Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

28-05-2010

ECLI

ECLI:NL:TAHVD:2010:YA0654

Zaaknummer

5534

Inhoudsindicatie

Klacht over inadequate bijstand. Ongegrond.

Uitspraak

 

         

28 mei 2010

No. 5534

Hof van Discipline

Beslissing

naar aanleiding van het hoger beroep van

klager

tegen:

verweerder.

1. Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst naar de beslissing de plaatsvervangend voorzitter van de Raad van Discipline in het ressort ‘s Gravenhage (verder: de raad) van 9 juni 2008, onder nummer R.3048/08.81, aan partijen toegezonden op 10 juni 2008, waarin klager kennelijk niet ontvankelijk is verklaard en naar de beslissing van de raad van  4 mei 2009, aan partijen toegezonden op 14 mei 2009, waarbij het verzet van klager gegrond is verklaard en tevens de klacht van klager tegen verweerder ongegrond is verklaard.

 

2. Het geding in hoger beroep

2.1 De memorie waarbij klager van deze beslissing in hoger beroep is gekomen, is op 16 juni 2009 ter griffie van het hof ontvangen.

2.2 Het hof heeft voorts kennis genomen van:

- de stukken van de eerste aanleg;

-  de antwoordmemorie van verweerder.

2.3 Het hof heeft de zaak mondeling behandeld ter openbare zitting van 29 maart 2010, waar verweerder is verschenen.

3. De klacht

 De klacht houdt het volgende in:

 klager verwijt verweerder:

a. dat hij de procedure in hoger beroep tegen de buren van klager niet heeft afgemaakt binnen het budget dat de rechtsbijstandverzekeraar van klager beschikbaar had gesteld.

b. dat de door verweerder verzonden declaraties niet in verhouding staan tot de uitgevoerde werkzaamheden;

c. dat er ten onrechte een bedrag van NLG … is gestort op de (derdengeld)rekening van verweerder, terwijl dit bedrag aan klager toekwam;

d. dat hij geweigerd heeft het dossier over te dragen;

e. dat hij zijn declaraties niet heeft gespecificeerd;

f. dat hij heeft geweigerd medewerking te verlenen aan het voorleggen van de klachten van klager aan de Geschillencommissie Advocatuur;

g. dat hij heeft geweigerd afspraken na te komen en telefonisch contact met klager op te nemen;

h. dat door zijn toedoen de afwikkeling van klagers zaak bij het Gerechtshof vertraging heeft opgelopen;

i. dat hij zaken onjuist heeft voorgesteld.

4. De feiten

 In overweging 2. heeft de raad vastgesteld van welke feiten in deze procedure wordt uitgegaan. De door de raad vastgestelde feiten, welke niet zijn betwist, vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt.

5. De beoordeling

5.1 Het onderzoek in hoger beroep heeft niet geleid tot andere beschouwingen en gevolgtrekkingen dan die vervat in de beslissing van de raad, waarmee het hof zich verenigt.

5.2 De grieven van klager tegen de beslissing van de raad worden verworpen. De beslissing van de raad dient te worden bekrachtigd.

6. De beslissing

Het hof:

bekrachtigt de beslissing van de Raad van Discipline in het ressort ‘s-Gravenhage van 4 mei 2009, onder nummer R.3048/08.81.

Aldus gewezen door mr. C.J.J. Van Maanen, voorzitter, mrs. A. Beker, A.G. Scheele-Mülder, W.K. van Duren en M.M.H.P. Houben, leden, in tegenwoordigheid van mr. I.F. Schouwink, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2010.