Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

12-12-2012

ECLI

ECLI:NL:TADRAMS:2012:YA3562

Zaaknummer

12-134A

Inhoudsindicatie

Verzet zaak. Klacht tegen advocaat van de wederpartij. Verweerster heeft stukken afkomstig van haar cliënt in een procedure overgelegd. Klager was het er niet mee eens dat verweerster deze stukken overlegde. Verweerster was niet betrokken bij het opstellen van de stukken. De grote mate van vrijheid die haar toekomt de belangen van haar cliënt te behartigen op een wijze die haar goeddunkt, brengt mee dat het haar vrijstond deze stukken over te leggen. Verzet is ongegrond.

Uitspraak

Beslissing van 12 december 2012

in de zaak 12-134A

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de raad van discipline van 22 mei 2012 op de klacht van:

de heer

klager

tegen:

mevrouw mr.

advocaat te Amsterdam     

verweerster

1 VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Bij brief aan de raad van 8 mei 2012 met kenmerk 1112-570, door de raad ontvangen op 10 mei 2012, heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Amsterdam de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2 Bij beslissing van 22 mei 2012 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de raad de klacht kennelijk ongegrond verklaard, welke beslissing op 22 mei 2012 is verzonden aan klager.

1.3 Bij brief van 28 mei 2012, door de raad ontvangen op 29 mei 2012, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter.

1.4 Het verzet is behandeld ter zitting van de raad van 10 oktober 2012 in aanwezigheid van verweerster. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.5 De raad heeft kennisgenomen van de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter waarvan verzet en van de stukken waarop de beslissing blijkens de tekst daarvan is gegeven, alsmede van het verzetschrift van klager van 28 mei 2012.

2 FEITEN

2.1 Voor de beoordeling van het verzet en de daaraan ten grondslag liggende klacht kan, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, worden uitgegaan van de in de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter vastgesteld feiten.

3 KLACHT EN VERZET

3.1 De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerster tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat zij:

a) een uitgetypte versie van een telefoongesprek tussen de echtgenoot van de directeur van X BV en klager als bijlage bij de producties bij de dagvaarding in het geding heeft gebracht, terwijl klager er tijdens het bewuste telefoongesprek niet van op de hoogte is gebracht dat het gesprek werd opgenomen, zodat het bewijs onrechtmatig is verkregen;

b) bij de officier van justitie een verzoek heeft ingediend om alle door klager ontvangen en gevoerde telefoongesprekken van de afgelopen twee jaar te verkrijgen.

3.2 De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, in dat:

a)  het niets met de scheiding tussen klager en de cliente van verweerster te maken heeft;

b) klager voorafgaand aan de zitting (de comparitie die op 7 maart 2012 is gehouden) verweerster zowel telefonisch als per e-mail heeft benaderd om haar te berichten dat de informatie omtrent de inhoud van het gevoerde telefoongesprek en het overzicht van de gevoerde telefoongesprekken onrechtmatig was verkregen en haar heeft verzocht geen gebruik te maken van deze informatie, hetgeen verweerster weigerde;

c)  klager niet heeft gezegd dat verweerster een verzoek bij de officier van justitie heeft ingediend om een overzicht van door hem gevoerde telefoongesprekken op te vragen en dat deze gegevens dus onrechtmatig zijn verkregen en zonder zijn toestemming zijn gebruikt.

4 BEOORDELING

4.1 De raad is van oordeel dat de plaatsvervangend voorzitter bij zijn beoordeling de juiste maatstaf heeft toegepast. De aan een advocaat toekomende grote mate van vrijheid de belangen van zijn client te behartigen op een wijze die hem goeddunkt, brengt mee dat een advocaat mag afgaan op de juistheid van de gegevens die zijn cliënt hem verstrekt, tenzij hij weet, of uit de op dat moment te zijner beschikking staande stukken kon weten, dat de door de cliënt verstrekte gegevens onjuist zijn.

4.2 Voorts constateert de raad dat de plaatsvervangend voorzitter acht heeft geslagen op alle relevante omstandigheden van het geval. Naar het oordeel van de raad kunnen de door klager aangevoerde gronden niet slagen en heeft de plaatsvervangend voorzitter de klacht terecht en op juiste gronden kennelijk ongegrond bevonden.

4.3 Nu het verzet van klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter ook overigens geen nieuwe gezichtspunten oplevert is er geen plaats voor verder onderzoek naar de klacht en moet het verzet ongegrond worden verklaard.

BESLISSING

De raad van discipline:

verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gewezen door mr. J. Blokland, voorzitter, mrs. M.A. le Belle, P. van Lingen, M.W. Schüller en S. Wieberdink, leden, bijgestaan door mr. L.C. Dufour als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 12 december 2012.

Griffier voorzitter

 

Deze beslissing is in afschrift op 12 december 2012 per aangetekende brief verzonden aan:

- klager

- verweerster

- de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement  Amsterdam

- de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Van deze beslissing kan geen hoger beroep bij het Hof van Discipline worden ingesteld.