Naar boven ↑

Rechtspraak

Uitspraakdatum

28-07-2009

ECLI

ECLI:NL:TADRAMS:2009:YA0005

Zaaknummer

08-342U

Inhoudsindicatie

 

Inhoudsindicatie

Klager verwijt verweerster onzorgvuldig te hebben gehandeld bij de behandeling van zijn zaak. Verweerster heeft de klachten gemotiveerd weersproken. De raad verklaart de klacht ongegrond.

Uitspraak

 

 

 

 

 

 

 

 

 

RAAD VAN DISCIPLINE

in het ressort Amsterdam

 

 

BESLISSING d.d. 28 juli 2009

in de zaak 08-342 U

De raad heeft het volgende overwogen en beslist naar aanleiding van de op 16 december 2008 binnengekomen klacht van:

 

k l a g e r

tegen:

 

v e r w e e r s t e r

 

1          Verloop van de procedure

 

1.1              Bij brief van 15 december 2008, bij de raad binnengekomen op 16 december 2008 heeft de deken van de orde van advocaten van het arrondissement Utrecht de klacht ter kennis van de raad gebracht.

1.2              De klacht is behandeld ter zitting van 11 mei 2009 in aanwezigheid van verweerster. Klager is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. Van de behandeling is proces-verbaal opgemaakt.

1.3              De raad heeft kennis genomen van de in 1.1 bedoelde brief van de deken aan de raad, van de stukken genummerd 1 t/m 19 in de bij die brief gevoegde inventarislijst. Hoewel de brief van verweerster d.d. 19 maart 2008 (bijlage 1.5 bij de klachtbrief) zich niet volledig in het klachtdossier bevond, blijkt uit de klachtbrief dat klager over deze brief beschikt.

 

2          De klacht

 

2.1       De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerster:

            a.         ten onrechte op basis van het arbeidsrecht heeft geprocedeerd;

            b.         de belangen van haar cliënten in de kort gedingprocedure niet heeft bewaakt;

            c.         haar eigen verantwoordelijkheid ernstig heeft miskend;

            d.         toestemming heeft gevraagd om rechtsmaatregelen te treffen die gezien het doel

                        en tijdstip misplaatst, zinloos, prematuur, ondoordacht, niet opportuun en niet

                        kostenbeperkend waren;

            e.         zich onzorgvuldig heeft teruggetrokken;

            f.          zich schuldig zou hebben gemaakt aan dreigementen en chantage;

            g.         zonder overleg en in strijd met hetgeen was besproken rechtsmaatregelen heeft

                        getroffen die niet in het belang van haar cliënten waren;

            h.         haar informatieplicht heeft geschonden met betrekking tot de betekende  

                        dagvaarding, de zittingsdatum en het verstekvonnis;

            i.          de procedure te frustreren;

            j.          tekort is geschoten in haar plicht om klager voor te lichten over de mogelijkheid

                        om een bijstandsuitkering aan te vragen.  

2.2              Door aldus te handelen c.q. na te laten heeft verweerster volgens klager de norm vastgelegd in artikel 46 Advocatenwet overschreden.

3          Feiten:

Voor de beoordeling van de klacht kan, gelet op de stukken en hetgeen ter zitting is

            verklaard, van het volgende worden uitgegaan:

3.1       Klager heeft samen met twee andere cliënten van verweerster als zorghulpverlener gewerkt voor mevrouw G. Aangezien er een probleem ontstond met het Persoonsgebonden Budget van mevrouw G., was laatstgenoemde op een gegeven moment niet in staat om het loon van de zorghulpverleners te voldoen. Namens de zorghulpverleners heeft verweerster een loonvorderingsprocedure jegens mevrouw G. gestart. Op 10 september 2007 heeft klager de aan verweerster verstrekte opdracht ingetrokken.

 

3.2       Bij brieven van 13 november 2007 en 23 september 2008 heeft klager tegen verweerster gelijkluidende klachten ingediend als hiervoor onder 2.1 geformuleerd. Deze klachten zijn door het bureau van de orde geadministreerd onder dossiernummer RvT 0607-7834. Aangezien partijen hadden afgesproken om het geschil voor te leggen aan de geschillencommissie advocatuur heeft het bureau van de orde het dossier met voormeld dossiernummer gesloten. Bij brief van 5 december 2008 heeft klager laten weten inhoudelijke behandeling van zijn klacht door de raad van discipline te wensen.

4          Beoordeling

Ontvankelijkheid

4.1       Anders dan de Utrechtse deken bij brief van 4 december 2008 heeft geoordeeld, is de raad van oordeel dat klager ontvankelijk is in zijn klacht. Ten eerste beperkt de klacht zich niet tot het door verweerster ten laste van mevrouw G. gelegde beslag, maar stelt klager dat verweerster bij de behandeling van de zaak de belangen van haar cliënten – waaronder die van klager – heeft geschonden. Ten tweede bestond weliswaar het voornemen om de klacht voor te leggen aan de geschillencommissie, maar is zulks niet geschied, zodat de klacht niet is behandeld en de tuchtrechter bevoegd blijft om de klacht te behandelen.

Ad klachtonderdelen a, b, c, d, g, i:

Deze klachtonderdelen zien op de aanpak van de zaak door verweerster. Voorop dient te staan dat een advocaat voor het te voeren beleid – waaronder het al of niet treffen van rechtsmaatregelen – een ruime vrijheid toekomt en dat in het algemeen een tuchtrechtelijke maatregel eerst geïndiceerd kan zijn indien de advocaat bij de behandeling van de zaak kennelijk onjuist optreedt en adviseert en de belangen van de cliënt daardoor worden geschaad of kunnen worden geschaad. Daarvan is de raad niet gebleken. Nog afgezien van het feit dat klager zijn opdracht aan verweerster heeft ingetrokken nog voordat een procedure aanhangig was gemaakt, heeft verweerster onweersproken gesteld dat de in opdracht van de andere twee zorgverleners gevoerde kort gedingprocedure heeft geleid tot een veroordelend vonnis. Deze klachtonderdelen zijn mitsdien ongegrond.

Ad klachtonderdeel e:

4.2              Het klachtonderdeel betreft het verwijt dat verweerster zich onzorgvuldig zou hebben gedragen bij het beëindigen van de werkzaamheden voor klager. Uit de eigen stellingen van klager blijkt dat hij de opdracht aan verweerster op 10 september 2007 heeft beëindigd, omdat hij zich naar zijn zeggen stoorde aan de gang van zaken en geen vertrouwen meer had in de dienstverlening. Van onzorgvuldig gedrag aan de zijde van verweerster is dan ook geen sprake. Het klachtonderdeel is ongegrond.

Ad klachtonderdeel f:

4.3              Het klachtonderdeel betreft het verwijt dat verweerster zich schuldig zou hebben gemaakt aan dreigementen en chantage. Verweerster heeft zulks gemotiveerd betwist, terwijl daarvan uit het klachtdossier niet is gebleken. Het klachtonderdeel is ongegrond.

Ad klachtonderdelen h en j:

4.4              In deze klachtonderdelen wordt verweerster verweten haar informatieplicht te hebben geschonden. Verweerster heeft zulks gemotiveerd betwist. Zonder nadere toelichting kan niet worden vastgesteld of verweerster tekort is geschoten in haar informatieplicht. De klachtonderdelen zijn mitsdien ongegrond.

BESLISSING:

De raad van discipline acht:

 

-          de klachtonderdelen a t/m j ongegrond.

Aldus gewezen door mr. Th.J.M. Gijsberts, voorzitter, mrs. M.A. le Belle, E.J. Ferman,

J.R. Goppel, B. Roodveldt, leden, bijgestaan door mr. A. Lof als griffier en uitgesproken ter openbare zitting van 28 juli 2009.

voorzitter                                                                               griffier

 

 

Deze beslissing is in afschrift op 28 juli 2009 per aangetekende brief verzonden aan:

 

-          klager

-          verweerster

-          de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Utrecht

-          de deken van de Nederlandse orde van advocaten

 

Van deze beslissing kan hoger beroep bij het hof van discipline worden ingesteld door:

 

-          klager

-          verweerster

-          de deken van de orde van advocaten in het arrondissement Utrecht

-          de deken van de Nederlandse orde van advocaten

Het hoger beroep moet binnen een termijn van 30 dagen na verzending van de beslissing worden ingesteld door middel van indiening van een beroepschrift, waarin de gronden van het beroep zijn vermeld en van een motivering zijn voorzien. Het beroepschrift moet in zevenvoud worden ingediend tezamen met zes afschriften van de beslissing waarvan beroep.

De eerste dag van de termijn van 30 dagen is de dag volgende op de dag van verzending van de beslissing. Uiterlijk op de dertigste dag van die termijn moet het beroepschrift dus in het bezit zijn van de griffie van het hof van discipline. Verlenging van de termijn van 30 dagen is niet mogelijk.

 

De appèlmemorie kan op de volgende wijze worden ingediend bij het hof van discipline:

a.         Per post

            Het postadres van de griffie van het hof van discipline is: Postbus 132, 4840 AC 

            Prinsenbeek

b.         Bezorging

            De griffie is gevestigd aan het adres Markt 44, 4841 AC Prinsenbeek. Bezorging kan

            uitsluitend plaatsvinden op de gebruikelijke werkdagen tijdens de gebruikelijke

            kantooruren.

c.         Per fax

            Het faxnummer van het hof van discipline is 076 0 548 4608. Tegelijkertijd met de

            indiening per fax dienen de originele stukken in het vereiste aantal per post te worden

            toegezonden aan de griffie van het hof.

d.         Telefonische informatie

            076 – 548 4607.