Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

21-03-2011

ECLI

ECLI:NL:TADRARN:2011:YA1695

Zaaknummer

10-136

Inhoudsindicatie

Klacht luidt dat advocaat zaak te traag heeft behandeld en een andere zaak niet in behandeling heeft willen nemen. Verzet ongegrond. Advocaat heeft transparant met cliënte gecorrespondeerd en is helder geweest over wat cliënte van hem kon verwachten.

Uitspraak

10-136

BESLISSING VAN DE RAAD VAN DISCIPLINE IN HET RECHTSGEBIED VAN HET GERECHTSHOF ARNHEM

Inzake:

X

wonende te A

klaagster,

tegen:

mr. Y

advocaat te B,

verweerder

1.

Bij brief d.d. 21 oktober 2010 is klaagster tijdig in verzet gekomen tegen de beslissing van de voorzitter van de raad d.d. 11 oktober 2010, waarbij haar klacht tegen verweerder als kennelijk ongegrond is afgewezen.

Het verzet is behandeld ter openbare zitting van de raad van 7 februari 2011, waar klaagster en verweerder, bijgestaan door zijn kantoorgenoot, mr. S.O.H. Bakkerus, zijn verschenen.

Voorafgaande aan de zitting heeft de raad van mr. Bakkerus een brief ontvangen d.d. 18 januari 2011 met bijlagen.

De raad heeft bij de behandeling van het verzet zitting gehouden in de volgende samenstelling: mr. M.J. Blaisse, voorzitter, en de mrs. J.R.O. Dantuma, G.E.J. Kornet, R.P.M. Noppen, H.J.P.Robers, leden van de raad, bijgestaan door mr. A.M. van Rossum als griffier.

2.

Voor de inhoud van de klacht wordt verwezen naar de bestreden beslissing, waarvan een kopie aan deze beslissing is gehecht.

3.

Met de voorzitter en op de gronden die deze in zijn beslissing van 11 oktober 2010 heeft vermeld acht de raad de klacht van klaagster kennelijk ongegrond. Hetgeen klaagster tegen de beslissing van de voorzitter heeft aangevoerd heeft de raad niet tot een ander oordeel gebracht. De door de voorzitter vermelde gronden kunnen zijn beslissing volledig dragen.

DE BESLISSING VAN DE RAAD LUIDT ALS VOLGT:

Het verzet is ongegrond.

Aldus beslist door de raad in de hiervoor vermelde samenstelling en uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2011.

Griffier      Voorzitter

Gelet op het bepaalde in artikel 46h lid 4 van de Advocatenwet staat tegen deze beslissing geen hoger beroep open.