Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

01-03-2010

ECLI

ECLI:NL:TADRSHE:2010:YA0408

Zaaknummer

H 153 - 2009

Inhoudsindicatie

Verzet in zaak waarin wordt geklaagd over behoorlijke dienstverlening. Geen blijk van onzorgvuldig handelen. Verzet ongegrond.

Inhoudsindicatie

 

Inhoudsindicatie

 

Uitspraak

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

H153-2009

 

raad van discipline

in het ressort ‘s-Hertogenbosch

 

BESLISSING

 

inzake

 

het verzet tegen de voorzittersbeslissing

 

betreffende de klacht van:

 

verder te noemen: "klagers"

 

tegen

 

verder : verweerder

 

 

1. Het verloop van de klachtprocedure

 

1.1 Bij brief van 5 augustus 2009, door de raad ontvangen op 7 augustus 2009 hebben klagers verzet aangetekend tegen de beslissing van de voorzitter van de raad, d.d. 23 juli 2009.

 

1.2 De raad heeft voorts kennis genomen van de navolgende stukken:

-Brief van klagers d.d. 26 juli 2009

-Brief van klagers d.d. 3 december 2009

-Brief van klagers d.d. 16 december 2009

-Brief van klagers d.d. 23 december 2009

 

1.3 Het verzet is behandeld ter openbare zitting van de raad van 11 januari 2010. Aldaar zijn verschenen klagers en verweerder alsmede diens kantoorgenoot mr. X.

 

2. De feiten

2.1 De raad gaat uit van de feiten zoals in de beslissing van de voorzitter omschreven, nu het verzet daartegen niet is gericht.

 

3. De klacht

 

3.1 De klacht bestaat uit het navolgende:

Verweerder is in een procedure bij de Centrale Raad van Beroep niet voor klager opgetreden, zodat een verstekvonnis werd verkregen;

Verweerder bestookt, hersenspoelt en betovert mensen en vertoont stalkgedrag

 

4. De beslissing van de voorzitter

 

4.1 De voorzitter heeft overwogen dat klagers op geen enkele wijze hebben duidelijk gemaakt waarom door hen niet meer is gereageerd op de correspondentie van de raad van toezicht over de afhandeling van de aanvankelijk in oktober 2005 ingediende klachten. Klagers hebben vervolgens drie jaar stilgezeten alvorens zich opnieuw tot de deken te wenden met het verzoek hun klacht tegen verweerder in behandeling te nemen. Gelet hierop heeft de voorzitter geoordeeld dat klagers onredelijk lang hebben gewacht met de indiening van hun klachten tegen verweerder en heeft de voorzitter klagers kennelijk niet-ontvankelijk verklaard in beide onderdelen van de klacht.

 

5. Het verzet

 

5.1 Het verzet van klagers houdt in dat zij van mening zijn dat de voorzitter de klacht niet juist heeft beoordeeld. Klagers stellen dat zij hun klachten niet eerder in konden dienen omdat zij geen geschikte advocaat konden vinden omdat zij door verweerder in het arrondissement werden zwartgemaakt.

 

6. Beoordeling van het verzet

Het onderzoek in verzet heeft niet geleid tot vaststelling van andere feiten dan wel tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de voorzitter, waarmee de raad zich verenigt. Op grond daarvan is de raad met de voorzitter van oordeel dat klagers kennelijk niet ontvankelijk zijn in hun klacht tegen verweerder, zodat het verzet als ongegrond wordt afgewezen.

 

7. Beslissing

De raad wijst het verzet van klagers tegen de beslissing van de voorzitter van 23 juli 2009 als ongegrond af.

Aldus gegeven en in het openbaar uitgesproken door: mr. J.P.M. van der Ham, voorzitter, mrs. E.J.P.J.M. Kneepkens, J.J.M. Goumans, L.W.M. Caudri, P.J.W.M. Theunissen, (leden), op 1 maart 2010.

 

 

 

Mr. P. Beens (plaatsvervangend griffier). Mr. J.P.M. van der Ham, voorzitter

 

Verzonden op 2 maart 2010.

Ingevolge het bepaalde in artikel 46h lid 4 van de advocatenwet kan tegen deze beslissing geen hoger beroep worden ingesteld.