Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

11-01-2010

ECLI

ECLI:NL:TADRARN:2010:YA0320

Zaaknummer

09-51

Inhoudsindicatie

Verweerder heeft in een strafzaak de aan zijn cliënt in het kader van de voorlopige hechtenis opgelegde beperkingen geschonden door informatie uit het dossier en met name de namen van mededaders, aan de vader van zijn cliënt te verstrekken.

Uitspraak

 

09-51

 

BESLISSING VAN DE RAAD VAN DISCIPLINE IN HET RECHTSGEBIED VAN HET GERECHTSHOF ARNHEM

 

Bij brief d.d. 20 mei 2009 heeft mr. R.J.A. Dil, deken van de Orde van Advocaten in het arrondissement Arnhem, ter kennis van de raad gebracht zijn ambtshalve bezwaren tegen:

                                                                                       

Verweerder

                                                          

1.

De klacht is behandeld ter openbare zitting van de raad van 2 november 2009, waar klager en verweerder zijn verschenen.

Bij de behandeling van de klacht was de raad als volgt samengesteld: mr. M.F.J.N. van Osch, voorzitter en mr. J.R.O. Dantuma, mr. H.C. Brandsma, mr. C.J.M. de Vlieger, mr. E.D. Breuning ten Cate, leden van de raad, bijgestaan door mr. A.M. van Rossum als griffier.

 

2.

De bezwaren van de deken hebben betrekking op het feit, dat verweerder in een strafzaak

de aan zijn cliënt in het kader van de voorlopige hechtenis opgelegde beperkingen heeft geschonden. Verweerder heeft aldus niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt.

 

3.

De deken heeft zijn bezwaren als volgt toegelicht.

Verweerder heeft rechtsbijstand verleend aan zijn cliënt, die op 7 oktober 2008 was aangehouden. Aan hem waren beperkingen opgelegd. Uit een memo van het parket van het Openbaar Ministerie en het daarbij behorende proces-verbaal blijkt, dat verweerder de vader van zijn cliënt op het moment dat er ten aanzien van zijn cliënt beperkingen golden, informatie uit het strafrechtelijk onderzoek heeft verstrekt en hem het dossier ter inzage heeft gegeven. Verweerder heeft daarmee gehandeld in strijd met de op hem rustende verplichtingen. Zo gold voor verweerder een absolute verplichting om zich te onthouden van iedere gedragingen, die in strijd met het doel dat met de oplegging van de beperkingen wordt beoogd, te weten dat geen contact tussen de verdachte en de buitenwereld ontstaat (aldus onder meer Hof van Discipline 18 augustus 1986, 892).

 

4.

Tot zijn verweer heeft verweerder het volgende naar voren gebracht.

Op 20 november 2008 vond de behandeling van de eerste verlenging gevangenhouding plaats. Verweerder heeft voorafgaande aan de zitting met de vader van zijn cliënt gesproken, die zich zorgen maakte over zijn zoon. Verweerder realiseerde zich, dat zijn cliënt in beperkingen zat. Bij iedere vraag van de vader van zijn cliënt heeft verweerder een afweging gemaakt of hij die mocht beantwoorden. De vader wilde weten hoe de zaak in elkaar stak. Verweerder heeft hem toen bevestigd hetgeen hij al wist, namelijk dat zijn zoon had verklaard, dat het dodelijke schot door een van de mededaders was gelost en dat zijn zoon daarbij in die ruimte aanwezig was. Verweerder heeft de vader van zijn cliënt de betreffende passage in het dossier laten lezen. Op 18 december 2008 vond de behandeling van de tweede verlenging gevangenhouding plaats. Ook toen heeft verweerder een uur voorafgaand aan de behandeling in het Paleis van Justitie met de vader van zijn cliënt gesproken. Het gesprek ging toen over de lange duur van de voorlopige hechtenis vanwege het feit dat de mededaders niet gevonden konden worden. Verweerder heeft toen in aanwezigheid van de vader van zijn cliënt naar de namen in het dossier gezocht. Met de bedoeling om de aanhouding van de mededaders te bespoedigen en daarmee de vrijlating van zijn cliënt te bewerkstelligen heeft verweerder vervolgens de vader van zijn cliënt de door zijn zoon genoemde namen laten lezen en hem ook nog enkele foto's laten zien. De vader van verweerder had aangegeven, dat hij de nodige mensen in de kennissenkring van zijn zoon kende en verweerder verwachtte, dat hij wel bereid zou zijn informatie aan de politie te verstrekken. Verweerder oordeelde het in het belang van zijn cliënt, dat op deze wijze de politie bij het zoeken naar mededaders werd geholpen.

 

5.

De raad beoordeelt de klacht als volgt.

Het staat vast, dat verweerder uit het strafdossier gegevens heeft verstrekt aan de vader van de verdachte en wel in het bijzonder de namen en de foto's van de medeverdachten van de cliënt van verweerder. Gelet op het feit, dat de cliënt van verweerder absolute beperkingen opgelegd had gekregen mocht verweerder aan derden geen enkele mededeling uit het dossier doen.

Door dat wel te doen heeft verweerder niet gehandeld zoals een behoorlijk advocaat betaamt.

 

DE BESLISSING VAN DE RAAD LUIDT ALS VOLGT:

 

De ambtshalve klacht is gegrond. Aan verweerder wordt de maatregel van een berisping opgelegd.

 

Aldus beslist door de raad in de hiervoor vermelde samenstelling en uitgesproken in het openbaar op                                                                    .

 

Griffier                                                                      Voorzitter