Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

05-08-2011

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2011:YA2159

Zaaknummer

5957

Inhoudsindicatie

Optreden van verweerder als arbiter. Klacht dat niet alle vragen van klager in arbitraat vonnis zijn beantwoord. Ongegrond.

Uitspraak

 

         

5 augustus 2011

No. 5957

Hof van Discipline

Beslissing

naar aanleiding van het hoger beroep van

klager

tegen:

verweerder.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam (verder: de raad) van 23 november 2010, onder nummer 10-105A, aan partijen toegezonden op 23 november 2010, waarbij een klacht van klager tegen verweerder ongegrond is verklaard.

2. Het geding in hoger beroep

2.1 De memorie waarbij klager van deze beslissing in hoger beroep is gekomen, is op 20 december 2010 ter griffie van het hof ontvangen.

2.2 Het hof heeft voorts kennis genomen van:

- de stukken van de eerste aanleg;

- de antwoordmemorie van verweerder;

- schrijven van klager aan het hof van 10 mei 2011;

- schrijven van verweerder aan het hof van 6 juni 2011;

2.3 Het hof heeft de zaak mondeling behandeld ter openbare zitting van 20 juni 2011, waar verweerder en namens klager X. en Y. zijn verschenen. Namens klager heeft de heer X. gepleit aan de hand van een pleitnota.

3. De klacht

 De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder, als bindend adviseur:

a. heeft geweigerd een standpunt in te nemen met betrekking tot de vraag op welke wijze de belangen van de (hierna: de CV) zouden worden behartigd;

b. geen uitspraak heeft gedaan omtrent de positie van de CV als gedaagde partij;

c. onvoldoende ervoor zorg heeft gedragen dat de CV een aan die van de beherend vennoot (hierna: X B.V.) gelijkwaardige positie in de procedure had of verkreeg.

Door aldus te handelen c.q. na te laten heeft verweerder volgens klager de norm vastgelegd in artikel 46 Advocatenwet overschreden.

4. De feiten

 In overweging 3. heeft de raad vastgesteld van welke feiten in deze procedure wordt uitgegaan. De door de raad vastgestelde feiten, welke niet zijn betwist, vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt.

 

 

5. De beoordeling

5.1 Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de raad, waarmee het hof zich verenigt.

5.2 De grieven van klager tegen de beslissing van de raad worden verworpen. De beslissing van de raad dient te worden bekrachtigd.

6. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort Amsterdam van  23 november 2010, gegeven onder nummer 10-105A.

 

Aldus gewezen door mr. J.H.C. Schouten, voorzitter, mrs. P.M.A. de Groot-van Dijken,  A.G. Scheele Mülder, G.J.L.F. Schakenraad en L. Ritzema, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.F. Schouwink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2011.