Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

17-12-2012

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2012:YA3859

Zaaknummer

R. 3997/12.131

Inhoudsindicatie

Verzet tegen een voorzittersbeslissing.

Inhoudsindicatie

Klager wordt ontvankelijk verklaard in zijn verzet. De klacht valt uiteen in vier klachtonderdelen. Eén van de klachtonderdelen wordt alsnog gegrond verklaard.

Inhoudsindicatie

De raad rekent verweerster aan dat zij, terwijl klager in hechtenis genomen was, geen contact met hem heeft gehad en niet is komen vast te staan dat zij het dossier van klager met hem heeft doorgenomen of hem bezocht heeft om de zaak te bespreken, ondanks haar toezegging.

Inhoudsindicatie

Er volgt gegrondverklaring van het verzet. Eén klachtonderdeel wordt gegrond verklaard onder oplegging van de maatregel van een enkele waarschuwing.

Uitspraak

 1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Bij brief aan de raad van 2 juli 2012 met kenmerk R11/12/72 ML, door de raad ontvangen op 3 juli 2012, heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2 Bij beslissing van 10 juli 2012 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad de klacht deels kennelijk ongegrond en deels kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, welke beslissing op 11 juli 2012 aan partijen is verzonden.

1.3 Bij brief van 20 juli 2012 door de raad ontvangen op 24 juli 2012, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter.

1.4 Het verzet is behandeld ter zitting van de raad van 15 oktober 2012 in aanwezigheid van de gemachtigde van verweerster, mr. C. Klager en verweerster waren met bericht van verhindering afwezig. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.5 De raad heeft kennisgenomen van:

 - de beslissing van de voorzitter waarvan verzet en van de stukken waarop

   de beslissing blijkens de tekst daarvan is gegeven;

 - het verzetschrift van klager d.d. 20 juli 2012;

 - een brief van 17 september 2012 van klager zonder bijlagen.

 

 

2 FEITEN

Voor de beoordeling van de klacht en het verzet wordt, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van de volgende feiten uitgegaan:

2.1 Verweerster heeft klager gezien en gesproken op 6 maart 2012 tijdens een zogenaamde “video consult piketdienst”.

2.2 Verweerster heeft klager op 7 maart 2012 bezocht op het politiebureau.

2.3 Bij de voorgeleiding van klager op 9 maart 2012 werd verweerster vervangen door haar kantoorgenoot, mr. L.

2.4 Op 20 maart 2012 is klager voorgeleid in raadkamer. Verweerster werd vervangen door mr. L.

2.5 Mr. O. heeft bij e-mail bericht van 10 april 2012 verweerster geïnformeerd dat klager zich tot hem heeft gewend met het verzoek de behandeling van de zaak over te nemen.

2.6 Bij ongedateerde brief van klager door de deken ontvangen op 11 april 2012 heeft klager een klacht tegen verweerster ingediend.

 

3 KLACHT EN VERZET

3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster heeft gehandeld in strijd met de tuchtrechtelijke norm van artikel 46 Advocatenwet.

3.2 Meer in het bijzonder verwijt klager verweerster:

a. dat zij ondanks verzoeken daartoe van klager geen contact heeft opgenomen met een ander advocatenkantoor, door welk kantoor klager bijgestaan wilde worden;

b. dat zij niet zelf bij de voorgeleidingen bij de rechter-commissaris en in raadkamer aanwezig is geweest en haar kantoorgenoot mr. L. haar heeft laten vervangen, ten gevolge waarvan klager niet goed is bijgestaan;

c. dat verweerster verzuimd heeft de brief van klager aan advocatenkantoor A., bijlage bij de brief van klager aan verweerster van 10 maart 2012, door te sturen aan dat advocatenkantoor;

d. dat verweerster ondanks haar toezegging in haar brief van 13 maart 2012 aan klager om de zaak spoedig met hem te bespreken, het dossier niet met klager heeft doorgenomen en klager evenmin bezocht heeft in het huis van bewaring.

3.3 In het verzet heeft klager aangevoerd dat de wijze waarop de feiten opgenomen zijn in de voorzittersbeslissing niet correct is en aangegeven dat de klachten onjuist beoordeeld zijn. Klager heeft voorts verzocht om een schadevergoeding van € 55.000,-- ten laste van verweerster, in verband met de ondeugdelijke wijze waarop zij de belangen van klager behandeld heeft.

 

4 VERWEER

Ontvankelijkheid

4.1 In aanmerking nemende de klachtbrief van klager en diens verzet oordeelt de raad dat zowel de feiten alsook de klachtonderdelen niet volledig in de voorzittersbeslissing zijn opgenomen.

4.2 Het verzet is derhalve gegrond.

 

5. BEOORDELING VAN DE KLACHT

Ad klachtonderdeel a. en klachtonderdeel c.

5.1 Niet is komen vast te staan dat klager verweerster verzocht heeft om advocatenkantoor A. te bellen met het verzoek om de belangen van klager verder te behartigen. Evenmin is komen vast te staan dat klager verweerster een conceptbrief gestuurd heeft, die zij had moeten versturen naar advocatenkantoor A.

5.2 De klachtonderdelen zijn ongegrond. 

Ad klachtonderdeel b.

5.3 Dat verweerster tweemaal haar kantoorgenoot gevraagd heeft om de behandeling van de verlenging van de voorlopige hechtenis bij te wonen  acht de raad niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. De wijze waarop de kantoorgenoot de belangen behartigd heeft van klager, kan in een klachtprocedure tegen verweerster niet aan de orde worden gesteld. Niet is komen vast te staan dat de kantoorgenoot van verweerster de belangen van klager niet goed heeft behartigd.

5.4 Het klachtonderdeel is ongegrond. 

Ad klachtonderdeel d.

5.5 Klager heeft onbetwist gesteld dat hij vanaf 13 maart 2012 tot 10 april 2012, het moment waarop mr. O. de behartiging van de belangen van klager van verweerster overnam, geen contact heeft gehad met verweerster. Niet is komen vast te staan dat verweerster het dossier met klager heeft doorgenomen of klager heeft bezocht om de zaak met hem te bespreken.

5.6 Nu verweerster in haar brief van 13 maart 2012 aan klager heeft toegezegd het dossier met hem te bespreken en vaststaat dat zij het dossier niet met klager heeft besproken, heeft verweerster niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt.

5.7 Het klachtonderdeel is gegrond.

 

6. MAATREGEL

6.1 Gelet op de aard en de ernst van de begane overtreding acht de raad de hierna te melden maatregel passend en geboden.

 

7 BESLISSING

De raad van discipline

- verklaart het verzet gegrond;

- verklaart klachtonderdeel d. gegrond;

- verklaart de klacht voor het overige ongegrond;

- legt verweerster voor het gegrond bevonden klachtonderdeel de maatregel op van enkele waarschuwing.

 

Aldus gewezen door mr. M.F. Baaij, voorzitter, mrs. M. Aukema, R. de Haan, J.P. Heinrich, H.E. Meerman, leden, bijgestaan door mr. A.H. van Haga als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 17 december 2012.

griffier voorzitter                     

 

 

 

 

Deze beslissing is in afschrift op 18 december 2012 per aangetekende brief verzonden aan:

- klager

- verweerster

- de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam

- de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Van deze beslissing kan hoger beroep bij het Hof van Discipline worden ingesteld door:

- klager

- verweerster

- de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Rotterdam

- de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten

Het hoger beroep moet binnen een termijn van 30 dagen na verzending van de beslissing worden ingesteld door middel van indiening van een beroepschrift, waarin de gronden van het beroep zijn vermeld en van een motivering zijn voorzien. Het beroepschrift moet in zevenvoud worden ingediend tezamen met zes afschriften van de beslissing waarvan beroep.

De eerste dag van de termijn van 30 dagen is de dag volgend op de dag van de verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het beroepschrift dus in het bezit zijn van de griffie van het Hof van Discipline. Verlenging van de termijn van 30 dagen is niet mogelijk.

Het beroepschrift kan op de volgende wijzen worden ingediend bij het Hof van Discipline:

a.  Per post

Het postadres van de griffie van het Hof van Discipline is:

Postbus 132, 4840 AC Prinsenbeek

b.  Bezorging

De griffie is gevestigd aan het adres Markt 44, 4841 AC Prinsenbeek.

Teneinde er zeker van te zijn dat voor de ontvangst getekend kan worden of dat pakketten die niet in een reguliere brievenbus besteld kunnen worden, afgegeven kunnen worden dient u telefonisch contact op te nemen met de griffie van het hof.

c.  Per fax

Het faxnummer van het Hof van Discipline is 076 - 548 4608. Tegelijkertijd met de indiening per fax dient het beroepschrift tezamen met de beslissing waarvan beroep in het vereiste aantal per post te worden toegezonden aan de griffie van het hof.

Nadere informatie over hoger beroep en over (de griffie van) het hof

076 - 548 4607 of griffie@griffiehvd.nl

Praktische informatie vindt u op www.hofvandiscipline.nl