Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

21-03-2011

ECLI

ECLI:NL:TADRAMS:2011:YA1444

Zaaknummer

10-307A

Inhoudsindicatie

Verzetzaak; niet is vast komen te staan dat verweerster handelde in haar hoedanigheid van advocaat. Verzet is ongegrond.

Inhoudsindicatie

 

Uitspraak

RAAD VAN DISCIPLINE

in het ressort Amsterdam

BESLISSING d.d. 21 maart 2011

in de zaak 10-307 A

De raad heeft het volgende overwogen en beslist naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad op de klacht van:

de heer

k l a g e r

tegen:

mr.

v e r w e e r s t e r

1 Verloop van de procedure

1.1 Bij brief van 11 augustus 2010, bij de raad binnengekomen op 12 augustus 2010, heeft de deken van de orde van advocaten van het arrondissement Amsterdam de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2 Bij beslissing van 9 september 2010 heeft de voorzitter van de raad de klacht kennelijk ongegrond verklaard, welke beslissing op 9 september 2010 aan klager is verzonden.

1.3 Bij brief van 16 september 2010, door de raad ontvangen op 20 september 2010, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.4 Het verzet is behandeld ter zitting van de raad van 10 januari 2011 in aanwezigheid van verweerster. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.5 De raad heeft kennis genomen van

- de beslissing van de voorzitter waarvan verzet en van de stukken waarop die

  beslissing blijkens de tekst daarvan is gegeven;

- het verzet van klager bij brieven van 16 en 21 september 2010, met bijlagen.

 

2 De klacht/het verzet

2.1 De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerster niet reageert op verzoeken om afrekening en storting van gelden uit een nalatenschap, die op verzoek van klager op de derdengeldrekening van verweerster waren gestort, op een depotrekening. Daarbij is klager van oordeel dat dient te worden onderzocht of verweerster de boekhoudverordening wel naleeft. Door aldus te handelen c.q. na te laten heeft verweerster volgens klager de norm vastgelegd in artikel 46 Advocatenwet overschreden.

2.2 Het verzet houdt zakelijk weergegeven in dat de voorzitter ten onrechte de klacht kennelijk niet ontvankelijk heeft verklaard door te overwegen dat niet is komen vast te staan dat verweerster in de hoedanigheid van advocaat voor klager is opgetreden.

3 Feiten:

Voor de beoordeling van het verzet en de daaraan ten grondslag liggende klacht kan, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van het volgende worden uitgegaan:

3.1 Klager is met verweerster gehuwd geweest. Zij heeft tijdens de samenwoning van partijen op verzoek van haar echtgenoot contact gehad met een notariskantoor, dat de nalatenschap afwikkelde van een persoon op wie haar echtgenoot een vordering pretendeerde.

Verweerster erkent vele jaren geleden op verzoek van klager contact te hebben gehad met een notariskantoor. Zij heeft het kantoor bevestigd dat klager akkoord was met een telefonisch door hem overeengekomen aan hem uit te keren bedrag. Verweerster zegt dat niet te hebben gedaan in haar hoedanigheid van advocaat, maar als privé-persoon. Bij gebrek aan concrete gegevens is het haar onmogelijk zich nader te verweren, zo stelt zij.

4 Beoordeling van het verzet

4.1 Naar het oordeel van de raad had de voorzitter uit de stukken geen andere conclusie kunnen trekken dan dat de klacht niet ontvankelijk is.

 

4.2 Nu klager volstrekt niet heeft gemotiveerd waarom de voorzitter op basis van de zich in het dossier bevindende stukken niet tot een kennelijk niet-ontvankelijk¬verklaring had mogen komen, moet het verzet ongegrond worden verklaard. De raad neemt de overwegingen en de conclusie van de voorzitter over en maakt die tot de zijne.

BESLISSING:

De raad van discipline:

- verklaart het verzet ongegrond.

 

 

Aldus gewezen door mr. A.P. Schoonbrood-Wessels, voorzitter, mrs. M.A. le Belle, J.M. van de Laar, M.W. Schüller, M.L.F.J. Schyns, leden, bijgestaan door mr. J.G. Geertsma als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 21 maart 2011.

voorzitter       griffier

 

Deze beslissing is in afschrift op 21 maart 2011 per aangetekende brief verzonden aan:

- klager

- verweerster

- de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Amsterdam;

- de deken van de Nederlandse orde van advocaten

Van deze beslissing kan geen hoger beroep bij het hof van discipline worden ingesteld.