Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

02-04-2012

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA2936

Zaaknummer

H73-2012

Inhoudsindicatie

Optreden als gemachtigde in en buiten rechte of het geven van juridische adviezen is een geschorste advocaat ook niet toegestaan. Het staat een geschorste advocaat niet vrij de waarneming van zijn praktijk in eigen hand te nemen. Een geschorste advocaat dient de behandeling van de bij hem in behandeling zijnde zaken gedurende de periode waarin hij als advocaat is geschorst over te dragen aan collega’s en voor zover het geringe zaken betreft een praktijkenwaarnemer aan te stellen. Hij dient zijn cliënten hiervan op de hoogte te stellen.

Inhoudsindicatie

Van een advocaat mag worden verwacht dat deze een onherroepelijk veroordelend vonnis nakomt. Een van het tableau geschrapte advocaat kan niet worden ingeschreven als medebestuurder van de stichting derdengelden van een advocatenkantoor.

Inhoudsindicatie

Dekenbezwaar gegrond; onvoorwaardelijke schorsing 6 maanden

Uitspraak

Beslissing van 2 april 2012

in de zaak H 73-2012

naar aanleiding van het bezwaar van

            

de deken

 

deken

 

tegen:

 

mr. A

 

verweerder

 

 

1.             Verloop van de procedure

1.1         Bij brief aan de raad van 29 februari 2012 met kenmerk  K, door de raad ontvangen op 2 maart 2012, heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement ’s-Hertogenbosch bezwaren tegen verweerder ter kennis van de raad gebracht.

1.2         Het dekenbezwaar is behandeld ter zitting van de raad van 14 maart 2012 in aanwezigheid van de deken en verweerder . Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.3         De raad heeft kennis genomen van:

-       de brief van de deken van 29 februari 2012

-       de brief van verweerder van 8 maart 2012

 

 

2.              FEITEN

Voor de beoordeling van het bezwaar van de deken wordt, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van de volgende vaststaande feiten uitgegaan:

2.1    Door de raad van discipline, verder te noemen de raad, is bij beslissing van 27 juni 2011 (bij de raad bekend onder zaaknummer H) aan verweerder de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van vier maanden opgelegd, met de bepaling dat drie maanden niet ten uitvoer zullen worden gelegd, tenzij de raad later anders mocht bepalen op grond van het feit dat verweerder zich voor het einde van de proeftijd, die door de raad was vastgesteld op een periode van twee jaar, aan een in artikel 46 van de Advocatenwet bedoelde gedraging heeft schuldig gemaakt.

2.2     Het Hof van Discipline heeft voormelde beslissing van de raad bij beslissing van 13 januari 2012 (bij het Hof van Discipline bekend onder zaaknummer I) bekrachtigd en bepaald dat het onvoorwaardelijke deel van de schorsing ingaat op 1 februari 2012.

2.3     De deken heeft bij brief van 17 januari 2012 aan verweerder te kennen gegeven waaraan hij krachtens artikel 48 lid 5 Advocatenwet en ook overigens diende te voldoen.

2.4     Bij voormelde brief van 17 januari 2012 verzocht de deken verweerder voorts over te gaan tot vergoeding van de door hem ten behoeve van zijn eerdere dekenonderzoek gemaakte kosten, welke kosten bestaan uit de declaratie van Adviesbureau S (€ 3.985,91) van 13 september 2010, waartoe verweerder verplicht was nu het dekenbezwaar in overgrote mate zowel door de raad en door het Hof van Discipline gegrond was verklaard. Verweerder is niet overgegaan tot betaling van voormelde kosten.

2.5     Verweerder heeft bij brief van 27 januari 2012 in de civiele procedure A een conclusie van dupliek (tevens repliek in voorwaardelijke conventie) ten behoeve van de civiele rolzitting van 14 februari 2012 aan de rechtbank, sector kanton, toegezonden. Bij brief van 5 februari 2012 heeft verweerder in de civiele procedure B een conclusie van dupliek (bevattende een valsheidsincident) ten behoeve van de civiele rolzitting van 28 februari 2012 aan de civiele griffie van de rechtbank, sector Kanton, toegezonden.

2.6    De deken had de secretaris van de Raad van Toezicht, gevraagd erop toe te zien dat verweerder de aan hem opgelegde schorsing daadwerkelijk zou naleven. Deze heeft de deken bij brief van 14 februari 2012 op de hoogte gesteld van zijn bevindingen. Hij berichtte de deken onder meer dat verweerder hem tijdens een telefoongesprek had medegedeeld dat hij niet op kantoor aanwezig was, omdat hij een bespreking met een client buiten de deur had. De secretaris berichtte de deken dat hij verweerder tijdens het telefoongesprek van 6 februari 2012 nogmaals uitdrukkelijk erop heeft gewezen waaraan hij diende te voldoen.

2.7     Op 23 februari 2012 heeft verweerder als raadsman van een client een brief aan de wederpartij geschreven.

2.8     Op 29 februari 2012 is namens het bestuurssecretariaat van de rechtbank het volgende aan de deken bericht:

          “Als aanvullende informatie krijg ik net door dat er door onze griffie contact is gezocht met dhr T. Naar aanleiding van zijn eerste brief (rolzitting 14 februari 2012).

          Hem is toen medegedeeld dat zijn zaak i.v.m. schorsing pas in maart kan worden behandeld. De rechter was dan ook zeer verbaasd de 2e brief van dhr. T te ontvangen voor de rolzitting van 28 februari 2012.”

 

2.9     Als bestuurder van de Stichting Derdengelden van het kantoor van verweerder staat naast verweerder een van het tableau geschrapte advocaat ingeschreven.

2.10  Verweerder is bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis van 15 juli 2011 van de Voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Hertogenbosch veroordeeld om het bedrag van € 7.757,36 aan hoofdsom, buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente tot 4 juli 2011, vermeerderd met de proceskosten ad € 1.107,31 aan advocatenkantoor X te voldoen. Inmiddels is dit vonnis in kracht van gewijsde gegaan.Voormeld advocatenkantoor heeft bij brief dd. 1 december 2011 de bemiddeling van de deken ingeroepen omdat verweerder in gebreke was gebleven aan voormeld vonnis te voldoen en diverse pogingen van de deurwaarder om het vonnis te executeren geen enkel resultaat hadden opgeleverd. De deken heeft verweerder bij brief van 6 december 2011 verzocht binnen één week aan advocatenkantoor X te betalen het bedrag waartoe verweerder door de voorzieningenrechter reeds was veroordeeld. Bij brief dd. 17 januari 2012 heeft de deken zijn verzoek om binnen een week na dagtekening van die brief tot betaling over te gaan herhaald, bij gebreke waarvan de deken aankondigde een dekenbezwaar in te zullen dienen.

 

3.      Dekenbezwaar

              Het bezwaar van de deken houdt in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet omdat:

1.      verweerder in februari 2012 meermalen heeft opgetreden als advocaat, terwijl hij gedurende de maand februari 2012 door het Hof van Discipline was geschorst in de uitoefening van de praktijk;

2.      verweerder na laat een veroordelend vonnis van de Voorzieningenrechter na te komen;

3.      verweerder weigert de door de deken in het kader van een dekenonderzoek gemaakte kosten te voldoen, terwijl het rapport heeft geleid tot gegrond verklaring van het dekenbezwaar in klachtzaak H rvd / I HvD door zowel de raad als het Hof van Discipline;

4.      verweerder in gebreke blijft de in de Verordening op de administratie en de financiele integriteit bepaalde voorschriften ten aanzien van de derdengeldstichting na te leven; ondanks een gegrond verklaard dekenbezwaar staat nog steeds een van het tableau geschrapte advocaat als medebestuurder ingeschreven;

5.      verweerder door het gebruik van T als e-mailadres de suggestie blijft wekken geen eenmanskantoor te zijn.

 

  4.       VERWEER

 

4.1     Verweerder heeft in de maand februari 2012 geen werkzaamheden als advocaat verricht. De gedingstukken in de twee kantonzaken waren reeds in januari 2012 opgesteld. Juist om deze zaken te doen belanden in maart 2012 (wat gelukt is) zijn de op 27 januari en 5 februari 2012 gedateerde brieven naar de Kantongriffiete R gezonden.

4.2    De brief van 23 februari 2012 stond aanvankelijk gedateerd op 23 januari 2012. De brief is wel opgesteld in januari 2012, maar is toen niet verzonden. Verweerder heeft aan zijn secretaresse opdracht gegeven om de brief in maart 2012 te verzenden,  enkel een administratief misverstand heeft de brief op 23 februari 2012 doen verzenden.

4.3    De secretaris  kan niet hebben geconstateerd dat verweerder in februari 2012 als advocaat heeft gewerkt. In februari 2012 was het kantoor meestal onbemand. Verweerder heeft hem tijdens het telefoongesprek op 6 februari 2012 nog gezegd dat hij eind januari 2012 extreem hard had gewerkt, zodat veel processtukken gereed waren voor 31 januari 2012. Verweerder heeft niet gezegd dat hij een bespreking met een client buiten kantoor had. Hij heeft de secretaris toen medegedeeld dat hij in een garage zat te wachten, omdat zijn auto een onderhoudsbeurt moest hebben.

4.4    Verweerder heeft in de op zijn kantoor in behandeling zijnde rechtbankzaken en hofzaken in februari 2012 totaal niets gedaan. Het digitaal loket was voor verweerder gesloten, zodat hij ook geen enkele handeling kon verrichten.

4.5    Het rapport van de accountant is opgesteld in het kader van de toenmalige artikel 60ab procedure. Het betreft een quick scan over de periode februari tot en met augustus 2010. De rapportage is voor de deken reden geweest om de 60ab procedure (bekend onder zaaknummer J) in te trekken. Verweerder is deze kosten derhalve niet verschuldigd. Dat de deken deze rapportage heeft ingebracht in de zaak H is zijn beslissing geweest. Daarbij is niet afgesproken dat de kosten voor rekening van verweerder zouden komen.

4.6    Verweerder legt een verklaring over van mr. B die medebestuurder wil wordenvan de Stichting Derdengelden.

4.7    Verweerder is het niet eens met de vordering van advocatenkantoor X. Ten gevolge van een fout van dit advocatenkantoor is door het gerechtshof teveel griffierecht aan advocatenkantoor X in rekening gebracht. Dit bedrag wordt ten onrechte aan verweerder als opdrachtgever doorbelast. Verweerder is nog met het gerechtshof in onderhandeling over de hoogte van het griffierecht.

 

 

 

5.       BEOORDELING

5.1                Vast staat dat verweerder in de maand februari 2012 tweemaal een brief heeft geschreven aan de griffie van de rechtbank, sector kanton, met als doel het verrichten van rolhandelingen gedurende de maand februari 2012. De brief van 27 januari 2012 is weliswaar verzonden in januari 2012 maar betrof een opdracht tot het verrichten van een rolhandeling in februari 2012. Gelet op de verklaring van het bestuurssecretariaat per e-mail van 29 februari 2012 acht de raad het niet aannemelijk dat, zoals verweerder stelt, verweerder zelf contact heeft opgenomen met de griffie van de rechtbank met het verzoek om uitstel van de betreffende rolhandelingen tot na februari 2012. De raad heeft geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de inhoud van het e-mailbericht van het bestuurssecretariaat van 29 februari 2012. De raad overweegt bovendien dat ook al zou de weergave van verweerder juist zijn, dit niet wegneemt dat verweerder tweemaal een brief heeft geschreven aan de griffie van de rechtbank met als doel het verrichten van rolhandelingen in februari 2012, wat hem als geschorste advocaat niet vrij stond. Het verweer dat het verweerder wel vrijstond rolhandelingen als gemachtigde bij de sector kanton te verrichten, treft geen doel. Het is vaste jurisprudentie van de tuchtrechter dat het een geschorste advocaat niet is toegestaan werkzaamheden te verrichten die tot de praktijk van een advocaat behoren maar die niet verplicht door een advocaat verricht dienen te worden. Het optreden als gemachtigde in en buiten rechte of het geven van juridisch advies is een geschorste advocaat daarom niet toegestaan. De deken heeft verweerder hierop gewezen in zijn brief van 17 januari 2012, zodat verweerder hiermee bekend was.

5.2    Uit de aan de raad overgelegde stukken blijkt dat de secretarisvan de Raad van Toezicht, aan wie de deken had verzocht controle uit te oefenen op de naleving van de aan verweerder oplegde schorsing, op 6 februari 2012 telefonisch contact heeft gehad met verweerder. Gebleken is dat verweerder de telefoon beantwoordde omdat zijn kantoortelefoon was doorgeschakeld naar zijn mobiele telefoon. De verklaringen van de secretaris en verweerder  over de inhoud van het telefoongesprek staan lijnrecht tegenover elkaar, zodat de preciese inhoud van voormeld telefoongesprek niet is komen vast te staan. Wel is komen vast te staan dat verweerder zijn kantoortelefoon had doorgeschakeld naar zijn mobiele telefoon en dat hij telefoonoproepen op zijn kantoornummer via de doorschakelfunctie zelf telefonisch beantwoordde. Verweerder heeft ter zitting verklaard dat hij enkele malen vragen van rechtbank en gerechtshof heeft beantwoord en dat hij de telefoon ‘s ochtends aannam en voor zover hij door een client werd gebeld, hij deze steeds heeft bericht dat hij in maart 2012 op de zaak zou terugkomen. Verweerder heeft aldus de waarneming van zijn eigen praktijk in eigen hand genomen, wat hem als geschorste advocaat niet vrij stond. Verweerder had, zoals hem door de deken bij brief van 17 januari 2012 te verstaan is gegeven, de behandeling van zaken aan collega’s behoren over te dragen en voor zover het om geringe zaken ging een tijdelijke zaakwaarnemer dienen aan te stellen en zijn clienten hiervan op de hoogte behoren te stellen.

5.3    Vast staat dat verweerder als raadsman van zijn client op 23 februari 2012 een door hem ondertekende brief heeft verzonden. De raad acht het door verweerder gestelde ter verklaring van de verzending van deze brief in februari 2012 niet aannemelijk. Wat hiervan ook zij, verweerder is ervoor verantwoordelijk dat zijn brief dd. 23 februari 2012 in februari 2012 is verzonden, wat hem als geschorste advocaat niet vrij stond.

5.4    Vast staat dat verweerder bij vonnis van 25 juli 2011 is veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 7.757,36 , vermeerderd met de proceskosten ad € 1.107,31 aan advocatenkantoor X, dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaanen dat verweerder nalaat aan dit vonnis te voldoen. Ter zitting is gebleken dat verweerder niet aan het vonnis van de voorzieningenrechter wil voldoen, omdat hij het niet eens is met het vonnis.   Indien verweerder zich niet kon verenigen met de inhoud van het vonnis had het op zijn weg gelegen hiertegen een rechtsmiddel aan te wenden. Nu verweerder dit heeft nagelaten en het vonnis onherroepelijk is geworden, dient verweerder hieraan te voldoen. Zeker van een advocaat mag worden verwacht dat hij een onherroepelijk veroordelend vonnis nakomt.

              5.5    Naar aanleiding van een door de deken eerder ingediend artikel 60ab verzoek is aan een accountant, de heer S, opdracht verstrekt tot het verrichten van een quick scan van de praktijk van verweerder. De opdracht werd verstrekt op basis van het principe “kosten ongelijk”. De accountantsrapportage was voor de deken aanleiding om het artikel 60ab verzoek in te trekken en een dekenbezwaar tegen verweerder in te dienen; dit dekenbezwaar is op onderdelen geënt op het accountantsrapport. Het dekenbezwaar is door de raad en door het Hof van Discipline gegrond verklaard, ook op deze onderdelen.. Nu het dekenbezwaar tegen verweerder in twee instanties gegrond is verklaard, staat hiermee de verschuldigdheid van verweerder van de kosten van de accountantsrapportage vast. Verweerder laat ten onrechte na de kosten hiervan aan de Raad van Toezicht van de orde van advocaten in het arrondissement ’s-Hertogenbosch te voldoen.

              5.6    Vast staat dat tot op de dag van de zitting een van het tableau geschrapte advocaat stond ingeschreven als medebestuurder van de Stichting Derdengelden van het kantoor van verweerder, dit ondanks de gegrond bevonden klacht van de deken. De verklaring van 13 maart 2012 van mr. B doet hieraan niets af.

              5.7    Als door verweerder erkend staat vast dat verweerder zich nog steeds bedient van het e-mailadres T waarmee verweerder de suggestie wekt geen eenmanskantoor te zijn. Het verweer dat verweerder niet weet hoe hij dit e-mailadres moet wijzigen treft geen doel. Van verweerder had mogenworden verwacht, dat hij, al dan niet door inschakeling van een ter zake deskundige, voor wijziging van zijn e-mailadres had zorg gedragen.

              5.8    Op grond van het bovenstaande zal de raad het dekenbezwaar in alle onderdelen gegrond verklaren.

 

              6.       MAATREGEL

              6.1     Gebleken is dat verweerder werkzaamheden als advocaat heeft verricht in een periode waarin aan hem door het Hof van Discipline de maatregel van schorsing was opgelegd, dat hij twee nota’s ondanks diverse aanmaningen en ten aanzien van een vordering een onherroepelijk veroordelend vonnis onbetaald heeft gelaten, dat hij de voorschriften van de verordening op de administratie en financiele integriteit niet naleeft, en dat hij een e-mailadres gebruikt waarmee hij de suggestie wekt geen eenmanskantoor te zijn.

              6.2     Nu gebleken is dat verweerder bij herhaling zich niets gelegen laat liggen aan aanwijzingen van de Raad van Toezicht en deken en evenmin aan uitspraken van de voorzieningenrechter en tuchtrechter is de raad van oordeel dat verweerder zich dusdanig tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gedragen dat niet kan worden volstaan met een lichtere maatregel dan schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van zes maanden.  Dit gedrag rechtvaardigt tevens de openbaarmaking van de na te melden schorsing, zoals hierna beslist.

                       

 

 

              BESLISSING

 

De raad van discipline:

-         verklaart het dekenbezwaar in alle onderdelen gegrond;

-         legt ter zake aan verweerder op de maatregel van schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van zes maanden,

-         bepaalt dat de opgelegde schorsing ingaat op  de veertiende dag nadat deze beslissing in kracht van gewijsde is gegaan, of, indien verweerder  op dat moment uit andere hoofde is geschorst in de praktijkuitoefening of niet op het tableau staat ingeschreven, onmiddellijk aansluitend aan de ommekomst van deze schorsing of aan hernieuwde inschrijving op het tableau,

-         gebiedt de openbaarmaking van deze schorsing op de door de deken in het arrondissement ’s-Hertogenbosch gebruikelijk toe te passen wijze.

 

Aldus gewezen door mr. G.J.E. Poerink, voorzitter, mrs. H. Schaeken, L. Spronken, R. Theunissen, I.E.M. Sutorius, leden, bijgestaan door mr. I.J.M. Huysmans-van Opstal, als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 2 april 2012.

 

 

griffier                                                                         voorzitter                                  

 

 

Deze beslissing is in afschrift op3 april 2012.

 

per aangetekende brief verzonden aan:

-            verweerder

-            de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement

       ’s-Hertogenbosch

-            de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten.

 

Van deze beslissing kan hoger beroep bij het Hof van Discipline worden ingesteld door:

-      verweerder

-            de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten

 

Het hoger beroep moet binnen een termijn van 30 dagen na verzending van de beslissing worden ingesteld door middel van indiening van een beroepschrift, waarin de gronden van het beroep zijn vermeld en van een motivering zijn voorzien. Het beroepschrift moet in zevenvoud worden ingediend tezamen met zes afschriften van de beslissing waarvan beroep.

 

De eerste dag van de termijn van 30 dagen is de dag volgend op de dag van de verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het beroepschrift dus in het bezit zijn van de griffie van het Hof van Discipline. Verlenging van de termijn van 30 dagen is niet mogelijk.

 

Het beroepschrift kan op de volgende wijzen worden ingediend bij het Hof van Discipline:

a.    Per post

Het postadres van de griffie van het Hof van Discipline is:

Postbus 132, 4840 AC Prinsenbeek

b.    Bezorging

De griffie is gevestigd aan het adres Markt 44, 4841 AC Prinsenbeek.

Teneinde er zeker van te zijn dat voor de ontvangst getekend kan worden of dat pakketten die niet in een reguliere brievenbus besteld kunnen worden, afgegeven kunnen worden dient u telefonisch contact op te nemen met de griffie van het hof.

c.    Per fax

Het faxnummer van het Hof van Discipline is 076 - 548 4608. Tegelijkertijd met de indiening per fax dient het beroepschrift tezamen met de beslissing waarvan beroep in het vereiste aantal per post te worden toegezonden aan de griffie van het hof.

Nadere informatie over hoger beroep en over (de griffie van) het hof

076 - 548 4607 of griffie@griffiehvd.nl

Praktische informatie vindt u op www.hofvandiscipline.nl