Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

14-02-2011

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1498

Zaaknummer

R. 3512/10.142

Inhoudsindicatie

Het niet informeren van de gemachtigde van klagers over de vastgestelde behandelingsdatum van een kort geding is in de gegeven omstandigheden tuchtrechtelijk verwijtbaar. Verzet en klacht terzake gegrond.

Uitspraak

 

1. VERLOOP VAN DE PROCEDURE

1.1 Bij brief van 9 februari 2010 heeft de gemachtigde van klagers een klacht ingediend tegen verweerder. Het door de Advocatenwet voorgeschreven on-derzoek is verricht door de Deken van de Orde van Advocaten bij de Hoge Raad der Nederlanden. Het dossier is op 3 september 2010 ontvangen door de Raad.

1.2 Bij beslissing van 17 september 2010 heeft de plaatsvervangend voorzitter van de Raad de klacht kennelijk ongegrond verklaard. De beslissing is aan partijen verzonden op 20 september 2010.

1.3 Bij brief van 1 oktober 2010 heeft de gemachtigde van klagers verzet aangete-kend tegen voormelde beslissing.

1.4 De Raad heeft kennisgenomen van de stukken die op grond van het bepaalde in art. 49 lid 2 van de Advocatenwet, ten kantore van de griffier, ter inzage hebben gelegen.

1.5 Het verzet is behandeld ter openbare zitting van de Raad van 13 december 2010. Ter zitting is namens klagers mr. H.J. Smit verschenen, advocaat te Rot-terdam verschenen. Verweerder is eveneens ter zitting verschenen. Verweer-der werd ter zitting bijgestaan door mr. E.H. Huijgen, advocaat te ’s-Gravenhage.

2. DE KLACHT EN HET VERZET

De klacht

2.1   Klagers verwijten verweerder, dat hij in strijd heeft gehandeld met de gedrags-regels, meer in het bijzonder in strijd met gedragsregels 1, 14 en 17:

a. door op 24 december 2009 een kort geding dagvaarding uit te brengen tegen een behandeling ter zitting op 30 december 2009, zulks zonder de advocaat van klagers daarover in te lichten, terwijl verweerder er van op de hoogte was dat die advocaat de belangen van klagers behartigde en voor hen optrad alsmede door de dagvaarding voornoemd te laten betekenen aan het woon-adres van een bestuurslid van de coöperatieve vereniging, alwaar domicilie was gekozen, wetende dat dit bestuurslid in de periode tussen Kerst en Oud en Nieuw in zijn buitenhuis verbleef en niet op zijn woonadres;

b. door tijdens de zitting negen producties te overleggen en deze niet op voor-hand per fax te verzenden, maar per koerier aan de advocaat van klagers te doen toekomen;

c. door de deurwaarder op 12 januari 2010 twee dagvaardingen te laten uit-brengen, welke dagvaardingen in strijd met artikel 64 Wetboek van Burgerlij-ke Rechtsvordering om 03.36 en 05.31 uur zijn uitgebracht. In strijd met de werkelijkheid vermeldden de dagvaardingen bovendien dat zij op 11 januari 2010 waren uitgebracht, zulks terwijl dit op 12 januari 2010 was;

d. door de Voorzieningenrechter te misleiden door in strijd met de waarheid in de dagvaarding van 24 december 2009 op te nemen dat de cliënt van ver-weerder als tussenpersoon in verzekeringen voor een groot aantal leden van klagers verzekeringen had afgesloten. Verweerder heeft de Voorzieningen-rechter op die grond verzocht om een eerder vonnis, waarin het de cliënten van verweerder werd verboden contact te zoeken met enig lid van klagers, te herzien.

De gronden van het verzet

2.2   Klagers hebben gesteld dat vooral de gebezigde argumentatie door de plaatsvervangend voorzitter als ondeugdelijk moet worden aangemerkt. Kla-gers hebben de klachtonderdelen mede aan de hand van de overwegingen in de voorzittersbeslissing nader toegelicht. Daarop zal, indien en voor zover rele-vant, hetgeen hierna onder 4 wordt overwogen, nader worden ingegaan.

 

3. VERWEER

Verweerder heeft tot zijn verweer -zakelijk weergegeven- het volgende aange-voerd:

Ten aanzien van klachtonderdeel a

3.1 Verweerder heeft gesteld dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de advocaat van klagers door de Rechtbank zou zijn benaderd over de zittingsda-tum, omdat klagers geen verhinderdata hadden doorgegeven aan verweerder en/of de Rechtbank. Verweerder heeft betwist dat hij wist dat het betreffende bestuurslid niet op zijn woonadres verbleef ten tijde van de betekening van het dagvaardingsexploit.

 

Ten aanzien van klachtonderdeel b

3.2 Verweerder is van mening dat het hem vrij stond in casu voor de wijze van verzending middels een koerier te kiezen. Laatstgenoemde heeft verklaard dat hij de producties op de 29e december 2009 op het kantoor van de advocaat van klagers heeft bezorgd.

 

Ten aanzien van klachtonderdeel c

3.3 Verweerder heeft, op basis van de schriftelijke reactie van de deurwaarder, betwist dat de exploiten van dagvaarding zijn betekend op de wijze als door klagers gesteld. Voorts heeft verweerder betwist dat ambtshandelingen van de door verweerder ingeschakelde deurwaarder aan verweerder kunnen worden toegerekend in tuchtrechtelijke zin.

 

Ten aanzien van klachtonderdeel d

3.4 Verweerder betwist dat hij de Voorzieningenrechter heeft misleid en/of bewust onjuiste mededelingen heeft gedaan. Verweerder heeft het juridisch standpunt van zijn cliënt over het voetlicht gebracht en hij had geen redenen om aan te nemen dat dit niet juist was.

 

4. BEOORDELING VAN HET VERZET

Ten aanzien van klachtonderdeel a

4.1   Anders dan de plaatsvervangend voorzitter is de Raad van oordeel dat verweerder, door klagers advocaat niet aanstonds te informeren omtrent de vastgestelde zittingsdatum van 30 december 2009, in strijd heeft gehandeld met hetgeen een behoorlijk handelend advocaat betaamt. De Raad onder-schrijft het standpunt van klagers, te weten dat het goed en algemeen gebruik is de gemachtigde van de wederpartij onverwijld te informeren, zodra een be-handelingsdatum voor een kort geding bekend is. Dat klagers advocaat onver-wijld op de hoogte diende te worden gesteld van de vastgestelde zittingsdatum, geldt temeer nu op 23 december 2009 de behandeling van het kort geding is vastgesteld op 30 december 2009, derhalve in een periode waarin in verband met het kerstreces velen afwezig zijn. De Raad acht het verzet ten aanzien van dit gedeelte van klachtonderdeel a dan ook gegrond en tevens dit gedeelte van de klacht gegrond.

Klagers en verweerder nemen een tegenstrijdig standpunt in ten aanzien van de bekendheid van verweerder met de aan- en/of afwezigheid van het betref-fende bestuurslid aan wiens woonadres de dagvaarding is betekend. De Raad heeft de feitelijke juistheid van klagers standpunt niet kunnen vaststellen, zodat het verzet tegen dit gedeelte van klachtonderdeel a ongegrond is.

 

Ten aanzien van klachtonderdeel b

4.2 Op basis van de stukken en het verhandelde ter zitting is de Raad van oordeel dat het verweerder in de gegeven omstandigheden vrij stond te kiezen voor de wijze van verzending, zoals hij heeft gedaan. In dat kader is ook van belang dat verweerder de betreffende producties op dezelfde wijze heeft verzonden aan de rechtbank en aldus klagers niet bewust heeft willen benadelen. Een en an-der laat onverlet dat verweerder er beter aan had gedaan de producties per fax aan de Rechtbank en de gemachtigde van klagers te doen toekomen doch dat maakt het handelen van verweerder niet tuchtrechtelijk verwijtbaar. Voor het overige is het verzet ten aanzien van dit klachtonderdeel een herhaling en deels een uitwerking van de klacht en volgt de Raad het oordeel van de plaats-vervangend voorzitter. Het verzet is ten aanzien van dit klachtonderdeel dan ook ongegrond.

Ten aanzien van klachtonderdeel c

4.3 Op basis van de stukken en meer in het bijzonder het verweer van de betref-fende deurwaarder kan niet worden vastgesteld dat het standpunt van klagers terzake juist is. Bij gebreke van een nadere onderbouwing van dit klachtonder-deel is het verzet ten aanzien van dit klachtonderdeel ongegrond. De stelling dat de advocaat in tuchtrechtelijke zin verantwoordelijk is voor het handelen van de door hem ingeschakelde deurwaarder kan in zijn algemeenheid niet zonder meer worden aanvaard.

 

Ten aanzien van klachtonderdeel d

4.4 Hoewel de Raad van oordeel is dat in casu sprake is van een bijzondere gang van zaken, kan de Raad niet vaststellen dat verweerder aanleiding had te ver-onderstellen dat de stellingen van zijn cliënten over dit punt onjuist waren en mocht hij dus afgaan op de door zijn cliënten verschafte informatie. Het verzet ten aanzien van dit klachtonderdeel is dan ook ongegrond.

 

5. MAATREGEL

Gelet op de aard en de ernst van de begane overtreding acht de Raad de maatregel van een enkele waarschuwing passend en geboden.

 

6. BESLISSING

De Raad van Discipline in het ressort 's-Gravenhage:

- verklaart het verzet ten aanzien van de klachtonderdelen a, tweede ge-deelte, b t/m d ongegrond.

- verklaart het verzet ten aanzien van het eerste gedeelte van klachtonder-deel a gegrond en de klacht ten aanzien van het eerste gedeelte van klachtonderdeel a gegrond en legt terzake aan verweerder de maatregel van een enkele waarschuwing op.

Aldus gewezen door mr. A.F.L. Geerdes, voorzitter, mr. M. Aukema, mr. W.P. Brussaard, mr. A.J.N. van Stigt, mr. L.Ph.J. baron van Utenhove, leden, en mr. M. Boender-Radder, griffier en uitgespro¬ken ter openbare zit¬ting van 14 februari 2011.

 

 

griffier voorzitter

 

 

Van deze beslissing kan met inachtneming van art. 56 Advocatenwet binnen dertig dagen na verzending van het afschrift hoger beroep worden ingesteld bij het Hof van Discipline.

De eerste dag van deze termijn van dertig dagen is de dag volgend op de dag van de verzending van het afschrift. Uiter¬lijk op de dertigste dag dient Uw appèlmemorie in het bezit te zijn van de griffier van het Hof van Discipline. Het gaat mitsdien niet om tijdige verzending van de appèlmemorie maar om tijdige ontvangst door de griffie van het Hof van Discipline.

U dient er rekening mee te houden dat verlenging van deze termijn niet tot de mogelijkheden behoort.

Beroep dient te worden ingesteld door middel van een memorie, waarin de gronden van het beroep zijn vermeld en van een motivering zijn voorzien.

De memorie dient in zevenvoud te worden ingediend en vergezeld te zijn van zes kopieën van de beslissing waartegen beroep wordt ingesteld.

De appèlmemorie kan op de volgende wijze worden ingediend bij het Hof van Discipline:

a. Per post

Het postadres van de griffie van het Hof van Discipline is: Postbus 132, 4840 AC Prinsenbeek.

b. Bezorging

De griffie is gevestigd aan het adres Markt 44, 4841 AC Prinsenbeek. Bezorging kan uitsluitend plaatsvinden op de gebruikelijke werkdagen tijdens de gebruikelijke kantooruren, na daartoe voorafgaand gemaakte afspraak.

c. Per fax

Het faxnummer van het Hof van Discipline is: 076-5484608.

Tegelijkertijd met de indiening per fax dienen de originele stukken per post te worden toege-zonden aan de griffie van het Hof in het vereiste aantal.

Voor het inwinnen van informatie: het telefoonnummer van het Hof van Discipline is: 076-5484607.