Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

11-10-2010

ECLI

ECLI:NL:TADRARN:2010:YA1267

Zaaknummer

10-62

Inhoudsindicatie

Betekening van een uitspraak aan de wederpartij, ondanks verzoek van deze om een termijn voor beraad voor vrijwillige nakoming, niet klachtwaardig. Betekening is een handeling waarbij de executie wordt aangezegd. Verzet tegen voorzittersbeslissing afgewezen.

Uitspraak

10-62

BESLISSING VAN DE RAAD VAN DISCIPLINE IN HET RECHTSGEBIED VAN HET GERECHTSHOF TE ARNHEM

M.[ ],

wonende te[ ],

hierna te noemen “klager”

tegen:

Mr. [ ]

advocaat te[ ],

hierna te noemen “verweerster”.

1. Bij brief van 9 juni 2010 is klager tijdig in verzet gekomen tegen de beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline van 1 juni 2010, waarbij klagers klacht tegen verweerster als kennelijk ongegrond is afgewezen.

2. Het verzet is behandeld ter zitting van de raad van 6 september 2010, waar verweerster, vergezeld door haar kantoorgenoot mr.X, is verschenen. Klager heeft de raad schriftelijk laten weten niet te zullen verschijnen. De raad heeft bij de behandeling van het verzet zitting gehouden in de volgende samenstelling: mr. D. Vergunst, voorzitter en mrs. E. Bige, C.J.M. de Vlieger, F. Klemann en C.J. Lunenberg-Demenint, leden van de raad en is bijgestaan door

mr. P.J.G. van den Boom als griffier.

3. Voor de inhoud van de klacht wordt verwezen naar alinea twee van de bestreden beslissing, waarvan een kopie aan deze beslissing is gehecht.

4. Met de voorzitter is de raad van oordeel dat de klacht van klager tegen verweerster kennelijk ongegrond is. De overwegingen van de voorzitter in zijn beslissing van 1 juni 2010 kunnen die beslissing volledig dragen. Hetgeen door klager tegen de beslissing van de voorzitter is aangevoerd, heeft de raad niet tot een ander oordeel gebracht.

 5. De beslissing van de raad luidt als volgt: het verzet is ongegrond.

Aldus beslist door de raad in de hiervoor vermelde samenstelling en uitgesproken in het openbaar op 11 oktober 2010.

 

Griffier       Voorzitter

 

Gelet op het bepaalde in artikel 46h lid 4 van de Advocatenwet, staat tegen deze beslissing geen hoger beroep open.