 Ter zitting van de raad van 14 december 2010 heeft de raad de zaak teruggezonden naar de deken te Utrecht ter nadere instructie waarbij de deken is opgedragen aandacht te besteden aan de 5 genoemde punten als genoemd onderaan het proces-verbaal van de zitting.

4. BEOORDELING VAN DE KLACHT EN HET BEZWAAR

4.1 De raad meent dat verweerder ter zake van onderdeel a niet tuchtrechtelijk laakbaar heeft gehandeld. Immers, in de voorovereenkomst die is opgesteld door een andere advocaat dan verweerder en waarvan de inhoud weloverwogen tot stand is gekomen, zijn de essentialia van de tussen geldgevers en geldnemers geldende afspraken reeds opgenomen. Bij gebreke van enige andersluidende instructie heeft verweerder daarop mogen voortborduren bij het opstellen van de overeenkomsten van geldlening, temeer nu gesteld noch is gebleken dat tevens tot verweerders opdracht behoorde het toetsen van dan wel nader advies verstrekken omtrent de inhoud van de voorovereenkomst. Dit onderdeel is ongegrond.

4.2 Ter zake van klachtonderdeel b meent de raad dat verweerder niet die zorgvuldigheid heeft betracht die van hem verwacht mocht worden. Dat onderdeel is dan ook gegrond. Immers, verweerder wist van de financiële problemen bij geldnemer op het moment dat klaagster zich wederom tot hem wendde met het verzoek haar vorderingen te borgen met zekerheidsrechten. Het had in dat geval -nog daargelaten de ontstane onduidelijkheid bij klaagster over het registratievereiste van de pandakte- op de weg van verweerder gelegen om klaagster erop te wijzen dat een enkele pandakte -gegeven het achtergestelde karakter van de geldleningen- onvoldoende was om de vorderingsrechten van klaagster te borgen. In feite liggen nu twee type overeenkomsten voor, geredigeerd door verweerder, die met elkaar conflicteren. Nu de raad niet is gebleken dat verweerder klaagster op genoemd punt afdoende heeft geadviseerd, acht de raad dit onderdeel gegrond.

4.3 Klaagster klaagt in onderdeel c  over een gedraging van verweerder op een moment (14 december 2010) dat hij geen advocaat meer was. Dat is niet mogelijk. Klaagster is ter zake dit onderdeel niet-ontvankelijk.

5. MAATREGEL

Gezien de aard van de verweten gedraging acht de raad de maatregel van enkele waarschuwing passend en geboden.

BESLISSING:

De raad van discipline verklaart:

- klachtonderdeel a ongegrond;

- klachtonderdeel b gegrond;

- klaagster ter zake van klachtonderdeel c niet-ontvankelijk;

- en legt aan verweerder op de maatregel van enkele waarschuwing.

Aldus gewezen door mr. H. Brouwer, voorzitter, mrs. B. Roodveldt, M.W. Schüller, J.H.P. Smeets, S. Wieberdink, leden, met bijstand van mr. L. Koning als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 4 april 2012.

griffier voorzitter                     

Deze beslissing is in afschrift op 4 april 2012 per aangetekende brief verzonden aan:

- klaagster

- verweerder

- de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Utrecht     

- de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Van deze beslissing kan hoger beroep bij het Hof van Discipline worden ingesteld door:

- - klaagster

- - verweerder

- - de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Utrecht

- - de deken van de Nederlandse orde van advocaten.

Het hoger beroep moet binnen een termijn van 30 dagen na verzending van de beslissing worden ingesteld door middel van indiening van een beroepschrift, waarin de gronden van het beroep zijn vermeld en van een motivering zijn voorzien. Het beroepschrift moet in zevenvoud worden ingediend tezamen met zes afschriften van de beslissing waarvan beroep.

De eerste dag van de termijn van 30 dagen is de dag volgend op de dag van de verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het beroepschrift dus in het bezit zijn van de griffie van het Hof van Discipline. Verlenging van de termijn van 30 dagen is niet mogelijk.

Het beroepschrift kan op de volgende wijzen worden ingediend bij het Hof van Discipline:

a.  Per post

Het postadres van de griffie van het Hof van Discipline is:

Postbus 132, 4840 AC Prinsenbeek

b.  Bezorging

De griffie is gevestigd aan het adres Markt 44, 4841 AC Prinsenbeek.

Teneinde er zeker van te zijn dat voor de ontvangst getekend kan worden of dat pakketten die niet in een reguliere brievenbus besteld kunnen worden, afgegeven kunnen worden dient u telefonisch contact op te nemen met de griffie van het hof.

c.  Per fax

Het faxnummer van het Hof van Discipline is 076 - 548 4608. Tegelijkertijd met de indiening per fax dient het beroepschrift tezamen met de beslissing waarvan beroep in het vereiste aantal per post te worden toegezonden aan de griffie van het hof.

Nadere informatie over hoger beroep en over (de griffie van) het hof

076 - 548 4607 of griffie@griffiehvd.nl

Praktische informatie vindt u op www.hofvandiscipline.nl