Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

11-01-2010

ECLI

ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0234

Zaaknummer

09-143H

Inhoudsindicatie

Klacht tegen advocaat wederpartij. Verweerder wordt verweten zonder opdracht van zijn cliënte hoger beroep te hebben ingesteld en voorts niet te zijn ingegaan op de uitdrukkelijke instructie van zijn cliënte om het appel per ommegaande in te trekken. Klachten ongegrond, nu verweerder onder de gegeven omstandigheden naar het oordeel van de raad kon handelen zoals hij heeft gedaan.

Inhoudsindicatie

 

Uitspraak

RAAD VAN DISCIPLINE

in het ressort Amsterdam

BESLISSING d.d. 11 januari 2010

in de zaak 09-143H

De raad heeft het volgende overwogen en beslist naar aanleiding van de op 4 juni 2009 binnengekomen klacht van:

De heer

k l a g e r

tegen:

De heer mr.

v e r w e e r d e r

1 Verloop van de procedure

1.1 Bij brief van 2 juni 2009, bij de raad binnengekomen op 4 juni 2009 heeft de deken van de orde van advocaten van het arrondissement Haarlem de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2 De klacht is behandeld ter zitting van 28 oktober 2009 in aanwezigheid van partijen. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.3 De raad heeft kennis genomen van de in 1.1 bedoelde brief van de deken aan de raad en van de stukken genummerd 1 t/m 28 in de bij die brief gevoegde inventarislijst.

2 De klacht

2.1 De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder:

  a) hoger beroep heeft ingesteld tegen de beschikking van de rechtbank, waarin de   alimentatie voor mevrouw Z. aanzienlijk is verlaagd, zonder voorafgaand    overleg met c.q. toestemming van mevrouw Z.;

 b) niet is ingegaan op de uitdrukkelijke instructie van mevrouw Z. bij     aangetekende brief om het appel per ommegaande in te trekken.

2.2 Door aldus te handelen c.q. na te laten heeft verweerder volgens klager de norm vastgelegd in artikel 46 Advocatenwet overschreden.

3 Feiten:

Voor de beoordeling van de klacht kan, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is

  verklaard, van het volgende worden uitgegaan:

3.1 Klager is de ex-echtgenoot van mevrouw Z. Mevrouw Z. heeft zich in verband met de incasso van een alimentatieachterstand op klager tot verweerder gewend met het verzoek om haar rechtsbijstand te verlenen. Toen vervolgens door klager een verzoek tot verlaging van de alimentatie werd gedaan, heeft verweerder mevrouw Z. in deze procedure bijgestaan. In de contacten met verweerder werd mevrouw Z. bijgestaan door haar adviseur, de heer M. Op 8 april 2008 heeft de rechtbank te Haarlem de alimentatie op een lager bedrag vastgesteld.

3.2 Op 28 april 2008 heeft op het kantoor van verweerder een bespreking plaatsgehad met de heer M. Namens mevrouw Z. heeft de heer M. verweerder opdracht gegeven om hoger beroep in te stellen tegen de beschikking van 28 april 2008. Op 8 juli 2008 heeft verweerder het beroepschrift aan het gerechtshof gezonden met een kopie aan de advocaat van klager. Op 9 juli 2008 heeft de advocaat van klager verweerder een faxbrief gezonden met als bijlage een (getypte) brief van mevrouw Z. aan klager, waarin mevrouw Z. laat weten dat het niet haar bedoeling is om in hoger beroep te gaan en dat het haar onbekend is wat verweerder heeft gedaan. Na ontvangst van deze faxbrief heeft verweerder mevrouw Z. aangeschreven en haar dringend verzocht om contact met verweerder op te nemen teneinde van haar te vernemen of zij het hoger beroep al of niet wilde voortzetten. Bij aangetekende (getypte) brief van 10 juli 2008 aan verweerder heeft mevrouw Z. verweerder verzocht om het beroepschrift onmiddellijk in te trekken. Op het moment van ontvangst van deze brief had verweerder mevrouw Z. nog niet persoonlijk gesproken. Bij brief van 11 juli 2008 aan mevrouw Z. heeft verweerder laten weten vooralsnog niet over te zullen gaan tot intrekking van het hoger beroep, omdat bij hem de indruk bestond dat er wellicht sprake was van een situatie waarin mevrouw Z. niet in vrije wil haar positie kon bepalen.

3.3 Na inschakeling van de deken door de advocaat van klager heeft mevrouw Z. verweerder op 8 augustus 2008 telefonisch gevraagd om het hoger beroep in te trekken, hetgeen verweerder enkele dagen daarna heeft gedaan.

4 Beoordeling

Ad klachtonderdelen a en b

4.1  De klachtonderdelen lenen zich voor gezamenlijke behandeling. Tijdens de zitting heeft mevrouw Z. kenbaar gemaakt dat zij de relatie met haar adviseur de heer M. had verbroken, omdat zij geen contact meer met hem kon krijgen. Kennelijk heeft zij zulks niet met verweerder gecommuniceerd, terwijl de raad afdoende is gebleken dat mevrouw Z. zich in het kader van de alimentatiekwestie liet bijstaan door voormelde adviseur en dat deze adviseur ook rechtstreeks contact had met verweerder. Nu mevrouw Z. heeft nagelaten om verweerder op de hoogte te stellen van het feit dat zij het contact met haar adviseur had verbroken, heeft verweerder naar het oordeel van de raad niet klachtwaardig gehandeld door in opdracht van de adviseur van mevrouw Z. hoger beroep in te stellen.

4.2 Nadat verweerder op 9 juli 2008 door de advocaat van klager op de hoogte wordt gesteld van het feit dat zijn cliënte het hoger beroep niet wilde, heeft hij direct aangedrongen op persoonlijk contact om te kunnen verifiëren of zijn cliënte het hoger beroep daadwerkelijk wilde intrekken. Gelet op de aanzienlijke belangen van zijn cliënte, was naar het oordeel van de raad behoedzaamheid geboden om op een prompt verzoek tot intrekking te reageren, temeer nu het verzoek via de advocaat van de wederpartij werd ontvangen. Klager heeft niet weersproken dat verweerder meermalen tevergeefs heeft geprobeerd om mevrouw Z. te bellen. De raad is van oordeel dat verweerder onder deze omstandigheden niet anders kon dan checken bij zijn cliënte of zij daadwerkelijk het hoger beroep wilde intrekken alvorens onomkeerbare maatregelen te treffen. Na ontvangst van de aangetekende brief werd de situatie niet wezenlijk anders. Gezien de voorafgaande gebeurtenissen en de bij verweerder gerezen twijfels is immers niet onbegrijpelijk dat hij ook mondeling van zijn cliënte zelf wilde vernemen of die brief daadwerkelijk van haar afkomstig was en haar wil vertolkte, zoals uiteindelijk ook is geschied. De klacht is mitsdien ongegrond.

BESLISSING:

De raad van discipline acht:

- de klachtonderdelen a en b ongegrond.

Aldus gewezen door mr. Th.S. Röell, voorzitter, mrs. A. Gerritsen-Bosselaar, R.P.F. van der Mark, M.W. Schüller, M.L.F.J. Schyns, leden, bijgestaan door mr. A. Lof als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 11 januari 2010.

 

voorzitter       griffier

 

Deze beslissing is in afschrift op 11 januari 2010 per aangetekende brief verzonden aan:

- klager

- verweerder

- de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Haarlem

- de deken van de Nederlandse orde van advocaten

Van deze beslissing kan hoger beroep bij het hof van discipline worden ingesteld door:

- klager

- verweerder

- de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Haarlem

- de deken van de Nederlandse orde van advocaten

Het hoger beroep moet binnen een termijn van 30 dagen na verzending van de beslissing worden ingesteld door middel van indiening van een beroepschrift, waarin de gronden van het beroep zijn vermeld en van een motivering zijn voorzien. Het beroepschrift moet in zevenvoud worden ingediend tezamen met zes afschriften van de beslissing waarvan beroep.

De eerste dag van de termijn van 30 dagen is de dag volgende op de dag van verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het beroepschrift dus in het bezit zijn van de griffie van het hof van discipline. Verlenging van de termijn van 30 dagen is niet mogelijk.

De appèlmemorie kan op de volgende wijze worden ingediend bij het hof van discipline:

a. Per post

 Het postadres van de griffie van het hof van discipline is: Postbus 132, 4840 AC 

  Prinsenbeek

b. Bezorging

  De griffie is gevestigd aan het adres Markt 44, 4841 AC  Prinsenbeek. Bezorging kan

  uitsluitend plaatsvinden op de gebruikelijke werkdagen tijdens de gebruikelijke

  kantooruren.

c. Per fax

  Het faxnummer van het hof van discipline is 076 0 548 4608. Tegelijkertijd met de

  indiening per fax dienen de originele stukken in het vereiste aantal per post te worden

  toegezonden aan de griffie van het hof.

d.  Telefonische informatie

  076 – 548 4607.