Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

16-02-2011

ECLI

ECLI:NL:TADRSGR:2011:YA1489

Zaaknummer

R. 3624/11.26

Inhoudsindicatie

De advocaat heeft een grote mate van vrijheid om de belangen van zijn client te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt. In casu heeft verweerder binnen die vrijheid opgetreden.

Uitspraak

 

Verloop van de procedure

1 Bij brief van 20 juli 2010 heeft klaagster een klacht ingediend tegen verweerder. Na het door de wet voorgeschreven onderzoek verricht door de deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Middelburg is het dossier op 26 januari 2011 bij de Raad van Discipline binnengekomen.

 

Inhoud van de klacht

Klaagster verwijt verweerder dat hij medepleger is van de stalkingsacties van zijn cliënt.

 

De feiten

3 Uit de stukken blijkt het volgende:

- Verweerder behartigt de belangen van de heer G., de broer van klaagster.

- Bij brief van 15 juli 2010 heeft verweerder klaagster namens zijn cliënt verzocht een door haar gedane verklaring over zijn cliënt te rectificeren, bij gebreke waarvan zijn cliënt aangifte zou doen bij de politie ter zake van smaad en in een civiele procedure veroordeling tot rectificatie zou vorderen.

 

Beoordeling van de klacht

4.1 Vooropgesteld wordt dat de advocaat een grote mate van vrijheid toekomt om de belangen van zijn cliënt te behartigen op de wijze die hem passend voorkomt. Deze vrijheid mag niet ten gunste van een (processuele) wederpartij worden beknot, tenzij de belangen van die wederpartij nodeloos en op ontoelaatbare wijze worden geschaad. De advocaat dient de belangen van zijn cliënt te behartigen aan de hand van feitenmateriaal dat zijn cliënt hem verschaft en hij mag in het algemeen afgaan op de juistheid van die informatie. Verificatie door de advocaat van de hem door zijn cliënt verstrekte informatie is slechts dan geboden, indien er aanwijzingen zijn dat de informatie onjuist is. De advocaat dient zich uiteraard te allen tijde te gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt en hij mag bij het optreden namens zijn cliënt niet over de schreef gaan.

4.2 In het onderhavige geval is noch uit de stukken, noch anderszins gebleken dat verweerder de hiervoor bedoelde hem toekomende ruime mate van vrijheid te buiten is gegaan dan wel zich in enig ander opzicht niet heeft gedragen zoals een behoorlijk advocaat betaamt. Dat klaagster een andere visie op de feiten heeft dan de cliënt van verweerder, maakt dat niet anders; laat staan dat dit verweerder zou maken tot mede-pleger van strafbare feiten.

4.3 Gezien het voorgaande moet de klacht als kennelijk ongegrond worden afgewezen.

 

Beslissende

wijst de klacht als kennelijk ongegrond af.

Aldus gedaan door mr. M.F. Baaij, plaatsvervangend voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort ’s-Gravenhage op 16 februari 2011.

 

Plv. Voorzitter   

 

Van deze beslissing kan binnen 14 dagen na verzending van het afschrift verzet worden ingesteld.

De eerste dag van deze termijn van 14 dagen is de dag volgend op de dag van de verzending van het afschrift. Uiterlijk op de veertiende dag dient Uw verzetschrift in het bezit te zijn van de griffier van de Raad van Discipline. Het gaat mitsdien niet om tijdige verzending van het verzetschrift maar om tijdige ontvangst door de griffie van de Raad. U dient er rekening mee te houden dat verlenging van deze termijn niet tot de mogelijkheden behoort.