Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

23-05-2011

ECLI

ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1667

Zaaknummer

10-342U

Inhoudsindicatie

Klacht tegen advocaat wederpartij. Door plaats te nemen op het dak van zijn cliënte, waar klager die dag een dakterras zou gaan aanleggen en zich provocerend en intimiderend uit te laten heeft verweerder volgens klager zich niet gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Bovendien heeft verweerder zich door deze handelwijze rechtstreeks tot klager gewend in plaats van het contact via diens advocaat te laten lopen. Klacht deels gegrond onder oplegging maatregel van enkele waarschuwing.

Inhoudsindicatie

 

Uitspraak

RAAD VAN DISCIPLINE

in het ressort Amsterdam

BESLISSING d.d. 23 mei 2011

in de zaak 10-342U

De raad heeft het volgende overwogen en beslist naar aanleiding van de op 16 september 2010 binnengekomen klacht van:

De heer

p/a Mevrouw

k l a g e r

tegen:

De heer mr.

v e r w e e r d e r

1 Verloop van de procedure

1.1 Bij brief van 14 september 2010, bij de raad binnengekomen op 16 september 2010 heeft de deken van de orde van advocaten van het arrondissement Utrecht de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2 De klacht is behandeld ter zitting van 7 maart 2011 in aanwezigheid van partijen. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.3 De raad heeft kennis genomen van de in 1.1 bedoelde brief van de deken aan de raad en van de stukken genummerd 1 t/m 14 in de bij die brief gevoegde inventarislijst.

2 De klacht

2.1 De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder zich niet heeft gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt door op 26 maart 2010 om 7.00 uur ’s ochtends plaats te nemen op het platte dak van de woning van zijn cliënte, waar klager (de wederpartij van die cliënte) die dag een dakterras zou gaan aanleggen en zich vervolgens provocerend en intimiderend jegens klager heeft gedragen door te weigeren weg te gaan indien klager de werkzaamheden niet wilde uitstellen, door een collega van klager een klap te geven en door, nadat de politie de situatie tot rust had gebracht, weer terug te keren op het dak. Klager beklaagt zich er ook over dat verweerder zich aldus direct tot hem heeft gewend in plaats van het contact via zijn advocaat te laten lopen.

2.2 Door aldus te handelen c.q. na te laten heeft verweerder volgens klager de norm vastgelegd in artikel 46 Advocatenwet overschreden.

3 Feiten:

Voor de beoordeling van de klacht kan, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is

  verklaard, van het volgende worden uitgegaan:

3.1 Verweerder staat de buurvrouw van klager bij in een geschil met klager over de aanleg van een dakterras door klager op haar dak. Naast de aanleg van het dakterras speelt als geschilpunt dat de buurvrouw van klager een hekwerk om de lichtkoepel op het dak wil plaatsen. Klager geeft de voorkeur aan het leggen van een glasplaat over de lichtkoepel.

3.2 Op 24 maart 2010 heeft de advocaat van klager verweerder bericht dat klager het terras zou gaan aanleggen op vrijdag 26 maart 2010. Verweerder heeft daarop laten weten een kort geding te zullen entameren indien klager niet zou afzien van de aanleg van het terras. Klager heeft daarop aan verweerder laten weten zijn plannen niet te zullen wijzigen: de werkzaam¬heden zouden gewoon doorgang vinden en op 26 maart om 8.00 uur aanvangen. 

3.3 Op 26 maart 2010 om 7.00 uur trof klager verweerder aan op het dak. Door verweerder waren twee stoelen neergezet, op één ervan had verweerder plaatsgenomen.

3.4 Om 7.45 uur arriveerden de terrasleggers. Klager heeft verweerder verzocht het dakterras te verlaten. Verweerder is blijven zitten. Klager heeft over de ontstane situatie telefonisch overleg gevoerd met zijn advocaat, waarna ook telefonisch overleg is gevolgd tussen beide advocaten. Tijdens het overleg van verweerder met de advocaat van klager vonden schermutselingen plaats tussen verweerder en een collega van klager. Daarop heeft klager de politie gebeld, die snel ter plaatse was. Nadat klager te kennen had gegeven dat die dag geen glasplaat over de lichtkoepel zou worden gelegd, heeft verweerder het dakterras verlaten.

4 Beoordeling

4.1  Nu de klacht gericht is tegen de advocaat van klagers wederpartij heeft bij de beoordeling te gelden de door het hof van discipline – de hoogste instantie in het advocatentuchtrecht – gehanteerde maatstaf dat de advocaat van de wederpartij een grote mate van vrijheid toekomt de belangen van zijn cliënt te behartigen op een wijze die hem goeddunkt. Die vrijheid is niet onbeperkt; deze kan onder meer ingeperkt worden indien de advocaat (1) zich onnodig grievend uitlaat over de wederpartij, (2) feiten poneert waarvan hij weet of redelijkerwijs kan weten dat zij in strijd met de waarheid zijn, dan wel indien (3) de advocaat (anderszins) bij de behartiging van de belangen van zijn cliënt de belangen van de wederpartij onnodig of onevenredig schaadt zonder dat daarmee een redelijk doel wordt gediend.

4.2 Verweerder heeft aangevoerd dat hij op het dak heeft plaatsgenomen ten einde te kunnen onderzoeken welk soort dakterras klager wilde aanleggen, omdat klager weigerde om informatie daarover te verstrekken. Die informatie was volgens verweerder van belang om in een kort geding aannemelijk te kunnen maken dat sprake was van onrechtmatig handelen. Verweerder heeft betwist dat hij een klap heeft uitgedeeld en dat hij is teruggekeerd nadat de politie weg was.

4.3 Uit de stukken en uit hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, is gebleken dat sprake is van langdurig geschil tussen klager en zijn buurvrouw, waarbij de verhoudingen tussen partijen ernstig zijn verstoord. Verweerder is als advocaat van één van de betrokkenen met deze situatie bekend. In die situatie had verweerder naar het oordeel van de raad afstand dienen te houden, omdat fysieke inmenging in de door de buurman geplande werkzaamheden verdere escalatie van het geschil tot gevolg zou kunnen hebben. Dat risico heeft zich ook verwezenlijkt. Het doel dat verweerder volgens zijn eigen stellingen voor ogen stond bij deze manier van belangenbehartiging, namelijk het vergaren van informatie ten behoeve van een procedure, had verweerder eenvoudig met andere

– juridische – middelen kunnen bereiken. Zo had verweerder bijvoorbeeld een deurwaarder kunnen vragen een proces-verbaal van constateringen te maken. Door zich op deze wijze feitelijk in het geschil te mengen, heeft verweerder naar het oordeel van de raad de belangen van klager onevenredig geschaad of kunnen schaden, zonder dat daarmee een redelijk doel werd gediend. Bovendien heeft verweerder in strijd gehandeld met gedragsregel 18 door zich in een positie te brengen waarbij rechtstreeks contact met klager onvermijdelijk werd. Door aldus te handelen heeft verweerder tuchtrechtelijk laakbaar gehandeld.

4.4 Dat verweerder bij de schermutselingen die op het dak hebben plaatsgevonden een klap heeft uitgedeeld aan een collega van klager heeft de raad niet kunnen vaststellen. Evenmin heeft de raad kunnen vaststellen dat verweerder is teruggekeerd op het bewuste dak nadat de politie ter plaatse was geweest. In zoverre is de klacht derhalve ongegrond.

5 Maatregel

5.1 De raad acht het opleggen van de maatregel van een enkele waarschuwing passend en geboden. 

BESLISSING:

De raad van discipline verklaart:

- de klacht ongegrond voor zover aan verweerder wordt verweten een klap te hebben uitgedeeld en op het dakterras te zijn teruggekeerd nadat de politie ter plaatse was geweest;

- de klacht voor het overige gegrond;

- legt aan verweerder de maatregel van enkele waarschuwing op.

Aldus gewezen door mr. A.P. Schoonbrood-Wessels, voorzitter, mrs. S.M. Gaasbeek-Wielinga, H.C.M.J. Karskens, R.P.F. van der Mark, M. Pannevis, leden, bijgestaan door mr. A. Lof als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 23 mei 2011.

voorzitter       griffier

 

 

Deze beslissing is in afschrift op 23 mei 2011 per aangetekende brief verzonden aan:

- klager

- verweerder

- de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Utrecht

- de deken van de Nederlandse orde van advocaten

Van deze beslissing kan voor wat betreft de gegrond verklaarde klachtonderdelen hoger beroep bij het hof van discipline worden ingesteld door:

- verweerder

- de deken van de Nederlandse orde van advocaten

Van deze beslissing kan voor wat betreft de ongegrond verklaarde klachtonderdelen hoger beroep bij het hof van discipline worden ingesteld door:

- klager

- verweerder

- de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Utrecht

- de deken van de Nederlandse orde van advocaten

Het hoger beroep moet binnen een termijn van 30 dagen na verzending van de beslissing worden ingesteld door middel van indiening van een beroepschrift, waarin de gronden van het beroep zijn vermeld en van een motivering zijn voorzien. Het beroepschrift moet in zevenvoud worden ingediend tezamen met zes afschriften van de beslissing waarvan beroep.

De eerste dag van de termijn van 30 dagen is de dag volgende op de dag van verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het beroepschrift dus in het bezit zijn van de griffie van het hof van discipline. Verlenging van de termijn van 30 dagen is niet mogelijk.

De appèlmemorie kan op de volgende wijze worden ingediend bij het hof van discipline:

a. Per post

 Het postadres van de griffie van het hof van discipline is: Postbus 132, 4840 AC 

  Prinsenbeek

b. Bezorging

  De griffie is gevestigd aan het adres Markt 44, 4841 AC  Prinsenbeek. Bezorging kan

  uitsluitend plaatsvinden op de gebruikelijke werkdagen tijdens de gebruikelijke

  kantooruren.

c. Per fax

  Het faxnummer van het hof van discipline is 076 0 548 4608. Tegelijkertijd met de

  indiening per fax dienen de originele stukken in het vereiste aantal per post te worden

  toegezonden aan de griffie van het hof.

d.  Telefonische informatie

  076 – 548 4607.