Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

22-10-2012

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2012:YA3443

Zaaknummer

B98-2012

Inhoudsindicatie

Indien een door de ene partij vermeende vordering door de andere partij wordt betwist rest de eisende partij geen andere mogelijkheid dan deze vordering in rechte te doen vaststellen. Niet gebleken dat verweerder de belangen van de wederpartij nodeloos heeft geschaad.

Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond

Uitspraak

Beslissing van 22 oktober 2012

in de zaak B 98 - 2012

naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad van discipline van 25 april 2012 op de klacht van:

 

de heer G.

 

klager

 

tegen:

mr. T

 

verweerder

 

 

1               Verloop van de procedure

1.1         Bij brief aan de raad van 26 maart 2012   met kenmerk K11/12-025 , door de raad ontvangen op 27 maart 2012, heeft de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement B de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2         Bij beslissing van 25 april 2012 heeft de (plaatsvervangend) voorzitter van de raad de klacht als kennelijk ongegrond afgewezen, welke beslissing op 27 april 2012 is verzonden aan klager.

1.3         Bij brief van 4 mei 2012, met bijlagen, door de raad ontvangen op 7 mei 2012, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.4         Het verzet is behandeld ter zitting van de raad van 3 september 2012 in aanwezigheid van verweerder. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

1.5         De raad heeft kennisgenomen van:

-          de beslissing van de voorzitter waarvan verzet en van de

stukken waarop de beslissing blijkens de tekst daarvan is gegeven;

-            het verzetschrift van klager d.d. 4 mei 2012 met bijlagen.

 

2               FEITEN

2.1     Voor de beoordeling van de klacht wordt uitgegaan van de door de  voorzitter omschreven feiten, nu niet is gebleken dat deze onjuist zijn weergegeven.

 

3               KLACHT EN VERZET

3.1         De klacht houdt, zakelijk weergegeven, in dat verweerder tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld als bedoeld in artikel 46 Advocatenwet doordat:

verweerder na de comparitie van partijen van 18 november 2011 tegen klager heeft gezegd dat hij maar een procedure moest starten, indien hij betaling van de huursom wenste. Dit in verband met een klacht die tegen verweerder bij het Hof van Discipline in behandeling is.

 

3.2         De gronden van het verzet houden, zakelijk weergegeven, het volgende in:

De inhoud van de klacht is door de voorzitter in zijn beslissing onjuist weergegeven. Ondanks dat verweerder wist dat zijn cliënt een huursom verschuldigd was, heeft hij tegen klager gezegd heeft dat hij maar een procedure moest starten om betaling te krijgen. Verweerder heeft in strijd met gedragsregel 1 en 3 gehandeld door zijn cliënt niet te bewegen tot betaling en aan te sturen op een procedure.

 

4               VERWEER

4.1         Verweerder werd na een comparitie van partijen bij de rechtbank te X door klager aangesproken. Verweerder heeft niet gezegd dat klager maar een procedure moest beginnen. Er lag immers al een onherroepelijke uitspraak van de rechtbank. Verweerder heeft gezegd dat klager, als hij het niet eens was met de uitspraak, in appel had moeten gaan. In een andere zaak waarin op 18 november 2011 een comparitie van partijen heeft plaatsgevonden, is wel een schikking bereikt. Deze schikking is ook nagekomen.

4.2         Klager wilde verrekenen met proceskosten in een heel andere zaak. Daarop wenste cliënt niet in te gaan. Na afloop van de comparitie is een klachtprocedure niet aan de orde geweest.

 

5               BEOORDELING VAN HET VERZET

5.1         Noch uit de aan de raad overgelegde stukken noch uit hetgeen ter zitting naar voren is gebracht is gebleken dat de voorzitter de klacht van klager niet goed heeft omschreven.

5.2         Ook overigens heeft het onderzoek in verzet niet geleid tot de vaststelling van andere feiten dan wel tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de voorzitter, waarmee de raad zich verenigt.

5.3         De raad zal het verzet daarom als ongegrond afwijzen.

 

              6        BESLISSING

De raad van discipline:

wijst het verzet als ongegrond af.

 

Aldus gewezen door mr. J.K.B. van Daalen, voorzitter, mrs. E.J.P.J.M. Kneepkens, J.J.M. Goumans, J.F.E. Kikken en A.J. Sol , leden, bijgestaan door mr. I.J.M. Huysmans-van Opstal als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 22 oktober 2012 .

 

griffier                                                               voorzitter                   

 

Deze beslissing is in afschrift op23 oktober 2012

 

per aangetekende brief verzonden aan:

-       klaagster

-       verweerder

-  de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement  B

-       de deken van de Nederlandse Orde van Advocaten.

 

 

Van deze beslissing kan geen hoger beroep bij het Hof van Discipline worden ingesteld.