Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

11-01-2010

ECLI

ECLI:NL:TADRAMS:2010:YA0236

Zaaknummer

09-169A

Inhoudsindicatie

Verzet tegen beslissing van de voorzitter dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is wegens te laat klagen. Verzet ongegrond, want volstrekt niet heeft gemotiveerd waarom de voorzitter niet tot een kennelijk niet-ontvankelijk ­verklaring had mogen komen.

Inhoudsindicatie

 

Uitspraak

RAAD VAN DISCIPLINE

in het ressort Amsterdam

BESLISSING d.d. 11 januari 2010

in de zaak 09-169A

De raad heeft het volgende overwogen en beslist naar aanleiding van het verzet tegen de beslissing van de voorzitter van de raad op de klacht van:

De heer

k l a g e r

tegen:

De heer mr.

v e r w e e r d e r

1 Verloop van de procedure

1.1 Bij brief van 30 juni 2009, bij de raad binnengekomen op 2 juli 2009, heeft de deken van de orde van advocaten van het arrondissement Amsterdam de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2 Bij beslissing van 20 juli 2009 heeft de voorzitter van de raad de klacht kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, welke beslissing op 21 juli 2009 aan klager is verzonden.

1.3 Bij brief van 23 juli 2009, door de raad ontvangen op 24 juli 2009, heeft klager verzet ingesteld tegen de beslissing van de voorzitter.

1.4 Het verzet is behandeld ter zitting van de raad van 28 oktober 2009 in aanwezigheid van partijen. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.5 De raad heeft kennis genomen van

- de beslissing van de voorzitter waarvan verzet en van de stukken waarop die

  beslissing blijkens de tekst daarvan is gegeven;

- het verzet van klager bij brief van 23 juli 2009;

- de pleitnota met bijlagen van klager d.d. 28 oktober 2009.

 

2 De klacht/het verzet

2.1 De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder klager op 6 juni 2003 onjuist en onvoldoende heeft geadviseerd over zijn rechtspositie met betrekking tot de aansprakelijkheid van zijn vorige advocaat. Door aldus te handelen c.q. na te laten heeft verweerder volgens klager de norm vastgelegd in artikel 46 Advocatenwet overschreden.

2.2 Het verzet houdt zakelijk weergegeven in dat de voorzitter ten onrechte de klacht kennelijk ongegrond heeft verklaard.

3 Feiten:

Voor de beoordeling van het verzet en de daaraan ten grondslag liggende klacht kan, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is verklaard, van het volgende worden uitgegaan:

3.1 Klager heeft zich in mei 2003 tot verweerder gewend met het verzoek hem advies uit te brengen over de vraag of de vroegere advocaat van klager aansprakelijk kon worden gehouden voor door klager geleden schade. Verweerder heeft bij brief van 6 juni 2003 zijn advies aan klager gegeven. Dit was een negatief advies. Blijkens het klachtdossier is er kort daarna nog contact geweest tussen klager en verweerder. Verweerder heeft op 10 juli 2003 een afsluitende brief aan klager gezonden.

4 Beoordeling van het verzet

4.1 Naar het oordeel van de raad had de voorzitter uit de stukken geen andere conclusie kunnen trekken dan dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is wegens de tijd die verlopen is sinds het uitbrengen van het advies in juni 2003 en het moment van indiening van de klacht op 8 mei 2009. De raad kan zich verenigen met de overwegingen van de voorzitter dienaangaande.

4.2 Nu klager volstrekt niet heeft gemotiveerd waarom de voorzitter op basis van de zich in het dossier bevindende stukken niet tot een kennelijk niet-ontvankelijk ¬verklaring had mogen komen, moet het verzet ongegrond worden verklaard.

BESLISSING:

De raad van discipline:

- verklaart het verzet ongegrond.

Aldus gewezen door mr. Mr. Th.S. Röell, voorzitter, mrs. A. Gerritsen-Bosselaar, R.P.F. van der Mark, M.W. Schüller, M.L.F.J. Schyns, leden, bijgestaan door mr. A. Lof als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 11 januari 2010.

 

voorzitter       griffier

 

Deze beslissing is in afschrift op 11 januari 2010 per aangetekende brief verzonden aan:

- klager

- verweerder

- de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Amsterdam;

- de deken van de Nederlandse orde van advocaten

Van deze beslissing kan geen hoger beroep bij het hof van discipline worden ingesteld.