Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

12-05-2011

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1795

Zaaknummer

R. 3690/11.92b

Inhoudsindicatie

Niet kan worden vastgesteld dat de advocaat zijn client bewust onjuist heeft geïnformeerd en geïnstrueerd. De advocaat heeft de client alle stukken beschikbaar gesteld waarop de opdracht en instructie was gebaseerd. Eerst achteraf is gebleken dat het standpunt van BOOM volgens BOOM anders geïnterpreteerd dient te worden. Dit laatste kan de advocaat niet worden verweten.

Uitspraak

 

Verloop van de procedure

1 Bij brief van 24 juni 2010 heeft de gemachtigde van klager een klacht ingediend tegen verweerster. Na het door de wet voorgeschreven onderzoek, verricht door de Deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Middelburg, is het dossier op 21 april 2011 bij de Raad van Discipline binnengekomen.

Inhoud van de klacht

2 Klager verwijt verweerster dat zij klager welbewust onjuist heeft geïnformeerd in het kader van de opdracht en de nadere instructies die verweerster klager heeft gegeven.

 

De feiten

3 Uit de stukken blijkt het volgende:

- Het kantoor van verweerster heeft een vordering op een voormalige cliënte vanwege het onbetaald laten van declaraties.

- De voormalige cliënte van de kantoorgenoot van verweerster heeft aangegeven niet tot betaling te kunnen overgaan vanwege het feit dat het openbaar ministerie strafrechtelijk beslag heeft gelegd op haar geldelijke tegoeden.

- Verweerster heeft het Bureau Ontnemingswetgeving O.M. (hierna “BOOM”) verzocht over te gaan tot (gedeeltelijke) opheffing van dit beslag.

- Bij bief van 17 september 2009 heeft BOOM verweerster, voor zover in deze relevant, geschreven:

“Gebleken is dat een aantal ex-werknemers executeerbare vorderingen hadden welke volgens de gebruikelijke rechtsvorderlijke weg voldaan zijn. Daar hebben wij als andere beslaglegger geen invloed op nu ons beslag op dit moment slechts een conservatoir beslag betreft.

U stelt dat uw declaraties niet betaald kunnen worden ten gevolge van het door het openbaar ministerie gelegde beslag maar ik wijs u er op dat deze beslagen kennelijk al gelegd waren voor u met uw werkzaamheden begonnen bent. Ook uw cliënt was dientengevolge op de hoogte van zijn financiële status op dat moment. Hoe en waarvan de door uw ingediende declaraties betaald worden is derhalve geen zaak van het openbaar ministerie.”

- Bij brief van 23 september 2009 heeft de ING Bank aan verweerster, desgevraagd, bericht dat op grond van een eerdere executoriale beslaglegging onder deze bank ten laste van de voormalige cliënte van verweerder ook tot rechtsgeldige uitbetaling is overgegaan.

- Het kantoor van verweerster heeft op 27 oktober 2009 een exploit van dagvaarding uit laten brengen aan de voormalige cliënte van kantoor. In dit exploit is, voor zover in deze relevant, door de kantoorgenoot van verweerster in sub 9 gesteld:

“Bureau Ontnemingswetgeving O.M. (B.O.O.M.) is niet bereid gebleken (een deel van het) strafrechtelijk beslag op te heffen om betaling van de declaraties van eiseres mogelijk te maken, doch stelt zich anders op indien een executoriale titel is verkregen. Eiseres is derhalve genoodzaakt geworden deze procedure aanhangig te maken om zo een executoriale titel te verkrijgen en executoriaal beslag te kunnen leggen. Enkel op deze wijze kan eiseres betaling van haar declaraties bewerkstelligen.”

- Bij vonnis van 2 december 2009 van de Rechtbank Middelburg is de vordering van het kantoor van verweerder toegewezen.

- Bij brief van 4 december 2009 heeft de kantoorgenoot van verweerster klager opdracht gegeven tot betekening en executie van voornoemd vonnis over te gaan.

- Klager heeft het vonnis van de rechtbank op 10 december 2009 aan de voormalige cliënte van verweerder betekend en vervolgens op 23 december 2009 executoriaal beslag gelegd onder de ING Bank N.V. te Goes.

- Bij faxbrief van 2 februari 2010 heeft verweerster een medewerker van klager bericht:

“Zoals afgesproken zend ik bijgaand afschriften van correspondentie van de ING Bank en Bureau Ontneming wetgeving Openbaar Ministerie (BOOM). Zoals ik u reeds telefonisch uiteenzette is door BOOM conservatoir strafrechtelijk beslag op de rekeningen van C. (red.) gelegd. Executeerbare vorderingen hebben daarop voorrang en dienen ondanks het conservatoire beslag gewoon voldaan te worden. Ik verzoek u dan ook de bank daarop te wijzen en met spoed tot inning van het bedrag waarvoor thans een executoriale titel bestaat over te gaan.

Ik verwijs u expliciet naar de derde alineavan de brief van BOOM van 18 september 2009 waarin staat dat BOOM als beslaglegger geen invloed heeft op executeerbare vorderingen aangezien hun beslag slechts conservatoir is. Daarnaast verwijs ik u expliciet naar de brief van 27 april 2009 van BOOM van N. (red.) Advocaten waarin in de tweede alinea staat dat BOOM zich desgevraagd niet zal verzetten tegen een afgifte door de betreffende bank aan de executerende deurwaarder. Ik verzoek u dan ook de ING te verzoeken met spoed voor afdracht van het executeerbare bedrag zorg te dragen.”

- Bij brief van 22 februari 2010 heeft BOOM de betreffende medewerker van klager bericht dat het kantoor van verweerster geen bevoorrechte vordering heeft en dat zij dus ten opzichte van het OM concurrente crediteuren zijn. BOOM heeft de deurwaarder voorts bericht er van uit te gaan dat de door de bank afgegeven gelden op een (rentedragende) kwaliteitsrekening zullen worden gestort in afwachting van de verdeling.

- Bij brief van 23 februari 2010 heeft klager het kantoor van verweerster verzocht het op 22 februari 2010 doorbetaalde bedrag van € 43.044,80 terug te betalen aan klager, zodat dit bedrag in gerechtelijke bewaring kan worden gegeven.

- De kantoorgenoot van verweerster heeft zich bij brief van 14 april 2010 aan de gemachtigde van klager op het standpunt gesteld dat hij niet tot terugbetaling van voornoemd bedrag aan klager verplicht is.

 

Beoordeling van de klacht

4.1 Op basis van hetgeen over en weer is gesteld en op basis van de stukken kan niet worden vastgesteld dat verweerster klager bewust onjuist heeft geïnformeerd en geïnstrueerd. Verweerster heeft klager alle stukken beschikbaar gesteld waarop de opdracht en instructie was gebaseerd. Eerst achteraf is gebleken dat het standpunt van BOOM volgens BOOM anders geïnterpreteerd dient te worden. Dit laatste kan verweerster niet worden verweten.

4.2 Gezien het voorgaande moet de klacht als kennelijk ongegrond worden afgewezen.

 

Beslissende

wijst de klacht als kennelijk ongegrond af.

Aldus gedaan door mr. M.F. Baaij, plaatsvervangend van de Raad van Discipline in het ressort ’s-Gravenhage, op 12 mei 2011.

 

Plv. Voorzitter   

 

Van deze beslissing kan binnen 14 dagen na verzending van het afschrift verzet worden ingesteld.

De eerste dag van deze termijn van 14 dagen is de dag volgend op de dag van de verzending van het afschrift. Uiterlijk op de veertiende dag dient Uw verzetschrift in het bezit te zijn van de griffier van de Raad van Discipline. Het gaat mitsdien niet om tijdige verzending van het verzetschrift maar om tijdige ontvangst door de griffie van de Raad. U dient er rekening mee te houden dat verlenging van deze termijn niet tot de mogelijkheden behoort.